Hoorcollege Week 1.1 - Motoriek:
Motoriek:
Definitie: Het vermogen om te bewegen en de uitvoer van bewegen.
Onderscheid tussen homolateraal (gelijktijdig rechterbeen en
rechterarm bewegen) en contralateraal (gelijktijdig rechterbeen en
linkerarm bewegen).
Begrip schredenstand: de positie van de benen, waarbij de
linkervoet voor en de rechtervoet achter is.
Cognitie:
Definitie: Het vermogen om na te denken, ook wel denkvermogen of
verstandelijk vermogen genoemd.
Sociaal-emotioneel:
Beschrijving van gedrag van kinderen, inclusief eerlijkheid,
egocentrisme en de moeilijkheid met complexe emoties zoals winst
of verlies.
Hoorcollege Week 1.2 - Motoriek en Ontwikkeling:
Motoriek:
Gerichte lichaamsbewegingen die ontstaan door de samenwerking
van het zenuwstelsel en spieren.
Motoriek omvat alles wat verantwoordelijk is voor de uitvoering van
beweegactiviteiten.
Ontwikkeling:
Definitie: Veranderingen in gedrag die in de tijd samenvallen met
het ouder worden, oftewel leeftijdsverandering.
Motorische ontwikkeling als een onderdeel van ervaring en leren.
Motometrie en Motoscopie:
Motometrie: Kwantiteit van bewegen, geeft een indruk van motoriek
in relatie tot kalenderleeftijd.
Motoscopie: Kwaliteit van bewegen, beoordeling van de manier
waarop de vaardigheid wordt uitgevoerd.
Verandering in Motorisch Gedrag:
, Zowel kwantitatieve als kwalitatieve veranderingen in motorisch
gedrag.
Voorbeelden van fasen van regulatie, coördinatie en modularisatie.
Ontwikkelingsdata Motorische Vaardigheden:
Categorieën als locomotie, stabiliteit en manipulatie.
Voorbeelden van activiteiten binnen deze categorieën, zoals lopen,
hardlopen, springen, werpen, vangen en jongleren.
Hoorcollege Week 1.2 - DMSP Model:
DMSP Model (Developmental Model of Sport Participation):
Drie fases: Sampling years, Specialization years, Investment years.
Nadruk op het belang van Deliberate play en Deliberate practice in
verschillende fases.
De rol van breed motorisch opleiden (6-12 jaar) in het combineren
van sporten voor een brede beweegbasis.
Hoorcollege Week 1.3 - Cognitieve Ontwikkeling:
Definitie Ontwikkeling:
Onomkeerbare veranderingen in de tijd, vaste volgorde, cumulatief,
grotere complexiteit.
Drie basisprincipes: vaste volgorde, cumulatief, complex.
Filosofen:
John Locke: Kind als een wit blad, ontwikkeling afhankelijk van
opvoeding.
Jean-Jacques Rousseau: Kind van nature goed, ontwikkeling
afhankelijk van opvoeding.
Piaget's Stadia van Cognitieve Ontwikkeling:
Sensomotorische periode (0-2 jaar) met reflexen en circulaire
reacties
Pre-operationele periode (2 - 7 jaar):
Denken is nog niet logisch - eenvoudige verbanden - grote
fantasie:
Realisme: Kinderen hebben moeite met onderscheiden tussen wat
waar is en wat fantasie is. Ze geloven bijvoorbeeld dat dromen echt
gebeuren.
Artificialisme: Ze denken dat alles gemaakt kan worden, zoals
bergen die door ouders gemaakt worden.