1. Hoe interpreteert de rechter strafbepalingen? (Verschillende methoden)
Er zijn veel manieren om deze rechtsregel te interpreteren. Zo is bij het arrest van ‘Runescape’ een
virtueel goed door het Gerechtshof als een goed beschouwd. Daar is veel opspraak over geweest. Er
zijn dan ook verschillende interpretatiemethoden;
Taalkundige interpretatie; als het wordt gerechtvaardigd met een beroep op het gewone of
juridisch-technische spraakgebruik; van Dale Systematische interpretatie; de regel in ruimere
context plaatsen
Wetshistorische interpretatie; met betrekking tot de bedoeling van de wetgever ten tijde van
het ontstaan van de wet met behulp van parlementaire stukken
Rechtshistorische interpretatie; het onderzoek voert verder naar het verleden terug; naar de
bronnen van het huidig recht. Extensieve interpretatie; ruimer opgevat. > Restrictieve
interpretatie.
Rechtsvergelijkende interpretatie; intern; de rechter zoekt aansluiting bij andere
doelterreinen van het recht (systematische interpretatie) Extern; de rechter zoekt aansluiting
bij buitenlandse rechtsstelsels
Anticiperende interpretatie; de rechter sluit zich aan bij toekomstige wetgeving Interpretatie
op basis van een rechtsbeginsel; wijst in een bepaalde richting maar heeft niet per definitie 1
oplossing; bijvoorbeeld bij leemte van de wet
Teleologische interpretatie; Wij rechtvaardigen een betekenis die wij aan een regeling
toekennen door ons te beroepen op het doel, de strekking of de ratio van de regeling; actueel
maken.
Interpretatie op basis van precedenten; op basis van eerdere uitspraken
2. Wat is het legaliteitsbeginsel in het strafrecht?
Definitie van het legaliteitsbeginsel; De rechter moet de wet volgen, anders is het legaliteitsbeginsel
geschonden. Wetten in formele en in materiele zin; strafvordering en strafrecht; lagere overheden
mogen ook strafbepalingen maken, alleen als ze daarvoor door de wet bevoegd zijn. De staat,
provincie en gemeente zijn krachtens publiekrecht bevoegd om privaatrechtelijke bevoegdheden uit
te oefenen.
2 fundamentele uitgangspunten;
Geen strafbaar feit zonder wet
Geen straf zonder wet
Strafvordering heeft alleen plaats op de wijze door de wet voorzien. De overheid is bij strafvordering,
opsporing en vervolging gebonden aan de wet omdat de vrijheid van de verdachte wordt beperkt.
Eerst was het legaliteitsbeginsel er alleen in het strafrecht; nu is het een kernbeginsel van de
rechtsstaat. De Trias Politica is hierin terug te vinden; de formele wetgever heeft de touwtjes in
handen, gemeenten en provincies kunnen ook bevoegd worden door hogere overheden,
bijvoorbeeld een gemeentelijke verordening. Het legaliteitsbeginsel geeft ook aan dat er een verbod
is op het met terugwerkende kracht veroordelen van een verdachte. Memorie van toelichting; de
wetgever geeft aan wat onder een bepaalde delictsomschrijving moet worden verstaan. De
strafrechter die een bepaling van strafrecht uitlegt mag op basis van het legaliteitsbeginsel die uitleg
niet redeneren naar analogie; in plaats daarvan moet aanpassing van de wet plaatsvinden.
, Grondlegger: Cesare Bonesane, Markies van Beccaria: straf moet evenredig zijn aan de schade die is
toegebracht aan de samenleving.
3. Wat is diefstal? (Art. 310)
Iets is diefstal als het delict overeenkomt met het volgende artikel uit het Strafrecht: art. 310 Sr; “Hij
die enig goed dat geheel of ten dele aan een ander behoort, met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste 4 jaren of
geldboete van de 4e categorie.” Alt. Definitie van diefstal; opzet is een vereiste voor diefstal. Er zijn
veel manieren om deze rechtsregel te interpreteren. Zo is bij het arrest van ‘Runescape’ een virtueel
goed door het Gerechtshof als een goed beschouwd. Daar is veel opspraak over geweest.
Om als goed gekwalificeerd te worden dient aan enkele vereisten te zijn voldaan:
1. Een zelfstandig bestaan
2. De overdraagbaarheid door menselijk toedoen
3. Een zekere vermogenswaarde
4. De mogelijkheid van toe-eigening Om te bepalen of een virtueel object gekwalificeerd kan worden
als een ‘goed’ in de zin van art. 310 Sr noemt de rechter een aantal criteria:
1. Het goed dient voor de bezitter ervan waarde te hebben (dit hoeft niet per se geld te zijn) 2. Het
goed hoeft niet stoffelijk te zijn, want in het elektriciteitsarrest werd een niet-stoffelijk objectals goed
aangemerkt. 3. Het goed dient overdraagbaar te zijn, oftewel de een verkrijgt de feitelijke macht
terwijl de ander de feitelijke macht over het virtuele object verliest.
HR schendt legaliteitsbeginsel door Yehudi Moszkowicz:
Dit stuk gaat over het arrest (NJ 2012/536: Virtuele amulet en virtueel masker zijn een “goed”) waarin
een 13-jarige jongen met een mes wordt bedreigd door 2 andere jongens. De jongens dwingen de 13-
jarige in te loggen op zijn Runescape account en het zwaard en de amulet (die deze jongen dus bezit)
beschikbaar te stellen voor zijn bedreigers. De Hoge Raad oordeelt in deze zaak met het artikel 310
WvSr. Hierin staat: ‘Hij die enige goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort wegneemt,
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, wordt, als schuldig aan diefstal, gestraft
met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie’.
Het moeilijke in deze zaak is de vraag of een virtueel amulet of zwaard wel een goed is. De Hoge Raad
vindt dat deze twee als goederen gezien kunnen worden. Er is volgens de Hoge Raad dus sprake van
diefstal. Volgens Moszkowicz is een virtueel amulet of zwaard geen goed. Hij vergelijkt Runescape
met het spel Magic, The Gathering. Hierin is het ook mogelijk een voorwerp kwijt te raken, waar men
veel moeite voor heeft gedaan het te bemachtigen. Hij denkt dat het niet zo kan zijn dat als iemand
een ander bedreigt voor de kaart, zonder het spel te hebben gespeeld, diefstal pleegt. Buiten het spel
heeft de kaart namelijk geen enkele waarde en iemand is dus niet bestolen van de hammer die op het
kaartje staat. Volgens de Hoge Raad zijn de virtuele goederen uit Runescape ook vatbaar voor
diefstal, omdat ze voor de spelers reële waarde hebben en het bezitten ervan veel tijd en inspanning
heeft gekost. Moszkowicz gaat hier tegenin met het argument dat ook goederen zonder waarde
gestolen kunnen worden. Het argument dat er veel tijd en inspanning in is gestoken kan Moszkowicz
ontkrachten door te zeggen hoe dat dan bewezen kan worden. Deze jongen had het amulet en het
zwaard namelijk gevonden in het spel en er dus niet zoveel moeite voor gedaan als verondersteld.
Ook vertelt hij dat de virtuele goederen alleen bestaan, als het spel ook bestaat. Als Runescape failliet
gaat is de speler ook al zijn goederen kwijt. Als laatste wil hij kwijt dat als er een ander spel gespeeld