Inleiding
Twee orgaanstelsels regelen de homeostase door de activiteiten van alle orgaanstelsels te
coördineren. Dit zijn:
● Het zenuwstelsel
● Het hormoonstelsel
Deze coördinatie van de twee orgaanstelsels vinden plaats door een verandering in de buitenwereld.
Het zenuwstelsel reageert snel en kort op prikkels. Het hormoonstelsel reageert langzamer maar
langer.
Wat doet het zenuwstelsel bijvoorbeeld:
● Lichaamshouding wijzigen
● Bewegingen reguleren
Wat doet het hormoonstelsel bijvoorbeeld:
● Snelheid van het energieverbruik aanpassen
● Groei reguleren
Het zenuwstelsel is het meest complexe orgaanstelsel. Neurale functies worden uitgevoerd met
behulp van elektrische gebeurtenissen. Dit zorgt ervoor dat er snel naar een ander
activiteitenpatroon kan worden overgegaan.
Hoofdstuk 8.1
Wat doet het zenuwstelsel:
● Het interne en externe milieu meten
● Informatie van zintuigen verwerken
● Coördineert gewilde en ongewilde reactie van andere
orgaanstelsels
Het zenuwstelsel kan in twee grote gedeelten worden verdeeld:
1. Het centrale zenuwstelsel. Dit bestaat uit hersenen en
ruggenmerg
2. Het perifere zenuwstelsel. Al het zenuwweefsel buiten het
centrale zenuwstelsel
Het centrale zenuwstelsel regelt de verwerking van sensorische
informatie en geeft impulsen door naar de spieren. Er zit ook de
intelligentie, het geheugen en de emotie.
, Relatie tussen CZS en PZS.
Sensorische informatie verkregen uit
zintuigen (receptoren) buiten het
zenuwstelsel wordt geregistreerd →
deze informatie wordt doorgegeven
door het afferente gedeelte van het PZS
naar plaatsen in het CZS waar de
informatie wordt verwerkt → het CZS
zendt motorische impulsen naar spieren
en klieren via het efferente gedeelte van
het PZS.
Onderverdeling efferente gedeelte PZS:
● Somatische zenuwstelsel SZS.
Dit stuurt de skeletspieren aan.
● Autonome zenuwstelsel AZS.
Zorgt voor automatische,
onwillekeurige regulering van
glad spierweefsel,
hartspierweefsel, klierwerking
en vetweefsel.
o Sympatisch gedeelte.
Wanneer lichaam in
actie komt
o Parasympatisch gedeelte. Wanneer lichaam tot rust komt
Hoofdstuk 8.2
Zenuwweefsel bestaat uit twee soorten cellen:
● Neuronen
● Neuroglia
Neuronen zijn de basiseenheden van het zenuwstelsel. Bij neurale functies communiceren neuronen
met elkaar en met andere celtypen.
De neuroglia is het steunweefsel van het zenuwstelsel en bestaat uit een fijn ondersteunend
reticulum waarin typisch vertakte cellen zitten. Zit zijn de neurogliacellen. Een deel van de cellen
werken als fagocyten. Neuroglia zijn veel kleiner dan neuronen, ze zijn wel talrijker.
Neuroglia cellen behouden het vermogen zich te delen, de meeste neuronen hebben dit niet.
Een representatief neuron heeft:
● Een cellichaam
● Verschillende vertakte, gevoelige dendrieten. Deze vangen binnenkomende signalen op
● Een lang axon. Geleid uitgaande signalen in de richting van synapsknoppen
● Synapsknoppen. Hier communiceert een neuron met een andere cel.