Paragraaf 1: Elektromagnetische straling
Zenden en ontvangen
In een mobiel en een zendmast zitten antennes die informatie met elkaar
uitwisselen.
In de zendende antenne gaan door wisselstroom elektronen bewegen met
een hoge frequentie.
Hierdoor ontstaan elektromagnetische golven die zich met de snelheid
van het licht verplaatsten.
De elektromagnetische golven zorgen er bij de antenne van de ontvanger
voor dat hier elektronen gaan bewegen met dezelfde hoge frequentie. Het
signaal is nu van zender doorgegeven naar ontvanger.
Eigenschappen
Elektromagnetische golven hebben verschillende eigenschappen:
1. Ze bewegen in alle richtingen;
2. Ze hebben geen medium nodig om zich in voort te planten;
3. Ze hebben een bepaalde golflengte (λ);
4. Ze hebben een bepaalde frequentie (f );
5. In vacuüm gaan ze met 3,0 ∙ 10 88 m/s. Dit is de lichtsnelheid (c).
Als je weet hoe lang een elektromagnetische golf deed over een bepaalde
afstand, dan kun je die afstand berekenen met:
s=c∙t
s = de afstand (m)
c = de lichtsnelheid (3,0 ∙ 10 88 m/s)
t = de tijd (s)
Je moet de golflengte (λ) kunnen bepalen:
, De golflengtes worden vaak gemeten in nanometer (1 nm = 0,000 000 001
m = 10−9−9 m).
De frequentie van een elektromagnetische golf is het aantal golflengtes dat
per seconde voorbijkomt.
Dit wordt vaak weergegeven in megahertz (1 MHz = 1 000 000 Hz).
Het elektromagnetisch spectrum
Als de golflengte van elektromagnetische straling verandert krijg je een
ander soort straling.
Al deze straling geordend op golflengte geven het elektromagnetisch
spectrum:
Zichtbaar licht is een elektromagnetische golf waarbij de spectraalkleur van
licht verandert wanneer de golflengte verandert.
Effecten van straling
Zenden en ontvangen
In een mobiel en een zendmast zitten antennes die informatie met elkaar
uitwisselen.
In de zendende antenne gaan door wisselstroom elektronen bewegen met
een hoge frequentie.
Hierdoor ontstaan elektromagnetische golven die zich met de snelheid
van het licht verplaatsten.
De elektromagnetische golven zorgen er bij de antenne van de ontvanger
voor dat hier elektronen gaan bewegen met dezelfde hoge frequentie. Het
signaal is nu van zender doorgegeven naar ontvanger.
Eigenschappen
Elektromagnetische golven hebben verschillende eigenschappen:
1. Ze bewegen in alle richtingen;
2. Ze hebben geen medium nodig om zich in voort te planten;
3. Ze hebben een bepaalde golflengte (λ);
4. Ze hebben een bepaalde frequentie (f );
5. In vacuüm gaan ze met 3,0 ∙ 10 88 m/s. Dit is de lichtsnelheid (c).
Als je weet hoe lang een elektromagnetische golf deed over een bepaalde
afstand, dan kun je die afstand berekenen met:
s=c∙t
s = de afstand (m)
c = de lichtsnelheid (3,0 ∙ 10 88 m/s)
t = de tijd (s)
Je moet de golflengte (λ) kunnen bepalen:
, De golflengtes worden vaak gemeten in nanometer (1 nm = 0,000 000 001
m = 10−9−9 m).
De frequentie van een elektromagnetische golf is het aantal golflengtes dat
per seconde voorbijkomt.
Dit wordt vaak weergegeven in megahertz (1 MHz = 1 000 000 Hz).
Het elektromagnetisch spectrum
Als de golflengte van elektromagnetische straling verandert krijg je een
ander soort straling.
Al deze straling geordend op golflengte geven het elektromagnetisch
spectrum:
Zichtbaar licht is een elektromagnetische golf waarbij de spectraalkleur van
licht verandert wanneer de golflengte verandert.
Effecten van straling