Na bestuderen van het boekje “Koesignalen” kun je:
• De definitie geven van risicogroepen, indicatordieren, risicomomenten en risicoplaatsen en hier
voorbeelden van geven
Risicogroepen: dieren die een grotere kans hebben op een risico op te lopen zoals kalfkoeien
Indicatordieren: Als bepaalde risico’s het eerst zichtbaar worden bij bepaalde groepen
runderen, dan kun je deze groepen gebruiken om deze risico’s te controleren. De koeien in de
risicogroep zijn op dat moment indicatordieren
Risicomomenten: Risicomomenten staan voor periodes waarin een vergroot risico bestaat op ziekte,
aandoeningen en ongemak.
Risicoplaatsen: Dit zijn plaatsen waar dieren mogelijk schade of nadelige gevolgen ondervinden van
hun omgeving.
• 50 verschillende anatomische onderdelen van een koe op een plaatje benoemen
• De risicoplaatsen en risicomomenten in de wei benoemen
Risicomomenten: Denk aan maag- darm- en longwormen, ziekte-over- dracht tussen koppels
door ‘over-de- draadcontacten’. Drachtig jongvee en droge koeien lopen de grootste risico’s,
onder meer doordat deze groepen niet of nauwelijks bijvoeding krijgen.
Risicoplaatsen: Het kavelpad is een risicoplaats voor klauwkneuzingen. Of dit nu een
verhard of een onverhard kavelpad is. Oplossingen: zorg voor goede klauwgezondheid, laat
het kavelpad goed afwateren, haal losse steentjes weg, drijf de koeien heel rustig op, neem bij
bekappen niet te veel hoorn weg en kies zacht materiaal als ondergrond
• Maatregelen noemen die risico’s bij weidegang kunnen beperken
,• Risico’s van weidegang.
In de wei schuilen ook gevaren die in de stal niet voorkomen. Denk aan maag- darm- en
longwormen, ziekte-over- dracht tussen koppels door ‘over-de- draadcontacten’. Drachtig
jongvee en droge koeien lopen de grootste risico’s, onder meer doordat deze groepen niet of
nauwelijks bijvoeding krijgen.
• Beschrijven hoe koeien grazen
Zwaaiend met haar kop vreet de koe al het gras binnen haar bereik op. Vervolgens zet ze
enkele passen en her- haalt ze dit.
• Beschrijven hoe koeien gaan staan en liggen
• De 8 verschillende tochtsignalen noemen en beschrijven en sorteren naar op punten.
• De methode van locomotiescore beschrijven en de verschillende scores herkennen
,• benoemen welke risico’s bestaan bij het opdrijven van koeien.
• De vijf vrijheden van het dier benoemen
- dieren zijn vrij van honger en dorst. Ze hebben gemakkelijk toegang tot vers water en een
adequaat rantsoen;
- dieren zijn vrij van ongemak. Ze hebben een geschikte leefomgeving inclusief onderdak
en een comfortabele rustplaats;
- dieren zijn vrij van pijn, verwonding en ziekte. Er is sprake van preventie en een snelle
diagnose en behandeling;
- dieren zijn vrij van angst en stress. Er is zorg voor voorwaarden en behandelingen die
geestelijk lijden voorkomen;
- dieren zijn vrij om normaal gedrag te vertonen. Ze hebben voldoende ruimte, goede
voorzieningen en gezelschap van soortgenoten.
• Risicoplaatsen en risicomomenten in de stal benoemen
Elke stal heeft zijn eigen risico’s en risicoplaatsen. Door
elke plek in de stal nauwkeurig te observeren met of
zonder koeien, kun je veel problemen voorkomen. Niet
alleen plaatsen in de stal kunnen risico’s in zich dragen,
maar ook bepaalde omstandigheden.
• Belangrijke licht en klimaat factoren in de stal kunnen noemen en aangeven aan welke eisen
die moeten voldoen
, • De klauwaandoeningen herkennen en daarvan de oorzaak en behandelmethode van beschrijven
• Signalen rondom voeren kennen en kunnen interpreteren
Belangrijke koesignalen bij terugkijken zijn:
het verloop van de conditiescore;
de jaarproductiegegevens, maandgegevens en MPR (melkproductieregistratieformulier);
het aantal stofwisselingsziekten (lebmaagdraaiingen, kalfziekte en slepende
melkziekte);
het aantal ziektegevallen;
het aantal afgevoerde koeien mét de reden van afvoer;
vruchtbaarheidsgegevens.