Door: Sander van den Berg
,Inhoud
Inleiding 3
Hoofdstuk 1 Belastingrecht in Nederland 4
Hoofdstuk 2 Formeel belastingrecht 6
Hoofdstuk 3 Kennismaking met de inkomstenbelasting 11
Hoofdstuk 4 Winst uit onderneming 16
Hoofdstuk 5 Inkomen uit werk en woning 24
Hoofdstuk 6 Inkomen uit aanmerkelijk belang 27
Hoofdstuk 7 Inkomen uit sparen en beleggen 31
Hoofdstuk 8 Loonbelasting 32
Hoofdstuk 9 Vennootschapsbelasting 36
Hoofdstuk 10 Omzetbelasting 36
2
,Inleiding
Dit is een samenvatting van het boek ‘Praktisch Fiscaalrecht editie 2018-2019’ (9e druk),
geschreven door Mr. M. P. Damen, met aanvullingen vanuit de colleges gegeven door Mr.
W. van Dijk. De volgorde van de hoofdstukken is gebaseerd op de volgorde zoals de
onderwerpen in de colleges behandeld zijn. Mogelijkerwijs zijn er een beperkt aantal
onderwerpen uit het boek niet samengevat, gezien het feit deze niet behandeld zijn in de
colleges.
3
,Hoofdstuk 1 Belastingrecht in Nederland
1.1 Waarom belastingen
Het geld waar de overheid haar bezigheden mee financiert komt grotendeels uit de
belastingen. Het is één van de belangrijkste inkomstenbronnen. Daarnaast kunnen
belastingen worden gebruikt om bepaald gedrag te bemoedigen of juist te ontmoedigen.
Belangrijke termen binnen de belastingheffing zijn draagkrachtbeginsel en profijtbeginsel. Bij
het draagkrachtbeginsel gaat men uit van: de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten.
Bij het profijtbeginsel gaat men ervan uit: degene die ergens profijt van heeft, moet er ook
voor betalen. Daarnaast hanteert de overheid ook het principe van ‘de vervuiler betaalt´.
1.2 Soorten belasting
Inkomstenbelasting (IB)
Deze belasting moet worden betaald over inkomsten van natuurlijke personen. Deze
inkomstenbelasting is afhankelijk van de hoogte van het inkomen, maar ook persoonlijke
omstandigheden spelen een rol, zoals individuele ziektekosten. Dit is te vinden in de Wet op
de inkomstenbelasting (Wet IB).
Vennootschapsbelasting
Deze belasting wordt betaald over de winst van rechtspersonen, zoals een bv. De
regelgeving is te vinden in de Wet op de vennootschapsbelasting (Wet VPB).
Loonbelasting
Loonbelasting wordt berekend over het loon van een werknemer en meestal door de
werkgever in mindering gebracht. Hierdoor komt het verschil tussen het bruto- en het
nettoloon. Het is een voorheffing van de inkomstenbelasting, Dit betekent dat op de te
betalen inkomstenbelasting de betaalde loonbelasting in mindering mag worden gebracht.
Dit is te vinden in de Wet loonbelasting (Wet LB).
Omzetbelasting
Omzetbelasting, ook wel btw, wordt in rekening gebracht door ondernemers. Het wordt
geheven over de levering van goederen en diensten door ondernemers. De ondernemer
betaalt de door de consument betaalde btw aan de belastingdienst. Dit is te vinden in de
Wet op de omzetbelasting (Wet OB).
Dividendbelasting
Deze belasting wordt betaald over de winstuitkering op aandelen, dividend. Het is een
voorheffing op de inkomstenbelasting. Dit is te vinden in de Wet op de dividendbelasting
(Wet Div).
4
, 1.3 Vindplaatsen
Belastingwetgeving
Bij materiële belastingwetgeving, zoals bijvoorbeeld de Wet omzetbelasting, Wet
loonbelasting en Wet op de inkomstenbelasting, staat de vraag centraal hoe de te betalen
belasting over een bepaald tijdvak moet worden bepaald.
Hoe de belasting uiteindelijk bij de overheid terecht komt wordt geregeld in het formele
belastingrecht. Maar ook de rechten en plichten van zowel de overheid als de burger staan
erin beschreven. Het formele belastingrecht is vooral geregeld in de Algemene wet
bestuursrecht en de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR).
Uitvoeringsregelingen (of beschikking) en uitvoeringsbesluiten
Beiden worden gemaakt door de minister van Financiën. In het geval van het
uitvoeringsbesluit gaat het om een AMvB, in het geval van een uitvoeringsregeling gaat het
om een ministeriële regeling.
Richtlijnen
Hierbij gaat het om Europese afspraken en verordeningen.
Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Bij de abbb’s gaat het om gedragsregels. De belangrijkste beginselen in deze zijn het
vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel, hoewel deze niet in de wetgeving zijn
opgenomen maar onder het gewoonterecht vallen. Het vertrouwensbeginsel gaat uit van het
vertrouwen dat de belastingplichtige mag ontlenen aan gedragingen van de overheid. Als
een medewerker ja zegt, mag de Belastingdienst niet nee doen. Het gelijkheidsbeginsel gaat
uit van een gelijke behandeling van gelijke gevallen.
Jurisprudentie
De jurisprudentie van toepassing is in dit geval inzake geschillen tussen de Belastingdienst
en de belastingplichtige. Hierbij kan het gaan over de uitleg of toepassing van de wet, maar
ook met betrekking tot de abbb’s.
Resoluties
Via een besluit, een resolutie, geeft de staatssecretaris aan hoe bij een bepaalde situatie het
wetsartikel moet worden uitgelegd. De Belastingdienst moet deze resoluties volgen.
Hetzelfde geldt voor vraag-en-antwoord besluiten. Mocht de belastingplichtige het niet eens
zijn met de uitleg in een resolutie of een vraag-en-antwoord besluit, zal dit altijd leiden tot
behandeling bij de rechter.
5