Hoofdstuk 22
Expansion: Periode van significante groei in economie, tegenovergestelde van recessie.
Boom: Langdurige expansion
Werkeloosheid is een belangrijke indicator van korte termijn fluctuaties.
Output gap: verschil potentiële output van economie vs werkelijke output economie
Bij recessieve output gap positief (potentieel > werkelijk)
Bij expansion output gap negatief (potentieel < werkelijk)
Potential output: output dat economie kan produceren bij gebruik van alle middelen (kapitaal en
arbeid)
Cyclical unemployment: verschil werkelijke werkeloosheidsgraad en natural rate of unemployment
Positief bij recessieve output gap
Negatief bij expansion output gap
Nul bij geen output gap
Natural rate of unemployment: werkeloosheid wanneer economie in balans is
Fluctuaties in prijzen gebeuren vaak. Op de ene markt met grote pieken en dalen (aandelen- of
graanmarkt), de andere veelal rechte lijnen (ijskraam). Verschil betreft de hoeveelheid items waarin
wordt gehandeld.
Basic Keynesian model (Keynesian cross):
- Niet geheel realistisch model omdat het alleen ingaat op de korte termijn acties van
organisaties (eerst hoeveelheid van de vraag tegemoetkomen en daarna pas prijswijzigingen
doorvoeren). Ook geen rekening gehouden met inflatie.
Organisaties veranderen de prijzen niet continu omdat dit geld kost: menu cost (Kosten om prijzen te
wijzigen).
Planned aggregrate expenditure (PAE): Totale geplande uitgaven van goederen en diensten.
1. Consumer expenditure (consumptie) (C)
2. Investment (I)
3. Government purchases (G)
4. Net exports (NX)
Dit zijn de vier componenten van ‘uitgaven’.
Geplande uitgaven kunnen afwijken van werkelijke uitgaven. Werkelijke inkopen kunnen hoger zijn
dan geplande wanneer bijvoorbeeld de verkopen tegenvallen en er dus meer voorraad aanwezig is
dan verwacht.
PAE = C + Ip + G + NX
PAE (Y) = Aob + cY
Belasting is hetgeen wat voor mensen bepalend is wat zij van plan zijn uit te geven aan goederen en
diensten. Zij kijken naar ‘disposable income’, inkomen na belasting dus.
Consumptie functie: Relatie tussen consumptie uitgaven en inkomen na belasting.
C = Cob + c(Y – T)
C_ is hierbij desired consumption, deze stijgt op het moment dat mensen meer gaan uitgeven en
minder gaan sparen ondanks hun inkomen. Andere oorzaak van een stijging is groeiende
aandelenmarkt (mens wil kopen). Oorzaak van een daling is verslechtering huizenmarkt (lagere
prijzen).
Expansion: Periode van significante groei in economie, tegenovergestelde van recessie.
Boom: Langdurige expansion
Werkeloosheid is een belangrijke indicator van korte termijn fluctuaties.
Output gap: verschil potentiële output van economie vs werkelijke output economie
Bij recessieve output gap positief (potentieel > werkelijk)
Bij expansion output gap negatief (potentieel < werkelijk)
Potential output: output dat economie kan produceren bij gebruik van alle middelen (kapitaal en
arbeid)
Cyclical unemployment: verschil werkelijke werkeloosheidsgraad en natural rate of unemployment
Positief bij recessieve output gap
Negatief bij expansion output gap
Nul bij geen output gap
Natural rate of unemployment: werkeloosheid wanneer economie in balans is
Fluctuaties in prijzen gebeuren vaak. Op de ene markt met grote pieken en dalen (aandelen- of
graanmarkt), de andere veelal rechte lijnen (ijskraam). Verschil betreft de hoeveelheid items waarin
wordt gehandeld.
Basic Keynesian model (Keynesian cross):
- Niet geheel realistisch model omdat het alleen ingaat op de korte termijn acties van
organisaties (eerst hoeveelheid van de vraag tegemoetkomen en daarna pas prijswijzigingen
doorvoeren). Ook geen rekening gehouden met inflatie.
Organisaties veranderen de prijzen niet continu omdat dit geld kost: menu cost (Kosten om prijzen te
wijzigen).
Planned aggregrate expenditure (PAE): Totale geplande uitgaven van goederen en diensten.
1. Consumer expenditure (consumptie) (C)
2. Investment (I)
3. Government purchases (G)
4. Net exports (NX)
Dit zijn de vier componenten van ‘uitgaven’.
Geplande uitgaven kunnen afwijken van werkelijke uitgaven. Werkelijke inkopen kunnen hoger zijn
dan geplande wanneer bijvoorbeeld de verkopen tegenvallen en er dus meer voorraad aanwezig is
dan verwacht.
PAE = C + Ip + G + NX
PAE (Y) = Aob + cY
Belasting is hetgeen wat voor mensen bepalend is wat zij van plan zijn uit te geven aan goederen en
diensten. Zij kijken naar ‘disposable income’, inkomen na belasting dus.
Consumptie functie: Relatie tussen consumptie uitgaven en inkomen na belasting.
C = Cob + c(Y – T)
C_ is hierbij desired consumption, deze stijgt op het moment dat mensen meer gaan uitgeven en
minder gaan sparen ondanks hun inkomen. Andere oorzaak van een stijging is groeiende
aandelenmarkt (mens wil kopen). Oorzaak van een daling is verslechtering huizenmarkt (lagere
prijzen).