Het maken van de juiste keuze is niet altijd makkelijk en de gevolgen van een keuze
worden vaak beïnvloed door anderen.
Soms komt er geen samenwerking tot stand omdat de partners elkaar niet vertrouwen
en bang zijn dat de ander zijn belofte niet houdt. Die situatie is een voorbeeld van het
gevangenendilemma of prison r’s dilemma. Het gevangenendilemma is afkomstig uit de
speltheorie. De speltheorie bestudeert het nemen van beslissingen waarbij de uitkomst
afhangt van wat anderen doen.
Hoofdstuk 2
Veel jongeren hebben eigen middelen. Ze krijgen zakgeld of hebben een baantje. Als ze
hun inkomen uitgeven aan kleding, uitgaan, bellen, enzovoort, is er sprake van
consumptie. Het deel van je inkomen dat je niet uitgeeft, wordt gespaard. Als je meer
wilt uitgeven dan je hebt, moet je geld lenen.
Ruilen over de tijd
Sparen is het uitstellen van consumptie en lenen is het vervroegen van consumptie. Er
wordt geruild over de tijd. Geld verdienen en geld uitgeven gebeuren in verschillende
periodes. Als je geld leent, moet je rente betalen en als je spaart, ontvang je rente.
Hoofdstuk 3
De inkomens die mensen verdienen in het productieproces worden primaire inkomen
genoemd.
Over inkomen moet loonheffing betaald worden. De loonheffing bestaat uit de
loonbelasting en de premie volksverzekeringen.
Het loon dat overblijft na aftrek van de belastingen (en sociale premies) noemen we het
nettoloon.
De loonheffing wordt berekend volgens het schijventarief. Nederland heeft een
progressief belastingstelsel: naarmate het inkomen stijgt, moet over de toename van het
inkomen een hoger percentage betaald worden. De overheid gaat hierbij uit van het
draagkrachtbeginsel. Het draagkrachtbeginsel houdt in dat hogere inkomens in
verhouding meer belasting betalen dan lagere inkomens. De inkomensverschillen worden
relatief kleiner, er is sprake van nivellering van inkomens.
Hoofdstuk 4
Inkomensverschillen tussen personen kunnen worden gemeten door de verhouding
tussen (10%) mensen met de hoogste inkomens en (10%) mensen met de laagste
inkomens uit te rekenen. Hoe groter deze verhouding, hoe groter de