Hoofdstuk 2 Neoliberale drift
1. Hoe is er een breed gedragen consensus ontstaan over de legitimiteit van het
liberalistisch gedachtengoed?
- Neoliberalisme = Praktische rationaliteit met totalitaire aanspraken.
- Derde weg voor ogen: interventionisme gericht op het toerusten van
zelfredzame burgers. (sociaaldemocraten). Enabling welfare state = positieve
vrijheid vergroten door burgers zelfvoorzienend en autonoom door het leven te
laten gaan.
- Marx heeft kritiek op kapitalisme: verhandeling van arbeid is een stelsel van
georganiseerde uitbuiting. Terwijl liberalisme beweert dat binnen een
markteconomie het gaat om vrijheid.
- Kern: de collectieve voorspoed zou optimaal zijn als het individu vrij is om
materiële eigenbelang na te jagen.
- Overheden moeten zich houden aan het bewaken en garanderen van die
natuurlijk gegeven vrijheden.
- Toch ontstaan er veel barre economische feiten.
- Kapitalisme werd getypeerd als een zelfvernietigend systeem.
- Moderne institutionele benadering = recht, politiek, en organisatievorming
kunnen markten maken en breken en het komt erop aan de instituties te
bevorderen die het eerste doen en het tweede tegengaan.
- Actuele gedaante van neoliberalisme = al het sociale omvormen tot een arena
van markt en strijd. (p.22)
- Maar marktcondities ontstaan niet zelf, maar vergen ingrijpen in de
leefcondities van mensen.
- Neoliberaal intervenieert ook waarbij vrijheid gereduceerd wordt tot een
economische keuzevrijheid.
- Het draait allemaal om het najagen van het eigen belang = virtue of
selfshness.
- Het draait om zelfredzaamheid en broederschap kreeg een andere betekenis:
erop toezien dat burgers autonome verantwoordelijke burgers werden.
- Meritocratische mythe = Verandering van sociale risico’s naar levensrisico’s
= tegenslag kan je begrijpen als een gevolg van slecht zelfmanagement, of
ook wel een mislukt leven.
- Sociale ongelijkheid wordt tot norm verheft.
- Neoliberaal probeert het politieke van het sociale te ontbinden
Hoofdstuk 3 Tirannie van het licht
1. De populistische kramp die als tegenreactie opbloeide. Waarom krijgt dit populisme
weinig weerwoord? neoliberaal en populistisch denken is meer verwant dan we
denken.
- Politieke polarisatie (versterken van tegenstellingen/confict) in de cultureel
gedifferentieerde samenleving nodig en nuttig. Draagt bij aan de verheldering,
overbrugging en transformatie maatschappelijke tegenstellingen.
- Paradox = met polarisatiedrift pogen om het mechanisme van dialectiek uit te
schakelen.
- Doel populistische politici = eigen cultuur beschermen tegen besmetting door
vreemde elementen. Er is geen geloof in sociaal-culturele synthese.
- Ook wel verlichtingsfundamentalisme = wil zijn gedachtengoed, normen en
waarden anderen opleggen (radicaal – seculiere staat, individu, vrije markt)
, - Verlichting volgens Frankfurter schule = ontworsteling uit traditie, mythe en
religie onttovering nieuwe mythe = instrumentele beheersing leiden
tot nieuwe vormen van onvrijheid en onderwerping.
- ‘Negatieve dialectiek van de rede’ in markteconomie = de mens wordt
gereduceerd tot producent/consument. Ieder levensaspect is marktwaar.
- Gehalveerde rationaliteit (Habermas) = alleen vrijheid van denken en doen
wordt toegestaan die dienstbaar is aan de doelen van de markteconomische
expansie.
- Hebben een tweede verlichting nodig deze redt ons van de eerste
verlichting = helpt de tirannie van de eerste verlichting te bestrijden.
- Prestatiecultuur spreekt nieuwkomers in stevige taal aan = ze moeten
bijdragen aan de economie! Er wordt afstand genomen van de inhoudelijke
cultuurkritiek. Individuen worden afgerekend op de mate waarin zij
economisch zijn geïntegreerd.
- Een cultuur kan arbeidsmarktsucces in de weg staan.
- Methode-mees = marktfundamentalisme een vorm van tirannie die in staat
is culturele waarden en levensopvattingen te euthanaseren zonder morele
verantwoording hierover uit te leggen. Iedere levenshandeling wordt
gecommodifceerd: worden handelingen die alleen op de markt worden
aangeboden.
- Veronderstelling dat natiestaat en bureaucratische organen hebben afgedaan
als effectieve sturingsinstituties.
- Dit werd tegengegaan door bedenken van listen: NPM, netwerken, governance.
- Governance = minder accent op sturing vanuit politieke centrum van de
natiestaat. Ten gunste van grotere institutionele gelaagdheid & grotere
bestuurlijke betrokkenheid van NGO’s.
- Lijkt op matiging van centrale sturingsambitie.
- Trommel = integendeel. Politieke en bestuur proberen greep te vergroten op
een samenleving die dreigt te ontsnappen gulzig bestuur.
- Gulzig bestuur ontwikkelt zich uit zorgen over onzekerheden en risico’s die
voortvloeien uit het verval van de nationale verzorgingsstaat.
- Er wordt suggestie gewekt politiek en bestuur zijn in control; worden brede
coalities opgezet die een nationaal aanval openen op alles wat de orde
verstoort.
- Governmentality (Michel Focault) = volledige beheersing, geïnspireerd door
een onmatige bestuursmentaliteit dooft maatschappelijke veerkracht.
- Gulzig bestuur werkt cultuurverandering op = aantoonbaar presteren
(prestatiemanagement) is van belang kan leiden tot manipulatie.
- Leidt tot de invoering van monitorsystemen en bijbehorende toezichthouders
geïnstutionaliseerd wantrouwen.
- Gebrek aan wederzijds vertrouwen berooft een samenleving van haar
veerkracht en vitaliteit.
- Vertrouwen kan vergroot worden door aanwezigheid reputaties (good will) &
intensieve onderlinge communicatie.
- Terugkomend op verlichtingsfundamentalisme er is een praktijk van
polariseren, dus een dialoog. Maar de manier waarop dit gebeurt is allerminst
vertouwenwekkend.
- Vertrouwen kunnen we wekken door te werken aan gezamenlijke mythe
overeenstemming kan ontstaan over symbolen die als vertrouwenweekend
worden (h)erkend.
- Gevaar hier zoektocht naar shared meaning wordt gedomineerd door meest
machtige partij. Afdwingen van normen = bouwen aan facade of trust.