College 1 Arteriosclerose
Arteriosclerose gaat om arterieel proces.
Arteriosclerose= progressieve degeneratieve aandoening van de arteriewand hierdoor krijg je
vernauwing van de arterie. Het is een gegeneraliseerd, dus alle arterien doen mee. De wand
wordt dikker, het gaat in wand zitten.
Endotheelbeschadiging (binnenbekleding van bloedvaten) LDL cholesterol gaat de
vaatwand (intima=binnenste laag) monocytenactivatie, zij volgen het vet want zitten in
bloedbaan als die eruit gaat en weefsel in heet die macrofaag en gaat vet dan macrofyteren
waardoor het helemaal vol komt te zitten hierdoor schuimcelvorming
Schuimcellen ontstekingsmediatoren (stimuleert ontsteking=monocyten) stimuleert
proliferatie en migratie gladde spiercellen bindweefselmatrix fibreuze kap en eventueel
verkalking
Macrofaag stimuleert gladde spierweefsel waardoor cellen gaan verhuizen en er meer van
komen.
Als fibreuze kap beschadigd wordt kan bloed in contact komen met weefselvloeistof. Hierbij
gaat het bloed stollen, door stolling krijg je bloedprop in vat en wordt vat afgedicht. Dan
kunnen cellen in vat die van bloed worden voorzien niet meer leven.
Wat merk je van arteriosclerose:
Vernauwing arterie, pas bij meer dan 75% vernauwing van het lumen krijg je pas klachten
dus hiervoor merk je er weinig van.
Vernauwing been arterie Claudicatio intermittens etalage benen
Hoe ontstaat de pijn?
De zuurstofaanvraag van spieren in benen neemt toe en aanbod wil dan ook toenemen. Dit
kan niet vanwege vernauwing. Dus vraag en aanbod klopt niet, ook wel isschemie =
zuurstoftekort. Dit geeft de pijn. Als ze stil staat neemt zuurstof vraag af en worden vraag en
aanbod weer gelijk te staan, hierdoor trekt pijn weg. Dan ga je weer naar volgende etalage.
Hoe ver je kunt lopen hangt af van ernst van de vernauwing. Dit geld ook voor hart en buik
arteriën, isschemie = pijn.
Zuurstofaanbod en vraag niet in balans ischemie pijn
Bij ouder worden neemt arteriosclerose toe.