sociologie
, HOOFDSTUK 1: GEDRAG EN
INVLOEDEN OP GEDRAG
1.1 PSYCHOLOGISCH PERSPECTIEF
Psychologie (wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van het gedrag en de
mentale processen van de mens als individu) wordt toegepast op o.a.:
Onderzoek naar leren en de werking van het geheugen
Het gezonder maken van mensen door psychotherapie
Het ontwerpen van testen en persoonlijkheidsvragenlijsten
Vinden van mogelijkheden om verkeer veiliger te maken
Het beïnvloeden van mensen in reclames of overheidscampagnes
Sociale psychologie (deel van de psychologie dat zich bezighoudt met de wisselwerking
tussen het individu en zijn sociale omgeving)
Er staat centraal: hoe mensen elkaar beïnvloeden.
Onderwerpen zijn:
Gedrag van mensen in groepen
Communicatie
Macht en leiderschap
Agressie
Altruïsme (belang van andere mensen staat voorop)
Sociologie (de manier waarop mensen IN grotere verbanden samenleven)
Zoals:
Wijken
Steden
Grote organisaties
De maatschappij als geheel
1.2 GEDRAG
Gedrag (waarneembare activiteiten)
Bijvoorbeeld:
Gamen
Knipperen
Huilen
Naast iemand gaan zitten
Stelen, etc.
,1.3 FACTOREN DIE GEDRAG BEÏNVLOEDEN
Factoren die het gedrag beïnvloeden:
1. Lichamelijke factoren
¬ Sterk/gezond lichaam
¬ Lichamelijke handicap
¬ Honger/dorst
¬ Pijn
¬ Medicijngebruik
¬ Ginetisch
2. Psychische factoren
¬ Persoonlijkheidseigenschappen: bijv. intelligentie
¬ Drijfveren: wat je wel/niet motiveert
¬ Attitudes: houding ten opzichte van jezelf, anderen en bepaalde onderwerpen
¬ Zelfbeeld: kijk je positief/negatief naar jezelf?
¬ Extreme angsten/depressie/schizofrenie
3. Sociale factoren
¬ Verschillende rollen kunnen gedrag beïnvloeden (werk - vriendengroep – etc.)
¬ Een rol is gekoppeld aan een positie
4. Culturele & spirituele factoren
¬ Cultuur
¬ Geloofsovertuiging
5. Fysische en geografische factoren
¬ Klimaat (ander dagritme, andere kleding, andere activiteiten)
, 1.4 VIER PSYCHOLOGISCHE STROMINGEN IN HISTORISCH PERSPECTIEF
Socrates (400 v.Chr.)
¬ Grondlegger filosofie
¬ Oude Grieken
Wundt (1832-1920)
¬ Eerste experimentele psycholoog
¬ 1879: start een psychologisch laboratorium
¬ Wil menselijke vermogens observeren & meten
¬ Gebruikt methode: ‘introspectie’ (naar binnen kijken)
Ebbinghaus (1850-1909)
¬ Geïnteresseerd in het geheugen
¬ ‘Vergeetcurve’: eerste uren snel en daarna neemt dat af
James (1842-1910)
¬ Verenigde staten
¬ Functionele benadering
¬ Geïnspireerd door Darwin
¬ Mensen zich wel/niet aanpassen aan omgeving
¬ Observeren gedrag mensen & dieren
1e stroming: de psychoanalyse
Grondlegger: Sigmund Freud (1856-1939)
¬ Dominante stroming tot 1950
¬ Boek: Die Traumdeutung (over het interpreteren van dromen)
¬ ‘Onbewuste krachten (seksuele en agressieve driften) hebben sterke invloed’
¬ Eerste 6 jaar bepalend voor het leven
¬ Eerst onbewuste lusten en impulsen sublimeren (seksuele en agressieve lusten
omgezet in sociaal geaccepteerd gedrag) en kanaliseren (coördineren) om te
kunnen samenleven
¬ Menselijk gedrag is deterministisch: de mens is afhankelijk van het lot en heeft
daar geen invloed op
¬ Termen: ego, projectie en trauma
2e stroming: het behaviorisme
Grondlegger: John B. Watson (1878-1958)
¬ Waarneembaar gedrag: enige objectieve manier om nuttige kennis over mensen
te verkrijgen
¬ Vanaf 1920
¬ Omgevingsfactoren meer bepalend dan erfelijke factoren
¬ Innerlijke processen = ‘black box’: niet waarneembaar
¬ ‘Elk gedrag aan te leren met de juiste omgevingsfactoren’
¬ Rus Pavlov (1849-1936) & Burrhus Skinner (1904-1990)
¬ Gedragstherapie