rechtspleging
1. Inleiding
Vorige week zijn we ingegaan op het begrip van waarheidsvinding in de
context van het opsporingsonderzoek en vervolging in het strafrecht.
Daarbij werd duidelijk dat we, als gevolg van onze evolutionaire
cognitieve instincten, in de alledaagse waarheidsvinding vatbaar zijn
voor verschillende vormen van ‘dwalingen’ (zie ook Deel II, pp. 107-
160). Feiten zijn essentieel voor het strafrecht. Zonder feitelijke
grondslag (vgl. Vranken) mist een rechterlijke uitspraak immers
rechtvaardiging. Dit veronderstelt onder andere dat we over de juiste
feiten (waarheden) beschikken. Maar wat is het om te zeggen dat iets
waar is? Bovendien komt het slechts zelden voor dat de voor het
strafproces relevante feiten eenduidig en onbetwijfelbaar zeker zijn.
Vanwege het vervallen van het hoorcollege op Tweede Paasdag blikt het
hoorcollege deze week vooruit op het afsluitende thema: de
toekomstbestendigheid van de rechtspleging. Het hoorcollege wordt
verzorgd door dr. Iris van Domselaar. In het hoorcollege zal procedurele
rechtvaardigheid (thema III) vanuit een deugdethisch perspectief
benaderd worden.
Tijdens de werkgroep gaan we nader in op de problematiek aan de hand
van een aantal vragen. De herschreven paper wordt tijdens deze
werkgroepbijeenkomst ingeleverd.
2. Leerdoelen
- Kennis van en inzicht in concepties van waarheid
- Kennis van en inzicht in concepties van waarschijnlijkheid
- Kennis van en inzicht in de (on)mogelijkheden van het gebruik van
waarschijnlijkheidsargumenten in (straf)rechtelijke
waarheidsvinding
, 3. Literatuur
- DERKSEN 2014T. Derksen De ware toedracht. Praktische
wetenschapsfilosofie voor waarheidszoekers, Leusden: ISVW 2014,
Deel II, p. 107-159 en Deel III, p. 161-178 (Deel IV, p. 179-214, behoort
dus niet tot de verplichte stof.)
4. Opdrachten en vragen
A. Waarheidsconcepties en constructietheorie
1. Conceptuele analyse van het waarheidsbegrip
In Deel III uit het boek van Derksen zien we een belangrijk voorbeeld
van de conceptuele methode terugkeren. Waarheid is namelijk ook een
berucht lastig te analyseren concept. Derksen bespreekt drie concepties
of theorieën van waarheid (correspondentie, coherentie en constructie).
a. Beschrijf de drie concepties van waarheid. Om welke redenen acht
Derksen uiteindelijk de correspondentietheorie juist (vgl. p. 174)?
De correspondentietheorie ziet de waarheid als overeenkomst tussen wat
iemand vertelt en de werkelijkheid. Wat iemand vertelt is waar wanneer
de werkelijkheid in feite zo is als de persoon vertelt.
Volgens de coherentietheorie is een bewering waar wanneer die
bewering past bij andere beweringen die we aanvaarden.
Volgens de constructivistische waarheidstheorie is het geconstrueerde
verhaal van een samenleving waarheid.
De correspondentietheorie is uiteindelijk de juist. Deze stelt de ware
toedracht centraal. Met de erkenning van de fouten wordt de ware
toedracht de toetssteen van de waarheid en niet de beslissing van de
rechter. Ook de rechtszekerheid eist waarheid als ware toedracht.
Zie aantekeningen onderaan.
b. Discussievraag:Bent u het met Derksens keuze voor de
correspondentietheorie eens?