College 1
Latente variabele/latente trek/hypothetisch construct → onobserveerbaar
construct (meten
met indicatoren)
Operational construct → de procedures die worden gebruikt om latente
variabelen te meten.
Dominantie is een voorbeeld van een latente trek omdat het niet geobserveerd kan worden.
Test = gedragingen die systematisch worden verzameld om mensen te vergelijken
Norm referenced → score van de respondent wordt geïnterpreteerd t.o.v. de
scores van andere respondenten
Criterion referenced → score van respondent wordt geïnterpreteerd onafhankelijk
van de scores van anderen. Iemand bepaalt zoveel fout is is een 5,5 en dan heb
je het gehaald.
SAT en ACT → Amerikaanse toetsen voor universiteit
In Nederland heb je je diploma
+ je bent aan het stapelen dus niet 1 meetmoment
- Met een test kan je ergens komen waar je met je diploma misschien niet kan
komen
Speededtest → snelheidstest (zonder tijdsdruk → heel makkelijk)
Projectietest → client moet vertellen wat hij ziet in tekening/inkt-vlekken
Nominaal identity - onderscheid (m/v)
- met cijfers rekenen is niet zinvol
Ordinaal identity, ordening - bepaalde volgorde
- rekenen met cijfers is niet zinvol
Interval identity, ordening, quantity - geen absoluut nulpunt (graden celsius)
- rekenen is mogelijk, de verschillen zijn betekenisvol
Ratio identity, ordening, quantity, zero - waarde 0 → eigenschap ontbreekt → absoluut nulpunt
- rekenen is mogelijk
indicatief → positieve woorden (hoe je niet te hercoderen)
contra indicatief → negatieve woorden (moet je hercoderen)
arbitrair = willekeurig, niet gebaseerd op bepaalde overtuiging/argumentatie
The size of a unit een gram is arbitrair in size
een IQ test is arbitrair in size
The link of the object een gram is arbitrair in object, a meter is not tied to one single object
, een IQ test is niet arbitrair in object, an IQ point is specifically tied to IQ
Psychometrics → principes en concepten voor het bepalen of een testscore
produceert die psychologisch betekenisvol en betrouwbaar is
ontwikkeling testprocedures:
periode tot verschijnen van de Binet-Simon test drie gebieden waarin testen zich ontwikkelden
- psychiatrie - experimentele psychologie - genetica
tussen verschijnen Binet-Simon en WOI Binet Simon test eerste intelligentie test
Spearman’s twee factoren theorie
WOI tot WOII Munsterberg → reactionele selectieprocedure → collectieve
tests
in EU → individuele diagnostiek
in Amerika → groepstests
Engeland → tussenpositie
Thurstone → intelligentie is een complex geheel van
groepsfactoren
persoonlijkheidstest
WOII tot heden WOII expansie op alle terreinen van testen
computer gebruik:
- Itembanken → grote verzameling aan data waarmee
allemaal
verschillende testen gemaakt worden
- adaptief testen → test zoveel mogelijk op niveau van de
participant
In NL ontwikkeling geremd door oriëntatie van de psychologie op de intuïtie van de
psycholoog.
Participants reactivity : fenomeen waarbij reacties en/of gedragingen worden beïnvloed door
hun bewustzijn van dat ze deel uitmaken van een onderzoek.
- demand characteristics → interpretatie doel onderzoek
- social desirability → gedrag veranderen om indruk te maken op de persoon
die de
metingen uitvoert
- malingering → opzettelijk slechter presteren
- expectations and bias effects → wanneer de onderzoeker onbewust de
onderzoeksresultaten beïnvloedt door de
verwachting die hij/zij heeft.
- composite score → neiging vertrouwen op de gemiddelde score
- score sensitivity
- tekort aan bewustzijn
Obstakels ontwikkelen testen Wundt (experimentele psychologie):
- verschillen tussen mensen worden gezien als fouten
- gestandaardiseerde onderzoeksprocedure
Latente variabele/latente trek/hypothetisch construct → onobserveerbaar
construct (meten
met indicatoren)
Operational construct → de procedures die worden gebruikt om latente
variabelen te meten.
Dominantie is een voorbeeld van een latente trek omdat het niet geobserveerd kan worden.
Test = gedragingen die systematisch worden verzameld om mensen te vergelijken
Norm referenced → score van de respondent wordt geïnterpreteerd t.o.v. de
scores van andere respondenten
Criterion referenced → score van respondent wordt geïnterpreteerd onafhankelijk
van de scores van anderen. Iemand bepaalt zoveel fout is is een 5,5 en dan heb
je het gehaald.
SAT en ACT → Amerikaanse toetsen voor universiteit
In Nederland heb je je diploma
+ je bent aan het stapelen dus niet 1 meetmoment
- Met een test kan je ergens komen waar je met je diploma misschien niet kan
komen
Speededtest → snelheidstest (zonder tijdsdruk → heel makkelijk)
Projectietest → client moet vertellen wat hij ziet in tekening/inkt-vlekken
Nominaal identity - onderscheid (m/v)
- met cijfers rekenen is niet zinvol
Ordinaal identity, ordening - bepaalde volgorde
- rekenen met cijfers is niet zinvol
Interval identity, ordening, quantity - geen absoluut nulpunt (graden celsius)
- rekenen is mogelijk, de verschillen zijn betekenisvol
Ratio identity, ordening, quantity, zero - waarde 0 → eigenschap ontbreekt → absoluut nulpunt
- rekenen is mogelijk
indicatief → positieve woorden (hoe je niet te hercoderen)
contra indicatief → negatieve woorden (moet je hercoderen)
arbitrair = willekeurig, niet gebaseerd op bepaalde overtuiging/argumentatie
The size of a unit een gram is arbitrair in size
een IQ test is arbitrair in size
The link of the object een gram is arbitrair in object, a meter is not tied to one single object
, een IQ test is niet arbitrair in object, an IQ point is specifically tied to IQ
Psychometrics → principes en concepten voor het bepalen of een testscore
produceert die psychologisch betekenisvol en betrouwbaar is
ontwikkeling testprocedures:
periode tot verschijnen van de Binet-Simon test drie gebieden waarin testen zich ontwikkelden
- psychiatrie - experimentele psychologie - genetica
tussen verschijnen Binet-Simon en WOI Binet Simon test eerste intelligentie test
Spearman’s twee factoren theorie
WOI tot WOII Munsterberg → reactionele selectieprocedure → collectieve
tests
in EU → individuele diagnostiek
in Amerika → groepstests
Engeland → tussenpositie
Thurstone → intelligentie is een complex geheel van
groepsfactoren
persoonlijkheidstest
WOII tot heden WOII expansie op alle terreinen van testen
computer gebruik:
- Itembanken → grote verzameling aan data waarmee
allemaal
verschillende testen gemaakt worden
- adaptief testen → test zoveel mogelijk op niveau van de
participant
In NL ontwikkeling geremd door oriëntatie van de psychologie op de intuïtie van de
psycholoog.
Participants reactivity : fenomeen waarbij reacties en/of gedragingen worden beïnvloed door
hun bewustzijn van dat ze deel uitmaken van een onderzoek.
- demand characteristics → interpretatie doel onderzoek
- social desirability → gedrag veranderen om indruk te maken op de persoon
die de
metingen uitvoert
- malingering → opzettelijk slechter presteren
- expectations and bias effects → wanneer de onderzoeker onbewust de
onderzoeksresultaten beïnvloedt door de
verwachting die hij/zij heeft.
- composite score → neiging vertrouwen op de gemiddelde score
- score sensitivity
- tekort aan bewustzijn
Obstakels ontwikkelen testen Wundt (experimentele psychologie):
- verschillen tussen mensen worden gezien als fouten
- gestandaardiseerde onderzoeksprocedure