Samenvatting hoofdstuk 7.1 t/m 7.7 - Ademhaling
Boek: Interne geneeskunde
Blz. 224 - 279
7.1 - Inleiding
7.2 - Respiratie en respiratoire insufficiëntie (longfalen)
Centraal staat hierin het ontsporen van respiratie, diffusie en perfusie, al dan niet met
elkaar gecombineerd.
Respiratie is het opnemen van zuurstof in het bloed en de afgifte van koolzuurgas
naar de (relatieve) buitenwereld.
Diffusie = het bewegen van deeltjes van een plaats waar ze meer voorkomen naar
een plaatst waar ze minder voorkomen, totdat een evenwicht is bereikt.
Perfusie = bloedstroom
Ziekteprocessen kunnen diffusie, ventilatie en perfusie dermate beïnvloeden dat de
respiratie tekortschiet, waardoor een verhoging van de arteriële koolzuurspanning
(=hypercapnie) kan optreden. (te hoog CO2 gehalte in het bloed)
Daarnaast leidt het zuurstoftekort (=hypoxie), dat vaak tegelijkertijd aanwezig is, tot
een overschakeling van de cellen op een anaërobe stofwisseling waarbij melkzuur als
eindproduct vrijkomt deze stof zal nog extra zorgen voor verzuring (metabole
acidose).
De nier zal op de verzuring reageren door extra (basisch) bicarbonaat in de
tubuluscellen aan te maken en aan het bloed af te geven. Tegelijkertijd worden H-
ionen naar de inhoud van de tubulus uitgescheiden.
Dit vindt plaats via uitwisseling tussen Na-ionen/H-ionen in het proximale deel van de
tubuli en de lis van Henle, en van K-ionen/H-ionen in het distale deel van de tubuli en
de verzamelbuisjes.
In het proximale deel zullen de H-ionen zich met het HCO3 (bicarbonaat) zich in het
filtraat bevindt binden, dat geheel is gebruikt op het moment dat het distale
tubulusdeel wordt bereikt. Vanaf dat punt buffert het in het filtraat aanwezig fosfaat
de H-ionen of deze reageren met NH3 (ammoniak), dat in de proximale tubuluswand
is geproduceerd en door het niermerg heen diffundeert naar de inhoud van de
verzamelbuisjes.
Het gevormde NH4 wordt in de urine uitgescheiden in de vorm van NH4OH, dit
proces draagt bij tot normaliseren van de pH in het lichaam.
7.2.1 - Oorzaken
Acute respiratoire insufficiëntie: Adult Respiratory Distress Syndrome (ARDS)
Dit ziektebeeld ontstaat bij van tevoren meestal gezonde volwassenen en gaat
vergezeld van acute dyspnoe, tachypnoe en cyanose.
Op de röntgenfoto zijn over beide longen lokaal verdichtingen te zien. Gevolg van
beschadigingen van de alveolaire wanden (aspiratie, bijna-verdrinking of inhalatie van
giftige stoffen) of van de capillairwanden (bijv. Bij sepsis of gevolg van algehele
intravasale stolling AIS).
Er kunnen fibrotische processen ontstaan (verbindweefseling).
Behandeling: bestrijden van onderliggende oorzaken, zuurstof of beademing.
Chronische respiratoire insufficiëntie
Dit kan het gevolg zijn van het langdurige aanwezig zijn van stoornissen in de
diffusie, de perfusie of de ventilatie. (Vaak combinatie hiervan).
Oorzaken: chronische ziekteprocessen die zich in de longen en de pleurae afspelen,
zoals COPD, vaatafwijkingen (pulmonale hypertensie, recidiverende of persisterende
longembolieën), maar ook longoedeem als gevolg van decompensatio cordis links.
Boek: Interne geneeskunde
Blz. 224 - 279
7.1 - Inleiding
7.2 - Respiratie en respiratoire insufficiëntie (longfalen)
Centraal staat hierin het ontsporen van respiratie, diffusie en perfusie, al dan niet met
elkaar gecombineerd.
Respiratie is het opnemen van zuurstof in het bloed en de afgifte van koolzuurgas
naar de (relatieve) buitenwereld.
Diffusie = het bewegen van deeltjes van een plaats waar ze meer voorkomen naar
een plaatst waar ze minder voorkomen, totdat een evenwicht is bereikt.
Perfusie = bloedstroom
Ziekteprocessen kunnen diffusie, ventilatie en perfusie dermate beïnvloeden dat de
respiratie tekortschiet, waardoor een verhoging van de arteriële koolzuurspanning
(=hypercapnie) kan optreden. (te hoog CO2 gehalte in het bloed)
Daarnaast leidt het zuurstoftekort (=hypoxie), dat vaak tegelijkertijd aanwezig is, tot
een overschakeling van de cellen op een anaërobe stofwisseling waarbij melkzuur als
eindproduct vrijkomt deze stof zal nog extra zorgen voor verzuring (metabole
acidose).
De nier zal op de verzuring reageren door extra (basisch) bicarbonaat in de
tubuluscellen aan te maken en aan het bloed af te geven. Tegelijkertijd worden H-
ionen naar de inhoud van de tubulus uitgescheiden.
Dit vindt plaats via uitwisseling tussen Na-ionen/H-ionen in het proximale deel van de
tubuli en de lis van Henle, en van K-ionen/H-ionen in het distale deel van de tubuli en
de verzamelbuisjes.
In het proximale deel zullen de H-ionen zich met het HCO3 (bicarbonaat) zich in het
filtraat bevindt binden, dat geheel is gebruikt op het moment dat het distale
tubulusdeel wordt bereikt. Vanaf dat punt buffert het in het filtraat aanwezig fosfaat
de H-ionen of deze reageren met NH3 (ammoniak), dat in de proximale tubuluswand
is geproduceerd en door het niermerg heen diffundeert naar de inhoud van de
verzamelbuisjes.
Het gevormde NH4 wordt in de urine uitgescheiden in de vorm van NH4OH, dit
proces draagt bij tot normaliseren van de pH in het lichaam.
7.2.1 - Oorzaken
Acute respiratoire insufficiëntie: Adult Respiratory Distress Syndrome (ARDS)
Dit ziektebeeld ontstaat bij van tevoren meestal gezonde volwassenen en gaat
vergezeld van acute dyspnoe, tachypnoe en cyanose.
Op de röntgenfoto zijn over beide longen lokaal verdichtingen te zien. Gevolg van
beschadigingen van de alveolaire wanden (aspiratie, bijna-verdrinking of inhalatie van
giftige stoffen) of van de capillairwanden (bijv. Bij sepsis of gevolg van algehele
intravasale stolling AIS).
Er kunnen fibrotische processen ontstaan (verbindweefseling).
Behandeling: bestrijden van onderliggende oorzaken, zuurstof of beademing.
Chronische respiratoire insufficiëntie
Dit kan het gevolg zijn van het langdurige aanwezig zijn van stoornissen in de
diffusie, de perfusie of de ventilatie. (Vaak combinatie hiervan).
Oorzaken: chronische ziekteprocessen die zich in de longen en de pleurae afspelen,
zoals COPD, vaatafwijkingen (pulmonale hypertensie, recidiverende of persisterende
longembolieën), maar ook longoedeem als gevolg van decompensatio cordis links.