Economie H4-H14
Hoofdstuk 4
Allocatie = de verdeling van de productefactoren over de productmogelijkheden.
Productiefactorien Bieloning
Arbeid Loon
Kapitaal Rente
Natuur Pacht
Ondernemingsactviteit Winst / verlies
Productiemiddielien = alles wat nodig is om te kunnen produceren.
Substtuieierbarie goiedierien = goed dat in de plaats van een ander goed gebruikt kan worden (kofe e
thee).
Compliemientairie goiedierien = goederen die elkaar aanvullen (tandenborstel e tandpasta).
Homogieien = producten die overeenkomstg ijn op alle vlakken.
Hietierogieien = de eigenschappen van een product kunnen wel anders ijn.
Productdifierientatie = het aanbrengen van verschillen in het productaanbod van verschillende
aanbieders.
Pierfiect wierkiendie marktien = veel aanbieders, homogene producten, 1 aanbieder kan prijs niet
beïnvloeden, evenwichtsprij en.
Niiet-pierfiect wierkiendie marktien = 1 aanbieder kan prijs wel beïnvloeden.
Prijsniemier = aanbieder die elf ijn verkoopprijs vaststelt (monopolie en oligopolie).
Prijszietng = vaststelling van de prijs bij regeringsmaatregel, onafankelijk van vraag en aanbod op
de markt.
1
, Hoofdstuk 5
Bietalingsbierieidhieid = de hoeveelheid iemand bereid is om voor een product te betalen.
Consumientiensurplus = wanneer consumenten bereid ijn om méér te betalen dan de geldende prijs.
Cietieris-paribusvoorwaardie = de overige omstandigheden blijven onveranderd (constant).
Elastcitieit = hoeveel de prijs verandert
= gevolg / oor aak
Noodzakielijkie goiedierien = Goed of product dat de mens nodig heef om in de eerste
levensbehoefen te voor ien.
Luxiegoiedierien = goederen die niet direct in de eerste levensbehoefe van de consument voor ien,
maar waaraan de consument wel een eker nut ontrekt. Luxegoederen ijn een economisch goed
waarnaar, bij een stjging van het inkomen, een meer dan evenredige stjging van de vraag naar dat
goed ontstaat.
Infieriieurie goiedierien = een goed waarvan de consument minder gaat kopen als ijn inkomen stjgt en
waarvan hij meer gaat kopen als ijn inkomen daalt.
Driempielinkomien = inkomen vanaf welke bepaalde goederen worden aangeschaf. Goederen die een
drempelinkomen hebben ijn luxe goederen, omdat bij stjging van het inkomen de consumpte van
het goed meer dan evenredig toeneemt.
2
Hoofdstuk 4
Allocatie = de verdeling van de productefactoren over de productmogelijkheden.
Productiefactorien Bieloning
Arbeid Loon
Kapitaal Rente
Natuur Pacht
Ondernemingsactviteit Winst / verlies
Productiemiddielien = alles wat nodig is om te kunnen produceren.
Substtuieierbarie goiedierien = goed dat in de plaats van een ander goed gebruikt kan worden (kofe e
thee).
Compliemientairie goiedierien = goederen die elkaar aanvullen (tandenborstel e tandpasta).
Homogieien = producten die overeenkomstg ijn op alle vlakken.
Hietierogieien = de eigenschappen van een product kunnen wel anders ijn.
Productdifierientatie = het aanbrengen van verschillen in het productaanbod van verschillende
aanbieders.
Pierfiect wierkiendie marktien = veel aanbieders, homogene producten, 1 aanbieder kan prijs niet
beïnvloeden, evenwichtsprij en.
Niiet-pierfiect wierkiendie marktien = 1 aanbieder kan prijs wel beïnvloeden.
Prijsniemier = aanbieder die elf ijn verkoopprijs vaststelt (monopolie en oligopolie).
Prijszietng = vaststelling van de prijs bij regeringsmaatregel, onafankelijk van vraag en aanbod op
de markt.
1
, Hoofdstuk 5
Bietalingsbierieidhieid = de hoeveelheid iemand bereid is om voor een product te betalen.
Consumientiensurplus = wanneer consumenten bereid ijn om méér te betalen dan de geldende prijs.
Cietieris-paribusvoorwaardie = de overige omstandigheden blijven onveranderd (constant).
Elastcitieit = hoeveel de prijs verandert
= gevolg / oor aak
Noodzakielijkie goiedierien = Goed of product dat de mens nodig heef om in de eerste
levensbehoefen te voor ien.
Luxiegoiedierien = goederen die niet direct in de eerste levensbehoefe van de consument voor ien,
maar waaraan de consument wel een eker nut ontrekt. Luxegoederen ijn een economisch goed
waarnaar, bij een stjging van het inkomen, een meer dan evenredige stjging van de vraag naar dat
goed ontstaat.
Infieriieurie goiedierien = een goed waarvan de consument minder gaat kopen als ijn inkomen stjgt en
waarvan hij meer gaat kopen als ijn inkomen daalt.
Driempielinkomien = inkomen vanaf welke bepaalde goederen worden aangeschaf. Goederen die een
drempelinkomen hebben ijn luxe goederen, omdat bij stjging van het inkomen de consumpte van
het goed meer dan evenredig toeneemt.
2