Oefenvragen week 1
1. Welke term wordt soms gebruikt om naar de hersenstam te verwijzen?
a. Cerebellum
b. Cortex
c. Reticular formation
d. Basal Ganglia
Antwoord: c. Reticular formation
2. Welke neurotransmitter wordt geproduceerd door de locus coeruleus?
a. Serotonine
b. Noradrenaline
c. Acetylcholine
d. Dopamine
Antwoord: b. Noradrenaline
11. Welke neurotransmitter wordt geproduceerd door de dorsal raphe nucleus?
a. Noradrenaline
b. Serotonine
c. Acetylcholine
d. Dopamine
Antwoord: b. Serotonine
12. Welk deel van de hersenstam is verantwoordelijk voor de productie van dopamine?
a. Locus coeruleus
b. Dorsal raphe nucleus
c. Pedunculopontine tegmental nucleus
d. Substantia nigra
Antwoord: d. Substantia nigra
13. Welke neurotransmitter wordt geproduceerd door de pedunculopontine tegmental nucleus?
a. Noradrenaline
, b. Serotonine
c. Acetylcholine
d. Dopamine
Antwoord: c. Acetylcholine
14. Welk deel van de hersenen is verantwoordelijk voor de productie van noradrenaline?
a. Locus coeruleus
b. Dorsal raphe nucleus
c. Pedunculopontine tegmental nucleus
d. Substantia nigra
Antwoord: a. Locus coeruleus
15. Welk systeem in de hersenen wordt geactiveerd door het Ascending Reticular Activating System
(ARAS)?
a. Geheugensysteem
b. Motorisch systeem
c. Aandacht- en waakzaamheidssysteem
d. Sensorisch systeem
Antwoord: c. Aandacht- en waakzaamheidssysteem
16. Welke neurotransmitter wordt geproduceerd door de basale forebrain en projecteert naar de
gehele cortex?
a. Noradrenaline
b. Serotonine
c. Acetylcholine
d. Dopamine
Antwoord: c. Acetylcholine
17. Welke term wordt gebruikt om schade aan de centrale zenuwstelselneuronen te beschrijven die
betrokken zijn bij spasticiteit en hyperreflexie?
a. Bovenste motorneuronletsel (upper)
b. Onderste motorneuronletsel (lower)
1. Welke term wordt soms gebruikt om naar de hersenstam te verwijzen?
a. Cerebellum
b. Cortex
c. Reticular formation
d. Basal Ganglia
Antwoord: c. Reticular formation
2. Welke neurotransmitter wordt geproduceerd door de locus coeruleus?
a. Serotonine
b. Noradrenaline
c. Acetylcholine
d. Dopamine
Antwoord: b. Noradrenaline
11. Welke neurotransmitter wordt geproduceerd door de dorsal raphe nucleus?
a. Noradrenaline
b. Serotonine
c. Acetylcholine
d. Dopamine
Antwoord: b. Serotonine
12. Welk deel van de hersenstam is verantwoordelijk voor de productie van dopamine?
a. Locus coeruleus
b. Dorsal raphe nucleus
c. Pedunculopontine tegmental nucleus
d. Substantia nigra
Antwoord: d. Substantia nigra
13. Welke neurotransmitter wordt geproduceerd door de pedunculopontine tegmental nucleus?
a. Noradrenaline
, b. Serotonine
c. Acetylcholine
d. Dopamine
Antwoord: c. Acetylcholine
14. Welk deel van de hersenen is verantwoordelijk voor de productie van noradrenaline?
a. Locus coeruleus
b. Dorsal raphe nucleus
c. Pedunculopontine tegmental nucleus
d. Substantia nigra
Antwoord: a. Locus coeruleus
15. Welk systeem in de hersenen wordt geactiveerd door het Ascending Reticular Activating System
(ARAS)?
a. Geheugensysteem
b. Motorisch systeem
c. Aandacht- en waakzaamheidssysteem
d. Sensorisch systeem
Antwoord: c. Aandacht- en waakzaamheidssysteem
16. Welke neurotransmitter wordt geproduceerd door de basale forebrain en projecteert naar de
gehele cortex?
a. Noradrenaline
b. Serotonine
c. Acetylcholine
d. Dopamine
Antwoord: c. Acetylcholine
17. Welke term wordt gebruikt om schade aan de centrale zenuwstelselneuronen te beschrijven die
betrokken zijn bij spasticiteit en hyperreflexie?
a. Bovenste motorneuronletsel (upper)
b. Onderste motorneuronletsel (lower)