Hoorcollege 1 Cognitieve Gedragstherapie
03/09/2018
Tentamen: digitaal, open vragen.
Huiswerk voor college 3:
- Lees het rapport: Samenwerkend Toezicht Jeugd/Toezicht Sociaal Domein (mei 2016). Leren van
Calamiteiten 2. Veiligheid van kinderen in kwetsbare gezinnen.
- Kijk de flm: De zaak Sharleyne’
Huiswerk voor college 4:
- Kijk de flm: De rekening van Catelijne’
Quiz
1. Klassieke conditonering is het leren als gevolg van gebeurtenissen en omstandigheden en de
betekenis die eraan wordt verleend.
a) JA
2. Cogniteve gedragstherapie is niet geschikt voor kinderen onder de 10 jaar.
a) NEE, wordt ook bij jongere kinderen gedaan, maar is afankelijk van bepaalde cogniteve
vermogens
3. De socratsche dialoog is gericht op verandering van cognites.
a) JA
4. De protocollaire behandeling van een stemmingsstoornis behelst altjd psycho-educate.
a) JA
Cognitievie giedragtheieoriie - throming
Denken beïnvloedt gevoel en doen.
Gedrag is een uitkomst van leren.
In de praktjk van orthopedagoog en jeugdzorg zie je veel interventes gericht op cogniteve gedragstherapie. Is
vaak de eerst aangewezen vorm van behandeling bij veel problemen in multdisciplinaire richtlijnen.
Grondbiegintielien ien heieoriieën cognitievie giedragtheieoriie
1. Leertheorie: klassieke conditonering aan een bepaalde gebeurtenis wordt een bepaalde betekenis
gekoppeld. Exposure: blootstellen aan datgene waar een persoon angstg voor is.
2. Leertheorie: operante conditonering hoe kan je positef gedrag bevorderen en negatef gedrag
laten uitdoven? Strafen en belonen spelen hier een belangrijke rol bij.
3. Sociale leertheorie: self-efcay theorie Bandura is een voorname onderzoeker op dit gebied. Een
mens leert ook door te observeren. Modelgedrag is hierbij belangrijk (als ouder of leerkracht
bijvoorbeeld).
4. Cogniteve appraisal theorie als je een bepaalde gebeurtenis meemaakt, ben je als mens geneigd
om deze gebeurtenis te evalueren. Wat is er gebeurd? Wat heef het bij mij losgemaakt? Bij elke
gebeurtenis komt dus een bepaalde emote los. Deze emotonele reacte kan bij ieder mens
verschillend zijn. Interpretate is per persoon verschillend. Praktsche consequente: door een
bepaalde overdreven emote, kan iemand mogelijk niet meer goed functoneren in dagelijks leven.
5. Cogniteve appraisal theorie en expectancy-learning theorie Welke processen liggen ten grondslag
aan de keuze van handelingen door mensen. Welke mentale processen liggen hieraan ten grondslag?
6. Cogniteve gedragstheorie alle invloeden hierboven zijn in deze theorie verbonden. Leren door
ervaring en consequentes en gebeurtenissen met betekeniskoppeling zijn beide belangrijk! cogniteve
gedragstherapie: iemand leren anders te denken, anders te handelen en hiermee zich ook anders te
voelen.
Cognitievie giedragtheieraiiie
Anders leren denken, voelen en doen!
Kenmerkend:
1
,Hoor- en werkcolleges Gedrags- en Opvoedingsproblemen: Interventes
- Richt zich op het hier en nu. Voorbeeld: wat maakt het dat je je op dit moment ellendig voelt? Het
verleden speelt veel minder een rol (verschil met andere therapieën).
- Meestal kortdurende interventes, want op korte termijn is het vaak al efectef. Mocht het niet snel
efectef zijn, dan is het vaak geen goede behandeling.
- Gelijkwaardige relate therapeut en cliënt; zowel bij volwassenen als bij kinderen. Cliënt mee laten
beslissen in het hele proces.
- In multdisciplinaire richtlijnen GGz de eerst aangewezen psychologische behandeling bij:
angststoornissen, depressies, eetstoornissen, verslaving, psychoses, persoonlijkheidsstoornissen,
chronische pijn en vermoeidheidsklachten, diverse psychische problemen bij kinderen en jongeren.
- Veel aanbevolen interventes in de Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming zijn CGt interventes of
bevaten er elementen van. Bij probleem kan orthopedagoog uitkomst bieden, maar als er sprake is
van een stoornis, is er altjd een doorverwijzing naar GGz.
Voor wie? Kinderen (afankelijk van verbale vaardigheden en ontwikkelingsniveau), volwassenen, ouders en
partners.
Hieh cognitiee giedragtheieraiieuttceie irociet
Stadia:
1. Aanmelding en kennismaking: aanmelding gebeurt vaak via een verwijzing of via rechtstreeks
telefoongesprek. Op basis van deze info probeer je al een beetje zicht te krijgen op de problematek.
Als de verwijzing goed is, en persoon kan bij jou terecht voor de problematek, dan volgt de
kennismaking.
a. Met wie voer je het gesprek, waarom en wat wil je weten?
2. Informateverzameling en opbouw werkrelate: informate verzamelen waarvan je denkt dat het
belangrijk is voor hypothesevorming en hulpvraag en doelen.
a. Welke informate heb je nodig en wil je nog verzamelen, hoe werk je aan opbouw van een
werkrelate, wat heb je daarvoor nodig en met wie wil je een werkrelate opbouwen?
3. Probleemsamenhang – Holistsche Theorie
a. Wat is een holistsche theorie en hoe ziet jouw holistsche theorie eruit?
4. Probleemkeuze en basismetngen
a. Met welk probleem begin je, waarom en waarop baseer je je keuze?
5. Probleemanalyse – BA/FA
a. Wat is een functe-analyse dan wel betekenisanalyse en hoe zou die eruit kunnen zien?
6. Behandeldoelen en behandelplan
a. Welke behandeldoelen heb jij en hoe ziet je behandelplan er in grote lijnen uit?
7. Therapeutsche methoden en technieken
a. Welke CGt methoden en technieken wil je toepassen en waarom?
8. Evaluate en afronding
a. Wat helpt je om een besluit over afronding te nemen, wanneer is het volgens jou zo ver en
wat vind je belangrijke aspecten van evaluate en afronding en waarom?
Tijdens alle fasen ben je samen met de cliënt aan het evalueren.
Catut Kai
Cliëntgegevens: 18 jaar, HAVOplus afgemaakt.
Gezinssituate: oudere broer die zelfstandig woont, Kai woont bij moeder.
Reden van aanmelding:
- Kai weet niet wat hij met zijn leven moet beginnen. Hij heef al weken geen dagstructuur en -invulling,
kan zich nergens toe aanzeten, slaapt slecht, en kent gevoelens van somberheid al gedurende twee
jaar, komt nu niet vaak uit bed, weet niet welke vervolgopleiding hij moet doen.
- Kai heef twee goede vrienden, maar hij is onzeker in de omgang met anderen, vermijdt de laatste tjd
sociale contacten, denkt minder te zijn dan anderen, is bang verkeerde beslissingen te nemen.
- Kai blowt bovenmatg veel en kan niet meer zonder.
- Ouders weten zich geen raadt met het gedrag van Kai en er is veel spanning tussen hen en Kai.
Hypothese over wat er aan de hand is? Depressie (stemmingsproblematek), verslaving (want hij kan niet meer
zonder blowen), sociale angst. Stemmingsproblematek komt vaak in combinate met angstproblematek voor!
2
,Hoor- en werkcolleges Gedrags- en Opvoedingsproblemen: Interventes
Ouders ook erbij betrekken (gezinssysteem)!
Opdracht:
Team geel – stadium 4. Met welk probleem begin je? Waarom? Waarop baseer je je keuze? Welke
basismetngen wil je verrichten en waarom?
Uitwerking Stadium 1: met wie voer je het gesprek en waarom, wat wil je weten/welke informate heb je
nodig?
- Wie nodig je eerst uit voor het gesprek? De ouders of Kai? Dit is een lastge beslissing. Oplossing?
Overleg met het gezin; wat vindt het gezin fjn? Niet alle besluiten zelf nemen, maar het gezin hierin
betrekken! Plus: ouders zijn gescheiden, willen ze wel samen op gesprek komen? Ervoor proberen te
zorgen dat ze met z’n allen op gesprek samen willen komen. Voordeel overleggen met gezin samen: je
ziet direct allerlei informate als het gezin je kamer komt (wie neemt het woord, wie corrigeert een
ander, etc).
- Beroepscode: Kai is 18 jaar, dus als Kai geen toestemming geef, mag informate die hij geef, niet met
de ouders gedeeld worden. Dit is lastg; ouders zijn onderdeel van systeem en ook probleemdragers
(en de aanmelders van Kai). Proberen ervoor te zorgen dat Kai toestemming geef dat zijn ouders
informate mogen ontvangen.
- Aan einde gesprek duidelijk hebben wie er hulp nodig hebben.
- Antwoord docent: Ouders zijn degene die het dichts betrokken zijn bij Kai. Naast Kai zelf ervaren de
ouders ook een probleem met Kai dus daar moet je ook meer informate over hebben. De ouders zijn
van belang bij de kennismaking omdat zij het probleem het meest mee maken. Hierbij kan de vraag
gesteld worden hoe de ouders merken dat er een probleem is bij Kai. Verder is het belangrijk om te
weten te komen wat de aanleiding is waarom de aanmelding heef plaatsgevonden. Om verder te
komen in het gesprek moet per persoon duidelijk zijn wat hun verwachtngen zijn. En als het probleem
opgelost zou zijn hoe dat eruit ziet voor hun (je wordt morgenochtend wakker en het wonder is
gebeurd, hoe ziet dat eruit?). Hoe de ouders aan Kai zouden merken dat het beter gaat. Daarnaast
moet er niet alleen op het probleem gericht worden, maar ook op hetgeen dat wel goed gaat. Waar
wordt Kai gelukkig van? Wat functoneert wel goed in het dagelijkse leven? Maar ook hoe ziet het
dagelijkse leven er uit voor Kai?
3
, Hoor- en werkcolleges Gedrags- en Opvoedingsproblemen: Interventes
Hoorcollege 2 Cognitieve Gedragstherapie
06/09/2018
Quiz
1. Een holistsche theorie is een hypothese over de probleemsamenhang.
a) JA
2. Exposure is een vorm van systematsche desensitsate.
a) JA
3. Kerncognites zijn voorspellende conditonele opvatngen
a) NEE, kerncognites zijn algemene, rigide, in absolute termen geformuleerde opvatngen aan
gaande de persoon zelf, anderen en de wereld.
4. Een gedragsexperiment is een cognitef gedragstherapeutsche techniek die zowel kan worden ingezet
om cognites als gedrag bij te stellen
a) JA
Shadium 1 Aanmielding ien kiennitmaking
Met wie voer je het gesprek en waarom, wat wil je weten/welke informate heb je nodig?
- Voorkeur voor gesprek Kai en ouders (belangrijk voor informate, behandeltrouw, behandelsucces).
- Kai is 18 en dient toestemming te geven voor delen informate met ouders.
- Wie heef en wat zijn verwachtngen/vragen/doelen?
- Waaraan zien Kai/ouders/netwerk verandering?
- Waarom nu aanmelding?
- Vertellen over instelling en hoe instelling werkt (intervente-overstjgend).
- Bij het eerste contact begin je met opbouw werkrelate!!
- Bij het eerste contact vorm je je eerste hypothesen.
Netwerk speelt een belangrijke rol: context etc. Dus proberen het netwerk vanaf het begin erbij te betrekken!
Shadium 2 Ineormatievierzamieling ien oibouw wierkrielatie
Welke informate heb je nodig/wat wil je nog verzamelen? Hoe werk je aan de opbouw van een werkrelate?
Wat heb je daarvoor nodig?
- De problematek speelde al langer. Wat was het punt geweest dat ze dachten; zo kan het niet langer’?
- Kijk vooral ook naar de sterke kanten van een persoon!
- Vraag of er al eerder hulp geweest is. Dit is nutg; je kan dan vragen; wat heef toen geholpen en wat
niet?’
- Je moet als hulpverlener niet bang zijn dat je een cliënt te veel confronteert (zoals praten over
blowen). Je hoef niet veroordelend te zijn als je vraagt naar de verslaving. Maar als je het niet
bespreekt, dan kan dit ongeïnteresseerd lijken. In het begin duidelijk zijn en zeggen dat je de cliënt
ermee gaat helpen.
- Belangrijk om te weten welke problemen eerst speelden, want sommige problemen kunnen ontstaan
als gevolg van een ander probleem. Voorbeeld: verslaving komt vaak voor als gevolg van
stemmingsproblematek. Maar soms komt dit ook andersom voor. Soms komt het ook voor dat men
alcohol/drugs gebruiken als zelfmedicate.
- Welke informate heb je dus nog nodig? Hoe de band is met de ouders; hoe de band is met zijn
vrienden; wat is eerder begonnen; het blowen of de depressieve klachten; informate van/over de
school; waar hij wel blij van wordt; waar de ouders tegenaan lopen.
- Hoe werken aan opbouw werkrelate? Vertrouwen kweken / op z’n gemak stellen; je moet je open
opstellen voor de cliënt; meervoudige partjdigheid; je begripvol opstellen; transparante.
- Wat heb je daarvoor nodig? Geduld en tjd, je moet je kunnen verdiepen in zijn interesses, goede
gespreksvaardigheden/technieken.
Aanvulling: dit stadium hangt sterk samen met stadium 1; informate nodig omtrent de genoemde
probleemgebieden: stemming, sociale angsten, blowen, netwerk, waar het goed gaat (want = belangrijk en kan
benut worden voor behandeling); werken aan werkrelate begint vanaf stadium 1 en duurt hele behandeling
voort: vertrouwen en verwachtngen naar elkaar toe uitspreken; geheimhoudingsplicht; open vragen stellen;
actef bij betrekken; rekening houden met problematek cliënt.
4