Oudheid hoorcollege 19
Welke structurele problemen leiden tot de val van de Republiek? 133 – 49 v.C.
De val van de Republiek is een licht misleidende vorm, hoewel de republiek als
staatkundig systeem tot val komt, maar de res publica ofwel de algemene zaak blijft
bestaan. De politieke en sociale structuren van stadstaat Rome pasten zich niet aan
op de nieuwe schaalgrote van het Romeinse (wereld)rijk. Zie kaarten op PowerPoint,
koningstijd 753, na 2e Punische oorlog, en na Augustus, je ziet een enorme
gebiedsuitbreiding.
Destabilisering van sociale verhoudingen
De goede oude tijd volgens Appianus eindigde met de overwinning op Carthago,
voor deze tijd zorgde interne onenigheid nooit voor conflicten. Dit is terugkijken naar
een goede oude tijd die nooit bestaan heeft, denk maar aan bezetting van Capitool,
standenstrijd enzovoort. Dit is dus een geromantiseerd beeld van wat er vroeger
was, toch keken veel auteurs in de 1e eeuw voor en na Christus na dit beeld en
zeiden tevens dat tot Carthago wordt verslagen in 146 en er geen gezamenlijke
vijand meer is waardoor er interne vijanden gaan ontstaan je krijgt dan Gracchus en
de burgeroorlogen enzovoort. Waarom destabiliseren de sociale verhoudingen de
1ste Punische oorlog (beschreven door Maximus uit 1 e eeuw n.C. zijn secundaire
bronnen), uit deze bron zie je dat de generaal ofwel een zeer belangrijke man slechts
een klein stukje land heeft met 1 hulp in loondienst als deze ervandoor gaat moet de
generaal terug naar huis omdat anders zijn vrouw en kind sterven, ofwel generaals
waren gewoon burgers met land. Inflatie aan rijkdom Deze generaal had
waarschijnlijk 30 iugera aan land, in 133 v.C. heeft een stadsmagistraat al 300 iugera
met een opbrengst van 100.000 sest, Lucius Paulus tussen 180 en 160 v.C. heeft al
een opbrengst van 1.480.000 sest, dan Crassus 200.000.000 sest enkel uit zijn eigen
land dus hij had eigenlijk nog meer bezit, Tarius Rufus was een generaal van
Augustus en had 400.000.000 sest aan bezit die hij verloor en alsnog in de senaat
kon blijven. Er werd dus enorm veel bezit buitgemaakt maar bijna alles ging naar
enkele mensen zoals je ziet krijgen sommigen enorme gebieden terwijl andere geen
land meer hebben door de opkomst van de Latifundia met de slaven waardoor kleine
boeren allemaal kapotgingen en naar de stad moesten trekken. We zien een
verschuiving van vermogen naar een steeds kleinere groep.
De verschillende groepen: Senatoren waren een politieke klasse, zij die in ieder
geval ooit een magistraat hebben bekleed tenminste Quaestor zijn altijd lid van de
senatoriale klasse en soms ook van de Senaat, zijn familie behoort dan ook tot de
senatoriale klasse, senatoren zijn alleen de mensen die actief een ambt bekleden, de
families die al vaker een magistratuur heeft gehad behoren tot de Nobiles families
waar vaker mensen senator zijn geweest. Equites zijn ridders die genoeg geld
hebben om een paard te kopen, dit was een financiële basis want het ging puur om
geld, dit was de financiële top die NIET politiek actief waren. Senatoren waren ook
Equites maar zij waren wel politiek actief. Dan had je nog het volk van Rome die we
vaak het plebs noemen dit zijn patriciërs en plebejers na de standenstrijd is dit
Welke structurele problemen leiden tot de val van de Republiek? 133 – 49 v.C.
De val van de Republiek is een licht misleidende vorm, hoewel de republiek als
staatkundig systeem tot val komt, maar de res publica ofwel de algemene zaak blijft
bestaan. De politieke en sociale structuren van stadstaat Rome pasten zich niet aan
op de nieuwe schaalgrote van het Romeinse (wereld)rijk. Zie kaarten op PowerPoint,
koningstijd 753, na 2e Punische oorlog, en na Augustus, je ziet een enorme
gebiedsuitbreiding.
Destabilisering van sociale verhoudingen
De goede oude tijd volgens Appianus eindigde met de overwinning op Carthago,
voor deze tijd zorgde interne onenigheid nooit voor conflicten. Dit is terugkijken naar
een goede oude tijd die nooit bestaan heeft, denk maar aan bezetting van Capitool,
standenstrijd enzovoort. Dit is dus een geromantiseerd beeld van wat er vroeger
was, toch keken veel auteurs in de 1e eeuw voor en na Christus na dit beeld en
zeiden tevens dat tot Carthago wordt verslagen in 146 en er geen gezamenlijke
vijand meer is waardoor er interne vijanden gaan ontstaan je krijgt dan Gracchus en
de burgeroorlogen enzovoort. Waarom destabiliseren de sociale verhoudingen de
1ste Punische oorlog (beschreven door Maximus uit 1 e eeuw n.C. zijn secundaire
bronnen), uit deze bron zie je dat de generaal ofwel een zeer belangrijke man slechts
een klein stukje land heeft met 1 hulp in loondienst als deze ervandoor gaat moet de
generaal terug naar huis omdat anders zijn vrouw en kind sterven, ofwel generaals
waren gewoon burgers met land. Inflatie aan rijkdom Deze generaal had
waarschijnlijk 30 iugera aan land, in 133 v.C. heeft een stadsmagistraat al 300 iugera
met een opbrengst van 100.000 sest, Lucius Paulus tussen 180 en 160 v.C. heeft al
een opbrengst van 1.480.000 sest, dan Crassus 200.000.000 sest enkel uit zijn eigen
land dus hij had eigenlijk nog meer bezit, Tarius Rufus was een generaal van
Augustus en had 400.000.000 sest aan bezit die hij verloor en alsnog in de senaat
kon blijven. Er werd dus enorm veel bezit buitgemaakt maar bijna alles ging naar
enkele mensen zoals je ziet krijgen sommigen enorme gebieden terwijl andere geen
land meer hebben door de opkomst van de Latifundia met de slaven waardoor kleine
boeren allemaal kapotgingen en naar de stad moesten trekken. We zien een
verschuiving van vermogen naar een steeds kleinere groep.
De verschillende groepen: Senatoren waren een politieke klasse, zij die in ieder
geval ooit een magistraat hebben bekleed tenminste Quaestor zijn altijd lid van de
senatoriale klasse en soms ook van de Senaat, zijn familie behoort dan ook tot de
senatoriale klasse, senatoren zijn alleen de mensen die actief een ambt bekleden, de
families die al vaker een magistratuur heeft gehad behoren tot de Nobiles families
waar vaker mensen senator zijn geweest. Equites zijn ridders die genoeg geld
hebben om een paard te kopen, dit was een financiële basis want het ging puur om
geld, dit was de financiële top die NIET politiek actief waren. Senatoren waren ook
Equites maar zij waren wel politiek actief. Dan had je nog het volk van Rome die we
vaak het plebs noemen dit zijn patriciërs en plebejers na de standenstrijd is dit