THEMA 5 – INTERVENTIES OP HET GEBIED VAN ARBEID EN
GEZONDHEID
Hoofdstuk 7 – Counseling, Coaching, en Online-interventiemethoden
7.1 Inleiding
De markt voor trainingen voor ‘soft skills’ groeide tot 2020 wereldwijd met
10% per jaar. Ook aan individuele begeleiding in de vorm van coaching
wordt meer en meer geld besteed. Medewerkers willen zich ook
persoonlijk en professioneel ontwikkelen, omdat ze tegen de grenzen van
hun kunnen aanlopen, stress ervaren of in een burn-out raken:
17% van de werknemers ervaart burn-outklachten
10% voldoet niet gemakkelijk aan psychische eisen van het werk
50% verwaarloost familieactiviteiten vanwege werk
Een werkgever kan in die gevallen overwegen om werk- of
taakaanpassingen door te voeren, scholing aan te bieden of individuele
interventie (coaching en counseling) in te richten. Ook online worden
interventies aangeboden.
7.2 Interventies op basis van casuïstiek en inzet
begeleidingsprofessional
Interventievormen en hun toepassing worden in twee dimensies geplaatst:
zwaarte van de casuïstiek en de mate van tijdsinvestering van de
begeleidingsprofessional (de coach; de counselor).
Hoe ingewikkelder of omvangrijker een gewenste gedragsverandering of
problematiek is, hoe meer inzet van de begeleidingsprofessional gewenst
is.
Zeer ernstige casuïstiek of psychische stoornis waarbij kortdurende
begeleiding niet voldoende is doorverwijzen naar therapeut voor
psychotherapie
Lichte casuïstiek kan met weinig inzet van begeleidingsprofessionals
met apps en portals behandeld worden. Er is weinig tot geen
tussenkomst van de begeleidingsprofessional.
Counseling is kortdurende individuele psychosociale begeleiding
voor mensen die in emotionele of sociale problemen zijn geraakt of
dreigen te geraken.
Voor ontwikkelingswensen zonder problematiek is coaching zinvol.
Coaching is het creatieve proces waarbij de cliënt als partner wordt
geïnspireerd en uitgedaagd om tot zijn maximale persoonlijke en
professionele potentieel te komen.
Verder is er ook nog de optie tot e-counseling en e-coaching: hierbij
hoeven cliënt en begeleider niet samen op locatie te komen en vindt
de begeleiding op afstand plaats.
7.3 Herkomst en werkende ingrediënten
De meest gebruikte methoden en technieken binnen counseling en
coaching hebben te maken met psychotherapie. Psychotherapie is een
1
,behandelingsvorm voor mensen met psychosociale problemen en/of
psychiatrische stoornissen. De bekendste psychotherapievormen zijn:
Gedragstherapie: het veranderen en aanpassen van ongezond gedrag
Cognitieve therapie: het veranderen en aanpassen van disfunctionele
gedachten
Psychodynamische therapie: het zichtbaar maken van onbewuste
gedachten en vergeten ervaringen
Schematherapie: het achterhalen en aanpassen van de oorsprong van
bepaalde gedragspatronen
Interpersoonlijke therapie: het begrijpen en veranderen van ongezonde
interacties met anderen
Cliëntgerichte therapie: inzicht en het vergroten van de persoonlijke
kracht van de cliënt
Oplossingsgerichte therapie: sterke kanten en hulpbronnen van de
cliënt
Acceptance and Commitment Therapy (ACT): de context en waarden
van de cliënt staan centraal
Een interventie wordt gekozen vanuit twee benaderingen:
1) Specifieke factoren
Volgens deze benaderingswijze wordt de effectiviteit van de therapie
wordt bepaald door de aanwezigheid van factoren die specifiek zijn
voor desbetreffende therapie. De doelstelling van een therapie
(gebaseerd op specifieke factoren) wordt gebruikt om achteraf te
bepalen in welke mate de therapie succesvol was.
Bijvoorbeeld: iemand leeft volgens disfunctionele schema’s. Met
schematherapie zou de schema’s minder moeten uitdagen en
iemand meer volgens andere gedragspatronen moeten laten leven.
2) Generieke factoren
Volgens deze benaderingswijze is therapie vooral effectief dankzij
factoren die in vrijwel elke therapievorm terugkomen. Dit wordt ook wel
het ‘dodo-effect’ genoemd. Zolang een therapie bepaalde generieke
factoren bevat, maakt het niet uit welke vorm je kiest. Er zijn drie
generieke factoren:
1. Motivatie en hoop: een wil om te leren en hoop op verandering
2. Therapeutische relatie: er is een empathische therapeut nodig
3. Therapeutische ingrediënten: factoren die gezond gedrag
bewerkstellingen en de cliënt laten ervaren dat zijn klachten te
duiden zijn vanuit een bepaald kader en dat eraan te werken is.
De therapeutische relatie (een goede band tussen therapeut en cliënt),
een gemotiveerde cliënt en een empathische therapeut lijken het verschil
te maken. De precieze therapie niet.
7.4 Counseling als interventie
7.4.1 Definitie en kenmerken
Counseling vooral als een medewerker negatieve gevoelens, moeheid,
gebrek aan energie, spanningsklachten, hoofdpijn of lusteloosheid ervaart.
Is gestoeld op het ‘medische model’: er is sprake van disfunctioneren dat
verholpen moet worden. Ook klachtenreductie is belangrijk.
2
, Counseling: kortdurende vorm van individuele psychosociale begeleiding.
Kortdurend: meestal 1 tot 8 uur aan gesprekssessies, een sessie duurt
1 tot 1,5 uur. De klachten moeten dan ook te reduceren zijn in een
relatief kort tijdsbestek van enkele maanden. De counselor schat
tijdens een intakegesprek in of dit haalbaar is.
Individueel: het is een een-op-eenbegeleidingsrelatie binnen een veilige
en afgebakende omgeving. Inhoudelijke informatie mag bewust dan wel
onbewust niet verschaft worden aan anderen, zoals de werkgever. De
werkgever mag op zijn beurt ook niet naar zaken als oorzaak van het
verzuim, voortgang, gemaakte afspraken, problemen uit het verleden
of de privésfeer vragen.
Psychosociaal: als een wisselwerking tussen iemands psychisch en
sociaal functioneren. Bijvoorbeeld als iemand gepest wordt (sociaal) en
daardoor in de put raakt (psychisch). Toch kan in zo’n geval iemands
psychische onzekerheid ervoor zorgen dat diegene niet van zich af durft
te bijten in pestsituaties. Dit disfunctioneren houdt zichzelf dan in
stand. Ook biopsychosociale counseling kan soms helpen.
Begeleiding: bestaat vooral uit gespreksvoering met
1. Klachtenreductie door bijv. ontspanningsoefeningen. Daarna is er
pas ruimte om te onderzoeken wat de aanleiding van de klachten
is.
2. Gesprekken voor het krijgen van nieuwe inzichten voor de cliënt.
De cliënt vertelt uitgebreid en de counselor helpt door vragen te
stellen en empathisch te luisteren.
3. Oefeningen/huiswerk om zichzelf in de praktijk te onderzoeken.
Veelal zijn deze oefeningen ontleend aan technieken uit de
psychotherapie.
De cliënt krijgt zo meer grip op de situatie: het psychosociale
functioneren verbetert en de veranderingen in overtuiging en gedrag
worden bestendiger gemaakt. Ook wordt nog een terugvalpreventieplan
opgesteld.
7.4.2 De bakermat van counseling: Cliëntgerichte therapie
Counseling is ontstaan toen Carl Rogers zijn behandelingen niet onder
‘psychotherapie’ mocht verkopen. Hij ontwikkelde een interventievorm als
basis voor zijn counseling: de cliëntgerichte therapie. Binnen deze
therapie staat het inzicht van de patiënt in zichzelf centraal. Ieder mens
weet zelf het beste wat er met hem aan de hand is; de behandelaar is er
slechts ter begeleiding en faciliteert door de cliënt in zijn volledigheid te
accepteren. Zo wordt de cliënt ook aangemoedigd mild te zijn naar zichzelf
en zichzelf te accepteren.
Voordat deze behandeling populair werd, werd er vooral gewerkt vanuit
een vrij hiërarchische relatie tussen behandelaar en patiënt. Volgens de
cliëntgerichte benadering, waarbinnen de patiënt dus een cliënt genoemd
wordt, heeft de behandelingswijze positieve effecten op het gevoel van
regie en de motivatie van de cliënt. Mensen zijn proactiever en
gemotiveerder in een behandeling als hun eigen kennis als waardevol
wordt ingeschat en de eigen krachten worden ingezet in plaats van enkel
afhankelijk te zijn van de kennis en kracht van de behandelaar.
3