Filosofie: een discipline die vooral over vragen gaat. (wat is de werkelijkheid, hoe kunnen we iets
zeker weten) Filosofische vragen zijn vragen waarbij je zintuigen niet kunnen worden gebruikt. Het is
niet tastbaar en de antwoorden zijn niet direct voor handen. Filosofie is de kunst om abstracte
begrippen te verhelderen met logische argumenten. Filosofische vragen kunnen niet worden
beantwoord. Je kunt ze alleen verhelderen of logisch beredeneren. (wat je niet kan waarnemen met
je zintuigen) Wat is geluk? Wat is ene ziel?
Scepticisme: Een houding van twijfelen. Scepticisme; je onderzoekt of het mogelijk is om de echte
waarheid te vinden en of de eigenovertuigingen en meningen de toets der kritiek kunnen doorstaan.
De sceptische methode is heel belangrijk voor een pedagoog. Op de ze manier kan hij valse
vanzelfsprekendheden van zichzelf en van opvoeder onderkennen.
Zware sceptische posities waren: Protagoras en het Relativisme, maar ook Socrates en Descartes.
Methodisch scepticisme: Een gezonde manier van twijfelen, een houding van twijfel over een
bepaalde bewering. (is dat nou wel zo? Zou het niet kunnen zijn dat?)
Inhoudelijk scepticisme: Ongezonde manier van twijfelen, een houding van twijfel over alles
Methodische twijfel: (Cartesiaanse twijfel): René Descartes, alles wat mogelijk te betwijfelen is in
twijfel trekken. Er blijft dan alleen absolute waarheid over. Je systematisch afvragen of iets
onbetwijfelbaar is (stapje voor stapje)
“Dubito, ergo cogito, ergo sum” Ik twijfel, dus ik denk, dus ik ben
Rede: met je verstand zoeken naar de waarheid. (logisch denken heeft vaak ook met rede te maken.)
Je verstand gebruiken, geen gevoelens toelaten en logisch redeneren.
Rationalisme: een opvatting die zegt: om de waarheid te zoeken/wetenschap te krijgen moet je
vertrouwen op het redeneren en niet op je ervaring/waarneming maar op logisch denken .
O.a. Socrates was een rationalist. Als je je verstand gebruikt dan vind je vanzelf de waarheid.
Relativisme: alle waarheden zijn relatief. De waarheid bestaat niet maar wordt gemaakt door de
mensen. Goed en kwaad bestaan niet op zichzelf, wat in cultuur A goed is kan in cultuur B niet goed
zijn. Daar kan je niet over oordelen omdat je zelf een product bent van de opvoeding en van de
tijd/cultuur waarin je leeft.
Sofisten: het woord betekent een geleerd of deskundig persoon (leraren in de wijsheid en behoort
tot het relativisme).
- Protagoras was een van de eerste Griekse sofisten. (tegenstander van Socrates (Rationalist))
- Waren kritisch ten aanzien van de overgeleverde mythen (net als natuurfilosofen)
- Drogredenen, zoals de stroman: bewust negatief/verkeerd citeren van wat een tegenstander zegt
Socratisch gesprek: verschillen tussen dialoog, debat en socratisch gesprek;
- Debat: mening tegenover mening waarbij je de ander probeert te overtuigen
- Dialoog: gezamenlijk opzoek naar een oplossing waarin e allebei het beste kan vinden
- Socratisch gesprek: het idee van de ander begeleiden en niet beïnvloeden. Door vragen stellen de
ander tot inzicht te laten komen.
,Disciplines
Ontologie: bestaansleer/ zijnsleer. Stroming die probeert te categoriseren. Wat is echt? Wanneer
bestaat iets?
Epistemologie: of kennistheorie is Kennisleer. Een tak van de filosofie die de aard, oorsprong en
reikwijdte van kennis en het weten onderzoekt. Wat kan ik weten? Wat is kennis? Krijg je kennis door
verstand/waarneming?
Wetenschapsfilosofie: is een discipline van de filosofie die zich bezig houdt met het kritisch
onderzoek naar de veronderstellingen, de methode en de resultaten van de wetenschappen.
- Omvat: natuurwetenschappen, sociale wetenschappen, psychologie en economie
- Vragen als: Wat is wetenschap? Wat is bewijs? Maken mensen wetenschap? Je moet bewijzen
anders is het geloven
- Onderzoek door meten; natuurwetenschap -> instrument, sociale wetenschap ->
onderzoeksmethode
Ethiek: gaat over vragen als wat is goed en wat is kwaad?. Waarom hebben mensen vooroordelen?
Normatieve wetenschap zoals pedagogiek.
Antropologie: wat is de mens? Nature vs nurture, identiteit, emoties.. Verschillen tussen mens en
dier. Mensenleer; wanneer houdt een mens op een mens te zijn? Waar trek je de grens?
Epistemologie
Rationalisme: Verstand is betrouwbaar, zintuigen niet. Vertrouwen op je rede. Kennis door te
redeneren.
Empirisme: Uit ervaring blijkt bewijs. Kennis door ervaring/waarneming.
Radicaal empirisme: Hume, causaliteit bestaat niet, alleen waarnemingen. Zintuigelijke input is wat
je ziet. Verschillende observaties na elkaar, maar nergens zie de energie van de overdracht zoals bij
een witte en rode bal bij biljart. Veel van de wereld ‘kleuren’ we zelf in.
Ideeënwereld (van Plato): Monisten geloven in 1 wereld, het dualisme in 2 werelden. Plato
beweerde dat verschijnselen verdwijnen en ideeën eeuwig zijn. De echte wereld is niet waar te
nemen. Wij zitten vast in de zintuigelijke wereld. Onderscheid tussen ideeënwereld en Schijnwereld.
Anamnesis: Herinneringen van ideeën. In stoffelijke wereld moet je weer de ideeën leren
herinneren. Leren is herinneren. Leren is mogelijk omdat je dingen al wist.
Empirische gedeelte van kant: Alle kennis begint met zintuigelijke waarneming. Iets zien is nog gene
kennis.
Rationalistische gedeelte: Het kunnen verwerken van de zintuigelijke waarneming in je gedachten.
A priori: Kennis vooraf, kan alleen beredeneren. (rationalisten) kennis ontstaan.
A posteriori: Kennis van de waarneming. (achteraf) (Empiristen)
Transcendentale voorwaarden voor kennis: opvatting van Kant: Wat is de grens van kennis. Als je
niet kan waarnemen, is er een grens. Een grens van zintuigen en opvattingsvermogen. Wat we kennis
noemen is dus begrensd door onze menselijke vermogens.
, - Zintuigelijke waarneming krijgt een plek in de ruimte, in de tijd en in tenminste een van de 12
categorieën.
1. In de ruimte, verschil hier en daar
2. In de tijd, toen en nu
3. In in van de 12 categorieën; waarmee je zintuigelijke indrukken met elkaar in verband kan
brengen (ego, ik etc,)
Ding an sich: Het ding zoals het op zichzelf bestaat, zoals het is buiten onze zintuigen/waarnemingen.
Koppeling empirisme, rationalisme: maakt Kant oor te stellen dat kennis/denken alleen voorkomt uit
ervaringen.
Wetenschapsfilosofie
Inductie: Hier stel je een hypothese op basis van een aantal observaties. (Generaliseren en
veralgemeniseren)
Deductie: Een hypothese toetsbaar maken. De hypothese vergelijken met een aantal observaties.
Logisch sluitende uitspraak.
Verificatie: het proberen te bevestigen van een hypothese. Een claim doen op de waarheid. (nadeel:
je kunt nooit alle waarnemingen hebben gedaan)
Falsificatie: een door Karl Popper bedachte alternatief op verificatie: het proberen te weerleggen van
de hypothese. Door opzoek te gaan naar feiten die de hypothese weerleggen.
Empirisch-analytisch-model: Empirische cyclus: 5 stappen, Observatie, Inductie, Deductie, Toetsing
en Evaluatie -> OIDTE
Betrokkenheid: Betrokkenheid als onderzoeker. Wees objectief ongeacht je mening/betrokkenheid.
Wanneer je een oordeel hebt over een bepaalde groep in je onderzoek, kan dit van invloed zijn op je
onderzoek.
Reflexieve dispositie: Reflectie door je los te maken van je positie. Je deskundigheid en
betrokkenheid als sociaal wetenschapper kan ook een trend of gedrag dat je voorspeld hebt
veroorzaken. Je bent bewust van je eigen positie binnen je onderzoekveld.
Normatieve oorsprong van pedagogiek: normatief wil zeggen een onderscheid maken tussen goed
en kwaad (normen). Pedagogiek is de enige normatieve wetenschap! Omdat een pedagoog
onderscheid maakt russen een goede opvoeding en een slechte.
Antropologie
Vrije wil: Heeft een mens een vrije wil? Als ik je vraag niet aan roze olifanten te denken lukt dit dan?
Wel heb je een wil en daar kun je over nadenken. Het vermogen van rationeel handelende personen
om controle uit te oefenen over hun daden en beslissingen
Harry Frankfurt: theorie van de wilsorden
Wilsorden (Reflexieve structuur van de wil): Er bestaat een reflexieve (reflecteren) structuur in de
wil, die stelt dat de menselijke wil bestaat uit 2 delen:
1. Je eerste wilsorde is het willen (mensen en dieren) (Ik wil een mars)
2. Je tweede wislorde is het reflecteren op het willen .Mensen kunnen dit, dieren niet. (Wil ik wel een
mars willen?)