1. de drie bedrijfseconomische principes van investeringsbeslissingen verhelderen.
(5)
1 isoleer de investering van de reguliere bedrijfsvoering van de organisatie
Om een bedrijfseconomisch juist oordeel te kunnen geven over een investeringsvoorstel, moet de
investering worden geïsoleerd van de gewone bedrijfsvoering. Dit heeft te maken met het principe
‘ceteris paribus’, latijns voor ‘houd de overige omstandigheden constant’.
Het management beoordeelt het investeringsvoordeel alsof alle andere omstandigheden niet
veranderen: de investering is een opzichzelfstaand iets en heeft geen verband met de rest van de
organisatie.
2 denk in geldstromen en niet in winst
Dat betekent dat alleen de uitgaven en ontvangsten die het gevolg zijn van een investering mee
worden genomen in de besluitvorming. De in de praktijk meeste gebruikte en beste methoden om
te bepalen of een investering waarde toevoegt aan de organisatie kijken dus uitsluitend naar de
effecten op de liuuide middelen die het geschatte gevolg zijn van een investering. De methoden die
via deze aanpak, zijn de boekhoudkundige terugverdienperiode, de netto constante waarde
methode en de methode interne rentabiliteit.
3 scheid de investeringsbeslissing van de fnancieringsbeslissing: denk in primaire geldstromen.
Twee belangrijke vragen:
Volgens brealey en Myers:
1: What real assets should the frm invest in?
2: How should the cash for the investment be raised?
Het management moet eerst beslissen of de investering bedrijfseconomisch haalbaar is. Zo ja, dan
is de volgende vraag hoe het investeringsplan gefnancierd kan worden. Een investering maakt deel
uit van het primaire proces van een organisatie en zal daar, met primaire geldstromen,
terugverdiend moeten worden. De secundaire geldstromen, de fnanciering dus, staan daar in
eerste instantie buiten: zij zijn niet voor niet secundair.
Een bedrijfseconomisch verstandig investeringsvoorstel kan altijd gefnancierd worden, anders is
het geen goed voorstel.
, 2. de vijf stappen van het investeringsvoorstel verhelderen. (5)
Stap 1: vertaal het investeringsvoorstel naar geld
Bij het omzetten van een investeringsvoorstel naar geld gaat het erom ten eerste de
geldbedragen te schatten en ten tweede te bepalen wanneer de uitgaven plaatsvinden. Het
resultaat van deze stap is een tijdbalk met alle relevant gelduitgaven en geldontvangsten.
Stap 2: Kies een of meer methoden om te beoordelen.
Op basis van de tijdbalk uit stap 1 kan een bedrijfseconoom gaan rekenen. Het doel van deze
berekening is vast te stellen of een investeringsvoordeel bedrijfseconomisch verstandig,
haalbaar of rendabel is. Er worden vier methoden besproken.
1 Boekhoudkundige terugverdienperiode (BTP)
2 Netto constante waarde (NCW)
3 interne rentabiliteit (IR)
4 gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit (GBR)
Stap 3: Weeg het risicoaspect van het investeringsvoorstel
In stap 3 worden twee manieren toegelicht om in de beoordeling van een investeringsvoorstel
het risico mee te laten wegen, met hun voor- en nadelen.
1. Eenvoudigste manier is het verhogen van het vereiste rendement, waarbij geldt: hoe hoger,
hoe meer risico en hoe lager de netto constante waarde.
2. Scenarioanalyse opstellen
Stap 4: inventariseer de niet-fnanciële aspecten die de beslissing beïnvloeden.
In stap 4 blijkt hoe belangrijk de niet-fnanciële overwegingen zijn voor een investeringsvoorstel.
Het moet de eerste prioriteit zijn te proberen te proberen deze argumenten zo goed mogelijk in
geld te vertalen en mee te nemen in berekeningen. Het trio proft, planet en people kan een
handige kapstok zijn om de niet-fnanciële argumenten aan op te hangen.
Stap 5: Beoordeel de uitkomst en beslis
Laatste stap in het stappenplan waarin de resultaten van de berekeningen worden beoordeeld.
3. ten behoeve van een investeringsvoorstel de boekhoudkundige
terugverdienperiode berekenen. (5)