begrijpen: het begrijpen van psychosociale processen in de gezondheidszorg
door kwalitatief onderzoek?
Boek: Klinisch redeneren en evidence-based practice
Blz. 181 t/m 188
11.1 – Wat is kwalitatief onderzoek? Wat is het verschil tussen kwantitatief en kwalitatief
onderzoek?
Kwalitatief onderzoek – begrijpen wat er gebeurt, hoe het proces verloopt en wat het
voor de betrokkenen betekent. (verloop van onderzoek staat niet vast).
- Onderzoek waarin het begrijpen van (psychosociale) processen, beleving en
betekenisgeving van de onderzoeken centraal staan.
- Vindt plaats in de natuurlijke omgeving van het onderzoeksonderwerp.
- Er wordt geen hypothese (uitspraak over een standpunt dat nog niet op juistheid is
getoetst) getoetst.
Kwantitatief onderzoek – gaat om hoeveelheden, getallen en kansen.
- Onderzoek dat via een vaste onderzoeksplan systematisch wordt uitgevoerd, naar
observeerbare fenomenen, die op valide en betrouwbare wijze worden gemeten.
Betekenisverlening – De waarde of interpretatie die door de onderzochten aan het
onderzoeksonderwerp wordt toegekend.
11.2 – Wat is de belangrijkste methode bij kwalitatief onderzoek?
Er wordt gewerkt met methodes om te ‘Verstehen: het perspectief van de
onderzochte personen te zien, waardoor de onderzoeker hen beter begrijpt.
Door deze onderzoeksprocedure wordt gedurende het onderzoek steeds duidelijker
wat er in de dagelijkse werkelijkheid belangrijk is.
Geen gedetailleerd plan, maar kiest manieren om direct in de relevante situatie mee
te lopen en eventueel mee te doen.
11.3 – Wat zijn de manieren om gegevens te verzamelen bij kwalitatief onderzoek?
Doelgericht observeren, met mensen spreken, met hen meedoen en schriftelijke
bronnen bestuderen waarin verslag van de werkelijkheid wordt gedaan.
1. Participerende observatie – De onderzoeker loopt en doet zoveel mogelijk mee
aan de dagelijkse activiteiten van de onderzoekende deelnemers.
2. Semigestructureerd – dat wil zeggen dat de onderzoeker wel vaste
gespreksonderwerpen heeft vastgesteld, maar geen vaste vragen heeft
geformuleerd.
3. Bestuderen van schriftelijke bronnen zoals patiëntendossiers, notulen, archieven,
persoonlijke dagboeken, brieven en e-mails.
Doelgericht steekproef (purposive sample) – er wordt geprobeerd om de beste
informanten en de meest informatieve situaties in de steekproef op te nemen.
Saturatie (verzadiging) – Als er geen nieuwe informatie wordt opgeleverd.
Traingulatie – gebruik maken van verschillende metingen en verschillende
gegevenssoorten, dus verschillende invalshoeken.
Interne validiteit – mate waarin het onderzoek vrij is van bias (voorspelbare
afwijkingen van rationeel denken), en de onderzoeksresultaten dus vrij zijn van
vertekening.
11.4 – Hoe worden de gegevens bij kwalitatief onderzoek geanalyseerd?
Analyseren is alleen mogelijk als er een vraag is.
De analyse loopt gelijk met het verzamelen van gegevens (continue vergelijking).