Praktijk blok 2.3 neurologie
CVA: cerebro vascular accident: cerebrum (grote hersenen), beroerte, = eenzijdig
- Een beroerte (cerebrovasculair accident) is letterlijk een ‘ongeluk van de bloedvaten in de
hersenen’. Bij zo’n ongeluk gaat er iets mis met de bloedvoorziening naar je hersenen. Vaak
blijvende schade
Dit blok: MS, parkinson, CVA, traumatisch hersenletsel
Centraal neurologisch letsel
Week 1 les 1
Onderzoek
Wat: Alle ADL-activiteiten eigenlijk lastig: lopen, staan, transfers, fietsen, autorijden, knoopjes
dichtdoen, haar kammen, traplopen
- Kan dit zelfstandig, is er een hulpmiddel nodig
Hoe: Functionele inspectie: hoe voert de patiënt de activiteit uit, bijv: veel steun op het goede been
tijdens het lopen, kort stapje met de andere been, extensie in de knie tijdens de standfase (eigenlijk
tijdens de hele beweging), pasbreedte = groot, paslengte = klein
Waarom: meetinstrumenten; wat opvalt willen we verklaren
Vrouw van het filmpje met CVA:
- Passief bewegen: voelen hoeveel weerstand je krijgt: MAS (hoeveel weerstand 1-4) – spier
spasmes
- Ganganalyse van Nijmegen: lopen analyseren
- Spierkracht van de quadriceps testen: motricity index
Vormen CVA:
- Ischemisch CVA: embolie bijv. (80%), kan ook TIA (binnen 24h opgelost)
- Bloedig CVA: Intern bloeden, bloedvat die knapt(20%)
Linker hemosfeer (hersenhelft) CVA:
- ‘til je rechterarm eens op’ oorzaken dat ze dit niet doet kunnen zijn:
- Kracht – geen kracht om de arm op te tillen
- Mobiliteit; frozen shoulder
- Afasie: motorisch (kan niet uitspreken) of sensorisch (begrip, taal)
- Neglect: aandachtsstoornis
- Agnosie: herkenningsstoornis (herkennen eigen arm niet)
- Apraxie: moeite met handelen
- Geen sensibiliteit: ze voelt niet hoe ze dat moet doen of als het al lukt
,Week 1 les 2
Knowledge of performance = het proces, tijdens aanleren van veters strikken alle kleine stapjes
helemaal duidelijk uitleggen, hoe doe je iets
Knowledge of result = resultaat, het uiteindelijke, bij veters strikken: strik je veter
Opdelen en leren kijken naar al die kleine onderdelen:
Chaining = alle kleine stukjes achter elkaar plakken
- Forward:
- Backward: geheel doen – kijken
Chuncking = de gehele oefening/beweging opdelen in stukjes
Sensomotrische cirkel = zonder sensoriek geen motoriek
Schoenen aantrekken:
- Flexie heup
- Flexie knie
- Protractie scapula
- Extensie elleboog
- Vingers extensie/flexie
- Duim bewegingen; extensie/flexie
Transfers:
Zit naar zit:
1. Flexie knie (voeten naar achter schuiven), dorsaalflexie voet (alvast beetje gedraaid
neerzetten)
2. Extensie elleboog en depressie schouder
3. Flexie heup
, 4. Extensie knie en heup
5. Draai lichaam
6. Flexie knie, extensie heup
Zit (hammengang)
Lig naar zit
1. Flexie nek en flexie romp en ellebogen
2. Flexie heup en romp, steun op ellebogen
3. Armen uitduwen door extensie elleboog en flexie heup
4. Abductie heup en flexie knie
5. Ook met het andere been
Ruglig naar zijlig
1. Schouderflexie, cervicale rotatie
2. Schouder abductie, Knie flexie en heup flexie, dorsaalflexie voet
3. Nog meer toevoegen (eigen beweging/mogelijke bewegingen)
Week 1 les 3
Wat: les 1 - CVA
Hoe: vorige les – heel complex bekijken van bewegingen/activiteiten
Waarom: deze les – meetinstrumenten
Weten per test:
- Vooraf aan de test en na de tijd
- Wat houd de test in
- Uitkomstmaat test (wat is normaal, normgegevens (als het fout is))
Top-Neus-Proef, Top-Top-Proef, Knie-Hiel-Proef: proprioceptie, coördinatie - MS
- Van vorig blok
- Eerst normale beweging – daarna met ogen dicht – kijken of dit lukt
- Vinger naar de neus
CVA: cerebro vascular accident: cerebrum (grote hersenen), beroerte, = eenzijdig
- Een beroerte (cerebrovasculair accident) is letterlijk een ‘ongeluk van de bloedvaten in de
hersenen’. Bij zo’n ongeluk gaat er iets mis met de bloedvoorziening naar je hersenen. Vaak
blijvende schade
Dit blok: MS, parkinson, CVA, traumatisch hersenletsel
Centraal neurologisch letsel
Week 1 les 1
Onderzoek
Wat: Alle ADL-activiteiten eigenlijk lastig: lopen, staan, transfers, fietsen, autorijden, knoopjes
dichtdoen, haar kammen, traplopen
- Kan dit zelfstandig, is er een hulpmiddel nodig
Hoe: Functionele inspectie: hoe voert de patiënt de activiteit uit, bijv: veel steun op het goede been
tijdens het lopen, kort stapje met de andere been, extensie in de knie tijdens de standfase (eigenlijk
tijdens de hele beweging), pasbreedte = groot, paslengte = klein
Waarom: meetinstrumenten; wat opvalt willen we verklaren
Vrouw van het filmpje met CVA:
- Passief bewegen: voelen hoeveel weerstand je krijgt: MAS (hoeveel weerstand 1-4) – spier
spasmes
- Ganganalyse van Nijmegen: lopen analyseren
- Spierkracht van de quadriceps testen: motricity index
Vormen CVA:
- Ischemisch CVA: embolie bijv. (80%), kan ook TIA (binnen 24h opgelost)
- Bloedig CVA: Intern bloeden, bloedvat die knapt(20%)
Linker hemosfeer (hersenhelft) CVA:
- ‘til je rechterarm eens op’ oorzaken dat ze dit niet doet kunnen zijn:
- Kracht – geen kracht om de arm op te tillen
- Mobiliteit; frozen shoulder
- Afasie: motorisch (kan niet uitspreken) of sensorisch (begrip, taal)
- Neglect: aandachtsstoornis
- Agnosie: herkenningsstoornis (herkennen eigen arm niet)
- Apraxie: moeite met handelen
- Geen sensibiliteit: ze voelt niet hoe ze dat moet doen of als het al lukt
,Week 1 les 2
Knowledge of performance = het proces, tijdens aanleren van veters strikken alle kleine stapjes
helemaal duidelijk uitleggen, hoe doe je iets
Knowledge of result = resultaat, het uiteindelijke, bij veters strikken: strik je veter
Opdelen en leren kijken naar al die kleine onderdelen:
Chaining = alle kleine stukjes achter elkaar plakken
- Forward:
- Backward: geheel doen – kijken
Chuncking = de gehele oefening/beweging opdelen in stukjes
Sensomotrische cirkel = zonder sensoriek geen motoriek
Schoenen aantrekken:
- Flexie heup
- Flexie knie
- Protractie scapula
- Extensie elleboog
- Vingers extensie/flexie
- Duim bewegingen; extensie/flexie
Transfers:
Zit naar zit:
1. Flexie knie (voeten naar achter schuiven), dorsaalflexie voet (alvast beetje gedraaid
neerzetten)
2. Extensie elleboog en depressie schouder
3. Flexie heup
, 4. Extensie knie en heup
5. Draai lichaam
6. Flexie knie, extensie heup
Zit (hammengang)
Lig naar zit
1. Flexie nek en flexie romp en ellebogen
2. Flexie heup en romp, steun op ellebogen
3. Armen uitduwen door extensie elleboog en flexie heup
4. Abductie heup en flexie knie
5. Ook met het andere been
Ruglig naar zijlig
1. Schouderflexie, cervicale rotatie
2. Schouder abductie, Knie flexie en heup flexie, dorsaalflexie voet
3. Nog meer toevoegen (eigen beweging/mogelijke bewegingen)
Week 1 les 3
Wat: les 1 - CVA
Hoe: vorige les – heel complex bekijken van bewegingen/activiteiten
Waarom: deze les – meetinstrumenten
Weten per test:
- Vooraf aan de test en na de tijd
- Wat houd de test in
- Uitkomstmaat test (wat is normaal, normgegevens (als het fout is))
Top-Neus-Proef, Top-Top-Proef, Knie-Hiel-Proef: proprioceptie, coördinatie - MS
- Van vorig blok
- Eerst normale beweging – daarna met ogen dicht – kijken of dit lukt
- Vinger naar de neus