Motivatie: het proces waardoor iemands inspanningen energie krijgen. Er zijn 3
elementen van belang in deze definitie:
1. Inspanning- intensiteit of voortvarendheid.
2. Richting-inspanning gekanaliseerd op een manier waarvan de organisatie
profiteert
3. Vasthoudendheid- voortdurende inspanning om delen te realiseren.
Maslow rangschikte de volgens
hem universele behoeften van de
mens in deze hiërarchie. Volgens
zijn theorie zou de mens pas
streven naar bevrediging van de
behoeften die hoger in de
hiërarchie geplaatst werden nadat
de lager geplaatste behoeften
bevredigd waren.
X-theorie: de stelling dat werknemers werken vervelend vinden, lui zijn,
verantwoordelijkheden vermijden en veel toezicht nodig hebben.
Y-theorie: de stelling dat werknemers creatief zijn, werken leuk vinden,
verantwoordelijkheden nastreven en hun eigen weg vinden.
tweefactorentheorie: de theorie dat
interne factoren gerelateerd zijn aan
voldoening en motivatie en externe
factoren aan ontevredenheid. Zie figuur
->
Driebehoeften theorie: een theorie
die stelt dat er drie behoeftes zijn
(persoonlijk succes, macht en
persoonlijk contact) die een sterke
motiverende invloed hebben op werk.
1. Presentatiebehoefte: de
behoefte om te excelleren en
succes te behalen.
2. Behoefte aan macht. De
behoefte om hete gedrag van
andere te sturen zodat het
overeenkomt met jouw
doelstellingen.
3. Behoefte aan affiliatie. De behoefte om vriendschappen en hechte persoonlijke
relaties aan te gaan.
Doelstellingentheorie (MBO): het uitgangspunt dat specifieke doelen de prestatie
verbeteren en dat lastige doelen, indien geaccepteerd tot betere prestaties leiden dan
eenvoudige doelen.
Bekrachtigingstheorie: de theorie dat gedrag bepaald word door de gevolgen van dat
gedrag. consequenties beïnvloeden gedrag. Denk hier even over na. Consequenties
beïnvloeden gedrag. Het betekent dat mensen iets doen omdat ze weten dat er andere
dingen op zullen volgen. Afhankelijk van de soort consequentie die volgt, zullen mensen
bepaald gedrag vertonen en ander gedrag vermijden.
elementen van belang in deze definitie:
1. Inspanning- intensiteit of voortvarendheid.
2. Richting-inspanning gekanaliseerd op een manier waarvan de organisatie
profiteert
3. Vasthoudendheid- voortdurende inspanning om delen te realiseren.
Maslow rangschikte de volgens
hem universele behoeften van de
mens in deze hiërarchie. Volgens
zijn theorie zou de mens pas
streven naar bevrediging van de
behoeften die hoger in de
hiërarchie geplaatst werden nadat
de lager geplaatste behoeften
bevredigd waren.
X-theorie: de stelling dat werknemers werken vervelend vinden, lui zijn,
verantwoordelijkheden vermijden en veel toezicht nodig hebben.
Y-theorie: de stelling dat werknemers creatief zijn, werken leuk vinden,
verantwoordelijkheden nastreven en hun eigen weg vinden.
tweefactorentheorie: de theorie dat
interne factoren gerelateerd zijn aan
voldoening en motivatie en externe
factoren aan ontevredenheid. Zie figuur
->
Driebehoeften theorie: een theorie
die stelt dat er drie behoeftes zijn
(persoonlijk succes, macht en
persoonlijk contact) die een sterke
motiverende invloed hebben op werk.
1. Presentatiebehoefte: de
behoefte om te excelleren en
succes te behalen.
2. Behoefte aan macht. De
behoefte om hete gedrag van
andere te sturen zodat het
overeenkomt met jouw
doelstellingen.
3. Behoefte aan affiliatie. De behoefte om vriendschappen en hechte persoonlijke
relaties aan te gaan.
Doelstellingentheorie (MBO): het uitgangspunt dat specifieke doelen de prestatie
verbeteren en dat lastige doelen, indien geaccepteerd tot betere prestaties leiden dan
eenvoudige doelen.
Bekrachtigingstheorie: de theorie dat gedrag bepaald word door de gevolgen van dat
gedrag. consequenties beïnvloeden gedrag. Denk hier even over na. Consequenties
beïnvloeden gedrag. Het betekent dat mensen iets doen omdat ze weten dat er andere
dingen op zullen volgen. Afhankelijk van de soort consequentie die volgt, zullen mensen
bepaald gedrag vertonen en ander gedrag vermijden.