Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Strafrecht 1 materiële strafrecht

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
22
Geüpload op
26-01-2018
Geschreven in
2016/2017

Strafrecht 1 (deel 2) Materiële strafrecht. (geschreven voor de rug)

Voorbeeld van de inhoud

Materiële strafrecht (15e druk) samenvatting
H1. Inleiding
1.1 Nederlandse strafwetgeving: Het materiële strafrecht regelt in abstracto in welke
gevallen een persoon vanwege de staat kan worden gestraft en welke sancties dan mogen
worden opgelegd. Het formele strafrecht heeft betrekking op de wijze waarop in een
concreet geval moet worden vastgesteld of de strafwet is overtreden en of een bepaald
persoon deswege dient te worden gestraft. Misdrijven mogen alleen geformuleerd worden
in wetten in formele zin. De wet in formele zin dient de basis te verschaffen voor
regelingen van lagere orde waarin overtredingen zijn opgenomen.
1.3 Het wetboek van strafrecht; Algemeen deel: Het wetboek van Strafrecht bevat
algemene bepalingen die ook van toepassing zijn op de talloze strafbare feiten die niet in
het wetboek staan, maar die in bijzondere wetten en verordeningen zijn opgenomen. In het
Tweede Boek zijn de misdrijven ondergebracht en in het Derde Boek (een kleine selectie)
overtredingen. Klassieke of commune misdrijven zijn overtredingen van normen die hecht
verankerd zijn in de positieve moraal (verkrachting, moord, mishandeling). De
strafbaarheid van dergelijke gedragingen is bijna van alle tijden en alle plaatsen. Het
wetboek bevat geen verbodsbepalingen, maar delictsomschrijvingen. Er worden ‘feiten’
(gedragingen) omschreven die tot bestraffing aanleiding kunnen geven. In die
strafbaarstelling ligt impliciet besloten dat het gedrag verboden (wederrechtelijk) is. In
bijzondere wetten treft men juist wel expliciete verbods-en gebodsbepalingen aan.
1.4 Bescherming van rechtsgoederen en handhaving van normen; krenkings- en
gevaarzettingsdelicten: Strafbepalingen worden in het leven geroepen met het oog op de
bescherming van bepaalde rechtsbelangen (rechtsgoederen). Veel van de in het wetboek
strafbaar gestelde ‘feiten’ zijn gedragingen die rechtstreeks inbreuk maken op het
beschermde rechtsgoed. Krenkingsdelicten zoals wederspannigheid (art. 180 Sr) tasten
het door de wet beschermde openbaar gezag aan. Gevaarzettingsdelicten zijn te
onderscheiden in concrete en abstracte gevaarzettingsdelicten. Bij abstracte
gevaarzettingsdelicten is het onverschillig of het beschermde rechtsgoed daadwerkelijk is
gekrenkt of in gevaar gebracht. Het onderscheid tussen krenkings- en
gevaarzettingsdelicten is een product van het klassieke strafrecht, waarin het accent ligt op
de bescherming van rechtsgoederen. Strafbaar gesteld zijn alleen bepaalde (precies
omschreven) inbreuken.
1.5 Verhouding tot het burgerlijk recht, disharmonieën: Wat onder het strafrecht wordt
gebracht moet op spoor baar, vervolgbaar en bewijsbaar zijn. Hierdoor heeft het een eigen
systeem met daarin zijn eigen begrippen, dat afwijkt van de begrippen op andere terreinen
van het recht ook waar dezelfde woorden worden gebruikt.
1.6 Verhouding tot het bestuursrecht, bestuurlijke boete: Naast de strafrechtelijke
handhaving staat de civielrechtelijke, tuchtrechtelijke en bestuursrechtelijke handhaving.
Het Europees Hof is van mening dat een bestuurlijke boete wordt aangemerkt als een
criminal charge in de zin van art. 6 EVRM. Hierdoor moet er aan de procedurele
waarborgen van het EVRM worden voldaan. Uit het standpunt van het Europees Hof is de
bestuurlijke boete een strafsanctie. Uit onze eigen nationale maatstaven gemeten is van
strafrecht geen sprake. Dat heeft tot gevolg van het Algemene deel van het Wetboek van
Strafrecht niet (rechtstreeks) van toepassing is. Het Europese Hof bemoeit zich niet met de
nationale systematiek, het toetst alleen of de procedure overeenkomstig nationaalrecht
voldoet aan de verdragseisen.

,H2. Straftheorieën:
2.1 Inleiding: Het recht kent verschillende soorten sancties, zoals civielrechtelijke,
bestuursrechtelijke en strafrechtelijke. Strafrechtelijke sancties kunnen worden onderscheiden
in straffen en maatregelen. Een traditionele definitie van de straf is het toebrengen als zodanig
beoogd leed, punitieve sancties.
2.2 Twijfel omtrent de grondslagen: Bij het straffen draait het om het dreigen met leed.
Daarmee neemt het strafrecht een uitzonderlijke positie in. Dat blijkt ook als we kijken naar
de maatschappelijke fundering van het strafrecht. Aan de ene kant is het strafrecht een voor
iedereen vanzelfsprekend onderdeel van het recht: een wereld zonder strafrecht, zonder
gevangenissen laat zich niet goed denken, anders dan als utopie. Aan de andere kant is het
strafrecht misschien wel het moeilijkst te rechtvaardigen onderdeel van het recht.
2.3 Rechtshandhaving: Elke enigszins geordende samenleving kent regels. En die regels
functioneren alleen als zij gehandhaafd worden. Gedrag dat niet getolereerd kan worden en
dat niet of onvoldoende op andere wijzen tegengegaan kan worden, zal met behulp van het
strafrecht bestreden moeten worden. Het strafbaar stellen van menselijk gedrag betekent dat
de staat de verantwoordelijkheid op zich neemt de gestelede regels te handhaven. Hij laat dit
niet meer aan burgers over. Tevens houdt in onze samenleving het strafbaar stellen in, dat de
staat zich met de opsporing en vervolging van de overtredingen van de strafbaar gestelde
regels belast.
2.4 Doel en zin van het straffen: Straffen is leed toebrengen en daarom bestaat er
voortdurend bezininning op de rechtvaardiging van het straffen. Er bestaan verschillende
theorieën over de rechtvaardiging, absolute en relatieve theorieën. Absolute theorieën zoeken
de rechtvaardiging van de straf in de vergelding. Er wordt gestraft, omdat een misdaad is
gepleegd en de dader straf verdiend. De strafoplegging is op het verleden gericht. Relatieve
leren zijn op de toekomst gericht. Zij zoeken de rechtvaardiging van de straf in het effect dat
de straf heeft op de dader en de maatschappij. Het gaat vooral om de beveiliging door middel
van generale en speciale preventie. Bij speciale preventie is het doel te voorkomen dat de
dader recidiveert. Bij generale preventie gaat het om de afschrikkende werking die de straf in
het algemeen heeft. In hun zuivere vorm vinden absolute en relatieve theorieën nog maar
weinig verdedigers. De meeste schrijvers hanteren elementen uit beide theorieën.
2.5 Absolute theorieën: De vergeldings- of gerechtigheidstheorie wordt wel de moeder van
alle strafrechtstheorieën genoemd. De zin van straf ligt volgens deze theorie in vergelding.
Het Oude testament spreek van 'oog om oog, tand om tand'. Dit is een oeroud
vergeldingsprincipe die in veel culturen en rechtsstelsels wordt gehuldigd. De misstap van de
dader moet door middel van proportionele leedtoevoeging worden tenietgedaan. Op deze
wijze wordt recht gedaan en wordt de rechtsorde hersteld. De straf moet in verhouding staan
met het door hem gepleegde delict of wandaad.
Doelmatigheidsoverwegingen spelen bij deze theorie geen rol. Het gaat uitsluitend om
vergelding. De daad wordt in ogenschouw genomen, niet de persoon van de dader, zijn
omstandigheden, het slachtoffer of de toekomst van de dader en de recidivekans.
2.6 Relatieve theorieën: Relatieve theorieën kijken niet naar het delict gedrag in het
verleden, maar richten zich op het voorkomen van delict gedrag in de toekomst. Het draait bij
deze theorieën niet om vergelding, maar om generale- en speciale preventie:
Generale preventie wil zeggen dat de straf andere mensen moet afschrikken hetzelfde te
doen en speciale preventie houdt in dat de straf moet voorkomen dat de dader in herhaling
valt. Dit is een instrumentele benadering die in zijn zuiverste vorm onhoudbaar is. Immers,
het gaat bij het opleggen van de straf en het bepalen van de strafmaat niet om de omvang van
de schuld van de dader, maar louter om preventieve overwegingen. Het gaat om nuttigheid,
maar waar blijft de gerechtigheid?

, Speciale preventie richt zich op de individuele dader, het gaat om het voorkomen van
recidive.
2.7 Verenigingstheorieën: De naam zegt het al: de verenigingstheorieën verenigen beide
theorieën met elkaar. Zowel de absolute als de relatieve theorieën zijn te eenzijdig. De straf
moet of als vergelding dienen omwille van de gerechtigheid of de straf moet bij de dader
recidive voorkomen en andere mensen afschrikken.
"De straf moet proportioneel zijn aan de daad en de schuld (vergelding) en op evenwichtige
wijze verschillende doeleinden dienen. De boven- en benedengrens van de straf worden
bepaald door de ernst van de daad en de schuld van de dader; daarbinnen bepalen speciaal- en
generaal-preventieve overwegingen de soort, de maat, en de modaliteit van de straf."
Hiermee wordt tegemoetgekomen aan gerechtigheid en het rechtsgevoel van burgers, aan het
bevorderen van de veiligheid van de samenleving, de persoon en omstandigheden van de
individuele dader, aan het voorkomen van recidive en afschrikking en niet in de laatste plaats
aan het slachtoffer.

H3. Grondbeginselen van strafrecht
3.1 Nulla poena sine praevia lege poenali
3.1.1 Ratio: Tot de grondslagen van het Nederlands strafrecht behoort de
rechtszekerheidsgedachte, die is neergelegd in art. 16 GW en art. 1 lid 1 Sr, ‘dat geen feit
strafbaar is dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke strafbepaling’. Om de
burger te beschermen is de overheid bij het uitoefenen van diens macht gebonden aan zijn
regels. Bestraffing is een zeer ingrijpende manier van machtsuitoefening. De leer van
Feuerbach:
1 Iedere toepassing van straf kan slechts gebaseerd zijn op een voorafgegane strafwet.
2 De toepassing van straf is slechts mogelijk, wanneer de door de wet met straf bedreigde
gedraging heeft plaats gevonden.
3 De wettelijk met straf bedreigde gedraging heeft tot rechtsgevolg dat de door de wet
daarop gestelde straf wordt toegepast.

3.1.2 Inhoud van de regel: Uit de nulla poena-regel kunnen vier sub-regels worden afgeleid:
1 De straf moet berusten op een wet in formele zin  deze regel sluit bestraffing op grond
van gewoonte recht uit.
2 Het verbod van terugwerkende kracht wettelijke bepaling moet aan het feit zijn
voorafgegaan.
3 Het ‘Bestimmtheitsgebot’ (lex certa-begisnel) Nauwkeurige omschrijving van de
strafbare feiten en de op te leggen straffen is vereist. De burger weet dan waar hij aan toe
is. De wetgever dient vage strafbepalingen te vermijden.
4 Het verbod van Analogie Alleen een gedraging die aan een wettelijke omschrijving
beantwoordt, kan aanleiding geven tot bestraffing. Analogische toepassing van
strafbepalingen is hierdoor uitgesloten.

3.1.3 Vergelijking met art. 7 EVRM en art. 15 IVBPR: Art. 7 EVRM en art. 15 IVBP
waarborgen (evenals art. 1 Sr en art. 16 GW) de rechtszekerheid in het strafrecht. Art. 7
EVRM spreekt van strafbaarheid op grond van international law. Art. 7 EVRM biedt minder
bescherming dan art. 1 Sr en art. 16 GW. Wetten in formele zin kunnen wel aan art. 7 EVRM
worden getoetst, maar niet aan de Grondwet.

3.1.4 Interpretatie, analogie: Iedere strafbepaling vergt interpretatie, hiervoor bestaan
verschillende (hoofd) methoden:

Documentinformatie

Geüpload op
26 januari 2018
Aantal pagina's
22
Geschreven in
2016/2017
Type
SAMENVATTING
€5,99
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
liesxx2020 Rijksuniversiteit Groningen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
64
Lid sinds
8 jaar
Aantal volgers
52
Documenten
29
Laatst verkocht
1 jaar geleden

3,8

8 beoordelingen

5
2
4
3
3
2
2
1
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen