Hoorcolleges Motivatie en de zelfsturende mens
HC 1:
Motivatie = willen wat mensen drijft om bepaald gedrag te vertonen
Gedrag heeft te maken met interne processen:
1. Energie kracht, behoeften
2. Richting doel, cognities
3. Persistentie volhouden, emoties
beïnvloeden motivatie en daarmee gedrag
Thema’s:
- Waarom doen mensen voortdurend dingen waarvan ze weten dat het niet goed voor ze is
(zowel fysiologisch als psychologisch)
- Hoe krijg je mensen zo ver dat hun gedrag duurzaamheid bevordert, of anderszins prosociaal
is? (zelfregulatie, mind-set, doelen)
- Wat belemmert mensen om hun volledige ontwikkelingspotentieel optimaal te
verwezenlijken (klinische problemen, fysiologisch)
Multidisciplinair perspectief:
- Het naast elkaar leggen van meerdere disciplinaire benaderingen
- Samen weten we meer dan alleen
- Vier stappen methode op basis van de methode van Repko
Cyclus:
Verzadiging (dorst) Fysiologische deprivatie (droge tong) lichamelijke behoefte
psychologische drive motivatie; doelgericht gedrag consumptie afname drive
Deze cyclus is niet zo makkelijk als het lijkt:
- Bijv geen fysiologische deprivatie
- Geen lichamelijke behoefte
- Genetische dispositie
- Algemeen
- Omgeving: weinig bewegen, overal (ongezonde) voeding
Normale eetcyclus:
1. Aversive state of hunger
2. Zone of biological indifference: omgeving heeft hier veel invloed op
3. Aversive state of fullness
Intern reguleerde eters:
1. Aversive state of hunger: minder snel honger, deze periode duurt langer
2. Zone of biological indifference: deze is kleiner waardoor invloeden van buitenaf minder kans
hebben om eetgedrag te bepalen
3. Aversive state of fullness: deze periode is ook langer (minder snel honger)
Emotioneel eten:
- Bij veel extreme emoties wordt je sympathische zenuwstelsel geactiveerd fight-or-flight
repsonse honger wordt onderdrukt en verzadigingshormonen worden aangemaakt
, - Psychologische verklaring; eten om emoties te reguleren (prettiger voelen), voedsel als
troost, Kummerspeck (meer eten om met rouw om te gaan)
- Het is geen adaptieve emotieregulatie strategie, mensen voelen zich daarna vaak schuldig
- Onderzoek naar emotioneel eten toonde niet aan dat mensen die zichzelf als emotionele eter
beschouwen ook daadwerkelijk meer eten ideeën van mensen over zichzelf als
emotionele eter corresponderen niet met hun daadwerkelijke eetgedrag als ze emotioneel
zijn
Restrained eters:
- Mentaal er mee bezig zijn dat je minder moet gaan eten of daadwerkelijk minder eten
- Minder luisteren naar fysiological needs
- Bij deze mensen is de periode van honger en verzadiging een stuk korter (in korte tijd eten)
en de zone of biological indifference is heel lang kwetsbaarder om te over eten, meerdere
factoren die invloed kunnen hebben: zelfregulatie, omgeving
- Stellen hun eigen cognitieve verzadigingsgrens wanneer zij vinden dat ze genoeg hebben ipv
fysiologische verzadigingsgrens
- What-the-hell-effect: als lijners eenmaal hun cogntieve grens zijn overgegaan, eten zij meer
dan de niet-lijners (ik ben nu toch al ongezond bezig dus eet ik de popcorn ook maar op)
HC 2a: Psychologische behoeften – deel 1
Centrale vraag: waarom doe je wat je doet?
1. Hoe maak je werk leuk en motiverend?
- Werk is altijd tenminste deels extrinsiek gemotiveerd (je krijgt ervoor betaalt), maar dit is
niet het enige dat je motivatie en productiviteit bepaalt er zijn veel verschillen tussen
mensen (talent, motivatie)
- Het idee dat mensen niet alleen maar werken voor geld is best wel nieuw rond 1900
werden arbeiders extern gemotiveerd voor hun werk op basis van stukloon (betaald worden
voor prestaties) en mensen werden ontslagen als ze niet hard genoeg werkte en werden
gedwongen steeds harder te werken. Groot nadeel hiervan: werknemers werden er niet blij
van en de fabriekseigenaren gingen op zoeken naar alternatieve manieren om werknemers te
motiveren
- 1930-1940: tegenbeweging rondom Elton Mayo, the human relations movement
Hawthorne-experimenten werden uitgevoerd in de fabriek om te kijken welke
omstandigheden ervoor zorgen dat mensen harder werken mensen hebben behoeften
aan contact, waardering, samenwerking, gehoord worden en zelf beslissingen nemen en dat
zorgt ervoor dat ze bereid waren harder te werken
2. Een conceptueel model: werkkenmerken, behoeften en werkuitkomsten
,drie behoeften staan centraal: verwantschap, autonomie en competentie
3. Meten van de mate waarin psychologische behoeften door het werk bevredigd worden
Autonome bevrediging: zelf bepalen, vrij zijn dingen te doen
Competentie bevrediging: taken onder de knie hebben, bekwaam en competent voelen in werk
Affiliatie bevrediging: banden voelen met mensen, echte vrienden, niet alleen zijn
je kunt dingen aan elkaar relateren, heeft dit te maken met de manier waarop mensen kijken naar
de behoefte bevrediging
4. Behoeftenbevrediging en motivatie
Er is een meta-analyse gedaan naar de relatie tussen bevrediging van psychologische basisbehoeften,
werkuitkomsten en werkkenmerken met name de intrinsieke vormen van motivatie zullen
samenhangen met harder werken / beter presteren. Wanneer de behoeften meer vervuld zijn, zullen
mensen meer aan de intrinsieke vorm van motivatie zitten en dus beter presteren
5. Samenvatting
- De bevrediging van basic needs zijn belangrijk voor de verklaring van allerlei werkrelevante
verschijnselen. Bevrediging van die behoeften hangt samen met positieve uitkomsten
- Het werk kan mogelijkheden bieden om die behoeften te bevredigen (relaredness, autonomy,
competence)
- Ontwerp dus het werk zodanig dat het de basic psychologivcal needs bevredigd
Sociaal contact
Mogelijkheden voor competentie ontwikkeling (leren, experimenteren)
Geef mensen autonomie
- Waarom je doet wat je doet heeft dus vaak te maken met needs satisfaction
Wat zijn psychologische basisbehoeften?
Maslow’s hierarchy van behoeften:
1. Self-actualization: desire to become the most that one can be
2. Esteem: respect, self-esteem, status, freedom, strength
3. Love and belonging: friendship, intimacy, family
4. Safety needs: personal security, health, property
5. Psychological needs: air, water, food, shelter, sleep, clothing
Maslow’s theorie van basisbehoeften is hiërarchisch in structuur en suggereert dat als er aan de
fysiologische en veiligheidsbehoefte is voldaan, er 3 basisbehoeften zijn namelijk:
Love and belongingness
, Esteem needs
Self-actualization
Self-determination theory – Ryan & Deci:
- Er zijn 3 psychologische basisbehoeften
1. Autonomy
2. Belongingness
3. Competence
- Als deze vervuld worden zorgt het voor groei en zelfontwikkeling
- Afhankelijk van veel verschillende factoren
- De bevrediging van deze drie psychologische behoeften leidt tot: actieve betrokkenheid, well-
being, vitaliteit, energie
Dual process model: schematische weergave van wat er gebeurt als verschillende behoeften
gefrustreerd worden bij te veel frustratie van de basisbehoeften ontstaat er ‘ill-being’ en
defesiveness (vergelijkbaar met depressieve gevoelens) maladaptief reageren, alsof ze er niets aan
kunnen doen
Emotionele / psychologische basisbehoeften:
1. Veiligheid
2. Verbondenheid
3. Zelfwaardering
4. Autonomie
5. Zelfexpressie
6. Realistische grenzen
HC 1:
Motivatie = willen wat mensen drijft om bepaald gedrag te vertonen
Gedrag heeft te maken met interne processen:
1. Energie kracht, behoeften
2. Richting doel, cognities
3. Persistentie volhouden, emoties
beïnvloeden motivatie en daarmee gedrag
Thema’s:
- Waarom doen mensen voortdurend dingen waarvan ze weten dat het niet goed voor ze is
(zowel fysiologisch als psychologisch)
- Hoe krijg je mensen zo ver dat hun gedrag duurzaamheid bevordert, of anderszins prosociaal
is? (zelfregulatie, mind-set, doelen)
- Wat belemmert mensen om hun volledige ontwikkelingspotentieel optimaal te
verwezenlijken (klinische problemen, fysiologisch)
Multidisciplinair perspectief:
- Het naast elkaar leggen van meerdere disciplinaire benaderingen
- Samen weten we meer dan alleen
- Vier stappen methode op basis van de methode van Repko
Cyclus:
Verzadiging (dorst) Fysiologische deprivatie (droge tong) lichamelijke behoefte
psychologische drive motivatie; doelgericht gedrag consumptie afname drive
Deze cyclus is niet zo makkelijk als het lijkt:
- Bijv geen fysiologische deprivatie
- Geen lichamelijke behoefte
- Genetische dispositie
- Algemeen
- Omgeving: weinig bewegen, overal (ongezonde) voeding
Normale eetcyclus:
1. Aversive state of hunger
2. Zone of biological indifference: omgeving heeft hier veel invloed op
3. Aversive state of fullness
Intern reguleerde eters:
1. Aversive state of hunger: minder snel honger, deze periode duurt langer
2. Zone of biological indifference: deze is kleiner waardoor invloeden van buitenaf minder kans
hebben om eetgedrag te bepalen
3. Aversive state of fullness: deze periode is ook langer (minder snel honger)
Emotioneel eten:
- Bij veel extreme emoties wordt je sympathische zenuwstelsel geactiveerd fight-or-flight
repsonse honger wordt onderdrukt en verzadigingshormonen worden aangemaakt
, - Psychologische verklaring; eten om emoties te reguleren (prettiger voelen), voedsel als
troost, Kummerspeck (meer eten om met rouw om te gaan)
- Het is geen adaptieve emotieregulatie strategie, mensen voelen zich daarna vaak schuldig
- Onderzoek naar emotioneel eten toonde niet aan dat mensen die zichzelf als emotionele eter
beschouwen ook daadwerkelijk meer eten ideeën van mensen over zichzelf als
emotionele eter corresponderen niet met hun daadwerkelijke eetgedrag als ze emotioneel
zijn
Restrained eters:
- Mentaal er mee bezig zijn dat je minder moet gaan eten of daadwerkelijk minder eten
- Minder luisteren naar fysiological needs
- Bij deze mensen is de periode van honger en verzadiging een stuk korter (in korte tijd eten)
en de zone of biological indifference is heel lang kwetsbaarder om te over eten, meerdere
factoren die invloed kunnen hebben: zelfregulatie, omgeving
- Stellen hun eigen cognitieve verzadigingsgrens wanneer zij vinden dat ze genoeg hebben ipv
fysiologische verzadigingsgrens
- What-the-hell-effect: als lijners eenmaal hun cogntieve grens zijn overgegaan, eten zij meer
dan de niet-lijners (ik ben nu toch al ongezond bezig dus eet ik de popcorn ook maar op)
HC 2a: Psychologische behoeften – deel 1
Centrale vraag: waarom doe je wat je doet?
1. Hoe maak je werk leuk en motiverend?
- Werk is altijd tenminste deels extrinsiek gemotiveerd (je krijgt ervoor betaalt), maar dit is
niet het enige dat je motivatie en productiviteit bepaalt er zijn veel verschillen tussen
mensen (talent, motivatie)
- Het idee dat mensen niet alleen maar werken voor geld is best wel nieuw rond 1900
werden arbeiders extern gemotiveerd voor hun werk op basis van stukloon (betaald worden
voor prestaties) en mensen werden ontslagen als ze niet hard genoeg werkte en werden
gedwongen steeds harder te werken. Groot nadeel hiervan: werknemers werden er niet blij
van en de fabriekseigenaren gingen op zoeken naar alternatieve manieren om werknemers te
motiveren
- 1930-1940: tegenbeweging rondom Elton Mayo, the human relations movement
Hawthorne-experimenten werden uitgevoerd in de fabriek om te kijken welke
omstandigheden ervoor zorgen dat mensen harder werken mensen hebben behoeften
aan contact, waardering, samenwerking, gehoord worden en zelf beslissingen nemen en dat
zorgt ervoor dat ze bereid waren harder te werken
2. Een conceptueel model: werkkenmerken, behoeften en werkuitkomsten
,drie behoeften staan centraal: verwantschap, autonomie en competentie
3. Meten van de mate waarin psychologische behoeften door het werk bevredigd worden
Autonome bevrediging: zelf bepalen, vrij zijn dingen te doen
Competentie bevrediging: taken onder de knie hebben, bekwaam en competent voelen in werk
Affiliatie bevrediging: banden voelen met mensen, echte vrienden, niet alleen zijn
je kunt dingen aan elkaar relateren, heeft dit te maken met de manier waarop mensen kijken naar
de behoefte bevrediging
4. Behoeftenbevrediging en motivatie
Er is een meta-analyse gedaan naar de relatie tussen bevrediging van psychologische basisbehoeften,
werkuitkomsten en werkkenmerken met name de intrinsieke vormen van motivatie zullen
samenhangen met harder werken / beter presteren. Wanneer de behoeften meer vervuld zijn, zullen
mensen meer aan de intrinsieke vorm van motivatie zitten en dus beter presteren
5. Samenvatting
- De bevrediging van basic needs zijn belangrijk voor de verklaring van allerlei werkrelevante
verschijnselen. Bevrediging van die behoeften hangt samen met positieve uitkomsten
- Het werk kan mogelijkheden bieden om die behoeften te bevredigen (relaredness, autonomy,
competence)
- Ontwerp dus het werk zodanig dat het de basic psychologivcal needs bevredigd
Sociaal contact
Mogelijkheden voor competentie ontwikkeling (leren, experimenteren)
Geef mensen autonomie
- Waarom je doet wat je doet heeft dus vaak te maken met needs satisfaction
Wat zijn psychologische basisbehoeften?
Maslow’s hierarchy van behoeften:
1. Self-actualization: desire to become the most that one can be
2. Esteem: respect, self-esteem, status, freedom, strength
3. Love and belonging: friendship, intimacy, family
4. Safety needs: personal security, health, property
5. Psychological needs: air, water, food, shelter, sleep, clothing
Maslow’s theorie van basisbehoeften is hiërarchisch in structuur en suggereert dat als er aan de
fysiologische en veiligheidsbehoefte is voldaan, er 3 basisbehoeften zijn namelijk:
Love and belongingness
, Esteem needs
Self-actualization
Self-determination theory – Ryan & Deci:
- Er zijn 3 psychologische basisbehoeften
1. Autonomy
2. Belongingness
3. Competence
- Als deze vervuld worden zorgt het voor groei en zelfontwikkeling
- Afhankelijk van veel verschillende factoren
- De bevrediging van deze drie psychologische behoeften leidt tot: actieve betrokkenheid, well-
being, vitaliteit, energie
Dual process model: schematische weergave van wat er gebeurt als verschillende behoeften
gefrustreerd worden bij te veel frustratie van de basisbehoeften ontstaat er ‘ill-being’ en
defesiveness (vergelijkbaar met depressieve gevoelens) maladaptief reageren, alsof ze er niets aan
kunnen doen
Emotionele / psychologische basisbehoeften:
1. Veiligheid
2. Verbondenheid
3. Zelfwaardering
4. Autonomie
5. Zelfexpressie
6. Realistische grenzen