Hoorcollege 7 Samenhangende overeenkomsten
- S. van Dongen, Groepen van contracten (diss. Radboud Universiteit Nijmegen), Deventer: Wolters
Kluwer, 2016, Hoofdstuk 5 (online via Rechtsorde.nl)
Meerpartijenovereenkomst en groep van contracten
De oorzaak vormt als het ware het cement dat de diverse contractuele rechten en verplichtingen
tussen partijen tezamen houdt en zonder welke de overeenkomst zou fragmenteren in disparate
rechtsverhoudingen die elk afzonderlijk genomen zinloos zouden zijn. Dirix verduidelijkt dit cement
aan de hand van de drie-partijenruil van Eggens: je houdt drie elementen over; A-B, B-C en C-A. Deze
segmenten zouden echter elk op zichzelf genomen niet levensvatbaar zijn. Hun bestaansreden – de
oorzaak – is te vinden in de globale operatie. Het do, ut des, ut det-verband:
De drie-partijen-ruil:
Levering
A C
levering
B
levering
Dan maakt Dirix nog onderscheid tussen symmetrische of bilaterale meerpartijenovereenkomsten
(medeverzekering bijv.) en overeenkomsten die zijn gericht op samenwerking (gemeenschappelijke
doelstellingen waarop de wil van partijen is gericht.
Wanneer hebben we te maken met een groep van contracten? Van Dongen meent: indien sprake is
van twee of meer overeenkomsten, waaruit hoofdverbintenissen voortvloeien die met elkaar in een
doeloorzakelijk verband staan. Dit doeloorzakelijke verband, door Dirix aangemerkt als cement,
wederkerigheid of interdependentie, geeft de structuur van een groep van contracten weer. Deze
structuur is niet voor elke groep van contracten hetzelfde.
Je kunt in een contract bepalen dat het samenhangt met één of meerdere andere overeenkomsten,
bijvoorbeeld door middel van voorwaardelijke verbintenissen of cross default-bepalingen. Als een
dergelijke bepaling ontbreekt, dan moet de uitleg bepalend zijn: HR Jans/FCN. In dit arrest werd het
autonomiebeginsel begrensd door het vertrouwensbeginsel, op grond waarvan gewekte
verwachtingen moeten worden gehonoreerd.
Vier typen van groepen van contracten:
I. Groepen van contracten die worden gekenmerkt door een circulaire do, ut des, ut det-
structuur (gefinancierde huurkoopconstructie, HR Jans/FCN)
II. Groepen van contracten met een bilaterale structuur (vraag- en aanbodzijde en waarin een
gecombineerde prestatie wordt aangeboden, klassieke driehoek bouwrecht HR
Mooijman/Netjes).
III. Groepen van contracten met een bilaterale structuur (éénzelfde omvangrijke prestatie, geen
gecombineerde, coassurantie, medeverzekering)
IV. Groepen van contracten met een organisatiestructuur (samenwerkingsvormen zoals
franchising, fonds voor gemene rekening)
(en daarnaast is er nog een restcategorie volgens Rohe voor o.a. systeem van girale betaling)
, HR Pengel/Curaçao: actuele problematiek rondom renteswaps; vloeiende overgang tussen
verschillende typen.
In onderstaande plaatjes zijn de kronkellijnen geen overeenkomst. De rechte lijnen wel.
Type I. Do, ut des, ut det-structuur (gefinancierde huurkoop/dienstverlening/spaarhypotheek en
HR Jans/FCN)
Koopprijs
Hameeteman FCN
Ovk van geldlening
Koopovk Rente en aflossingen
aflevering zaak
Jans
De financier verplicht zich ertoe de koopsom – minus een eventueel door de koper te verrichten
aanbetaling – rechtstreeks te betalen aan de verkoper, opdat de verkoper aan de koper een zaak
aflevert, opdat laatstgenoemde rente- en aflossingsbetalingen verricht jegens de financier. De
mogelijkheid bestaat overigens dat wordt afgesproken dat de financier de koopsom niet rechtstreeks
aan de verkoper betaalt, maar dat dit via de koper geschiedt. Deze omstandigheid doet volgens van
Dongen niet af aan de kwalificatie van de transactie als een groep van contracten met een circulaire
structuur.
Ook bij: koopprijs
Koopovk
Verkoper Financier
huurkoopovk
rente & aflossingen
aflevering zaak Koper
Geldt niet alleen voor consumentsituaties: HR AgfaPhoto Finance/Foto Noort:
Koper (Foto Noort) was een professionele partij. Desondanks sanctioneerde de HR het oordeel van
het hof dat de koop- en de financieringsovereenkomst nauw met elkaar waren verbonden. Het
voorgaande neemt echter niet weg dat de al dan niet professionele hoedanigheid van de koper wel
een rol speelt bij de vraag tot welke rechtsgevolgen de verbondenheid tussen de overeenkomsten
leidt.
Ook bij spaarhypotheek:
- S. van Dongen, Groepen van contracten (diss. Radboud Universiteit Nijmegen), Deventer: Wolters
Kluwer, 2016, Hoofdstuk 5 (online via Rechtsorde.nl)
Meerpartijenovereenkomst en groep van contracten
De oorzaak vormt als het ware het cement dat de diverse contractuele rechten en verplichtingen
tussen partijen tezamen houdt en zonder welke de overeenkomst zou fragmenteren in disparate
rechtsverhoudingen die elk afzonderlijk genomen zinloos zouden zijn. Dirix verduidelijkt dit cement
aan de hand van de drie-partijenruil van Eggens: je houdt drie elementen over; A-B, B-C en C-A. Deze
segmenten zouden echter elk op zichzelf genomen niet levensvatbaar zijn. Hun bestaansreden – de
oorzaak – is te vinden in de globale operatie. Het do, ut des, ut det-verband:
De drie-partijen-ruil:
Levering
A C
levering
B
levering
Dan maakt Dirix nog onderscheid tussen symmetrische of bilaterale meerpartijenovereenkomsten
(medeverzekering bijv.) en overeenkomsten die zijn gericht op samenwerking (gemeenschappelijke
doelstellingen waarop de wil van partijen is gericht.
Wanneer hebben we te maken met een groep van contracten? Van Dongen meent: indien sprake is
van twee of meer overeenkomsten, waaruit hoofdverbintenissen voortvloeien die met elkaar in een
doeloorzakelijk verband staan. Dit doeloorzakelijke verband, door Dirix aangemerkt als cement,
wederkerigheid of interdependentie, geeft de structuur van een groep van contracten weer. Deze
structuur is niet voor elke groep van contracten hetzelfde.
Je kunt in een contract bepalen dat het samenhangt met één of meerdere andere overeenkomsten,
bijvoorbeeld door middel van voorwaardelijke verbintenissen of cross default-bepalingen. Als een
dergelijke bepaling ontbreekt, dan moet de uitleg bepalend zijn: HR Jans/FCN. In dit arrest werd het
autonomiebeginsel begrensd door het vertrouwensbeginsel, op grond waarvan gewekte
verwachtingen moeten worden gehonoreerd.
Vier typen van groepen van contracten:
I. Groepen van contracten die worden gekenmerkt door een circulaire do, ut des, ut det-
structuur (gefinancierde huurkoopconstructie, HR Jans/FCN)
II. Groepen van contracten met een bilaterale structuur (vraag- en aanbodzijde en waarin een
gecombineerde prestatie wordt aangeboden, klassieke driehoek bouwrecht HR
Mooijman/Netjes).
III. Groepen van contracten met een bilaterale structuur (éénzelfde omvangrijke prestatie, geen
gecombineerde, coassurantie, medeverzekering)
IV. Groepen van contracten met een organisatiestructuur (samenwerkingsvormen zoals
franchising, fonds voor gemene rekening)
(en daarnaast is er nog een restcategorie volgens Rohe voor o.a. systeem van girale betaling)
, HR Pengel/Curaçao: actuele problematiek rondom renteswaps; vloeiende overgang tussen
verschillende typen.
In onderstaande plaatjes zijn de kronkellijnen geen overeenkomst. De rechte lijnen wel.
Type I. Do, ut des, ut det-structuur (gefinancierde huurkoop/dienstverlening/spaarhypotheek en
HR Jans/FCN)
Koopprijs
Hameeteman FCN
Ovk van geldlening
Koopovk Rente en aflossingen
aflevering zaak
Jans
De financier verplicht zich ertoe de koopsom – minus een eventueel door de koper te verrichten
aanbetaling – rechtstreeks te betalen aan de verkoper, opdat de verkoper aan de koper een zaak
aflevert, opdat laatstgenoemde rente- en aflossingsbetalingen verricht jegens de financier. De
mogelijkheid bestaat overigens dat wordt afgesproken dat de financier de koopsom niet rechtstreeks
aan de verkoper betaalt, maar dat dit via de koper geschiedt. Deze omstandigheid doet volgens van
Dongen niet af aan de kwalificatie van de transactie als een groep van contracten met een circulaire
structuur.
Ook bij: koopprijs
Koopovk
Verkoper Financier
huurkoopovk
rente & aflossingen
aflevering zaak Koper
Geldt niet alleen voor consumentsituaties: HR AgfaPhoto Finance/Foto Noort:
Koper (Foto Noort) was een professionele partij. Desondanks sanctioneerde de HR het oordeel van
het hof dat de koop- en de financieringsovereenkomst nauw met elkaar waren verbonden. Het
voorgaande neemt echter niet weg dat de al dan niet professionele hoedanigheid van de koper wel
een rol speelt bij de vraag tot welke rechtsgevolgen de verbondenheid tussen de overeenkomsten
leidt.
Ook bij spaarhypotheek: