,lOMoARcPSD|2668334
, lOMoARcPSD|2668334
Probleemanalyse en hulpverleningsplan
Centrale problematiek:
Wat zijn de belangrijkste oorzaken, gevolgen en in standhoudende factoren van …………….bij..............waar deze
cliënt in het bijzonder toe behoort?
- Belangrijkste cliëntkenmerken
- Het centrale probleem moet helder zijn
- Probleemanalyse moet antwoord geven op je Centrale Problematiek
vraagstelling Voorbeelden:
Wat zijn de belangrijkste oorzaken, gevolgen en instandhoudende factoren van werkeloosheid,
gevoelens van schuld en schaamte bij een Marokkaanse vader van middelbare leeftijd waartoe in het
bijzonder toe behoort?
Wat zijn de belangrijkste oorzaken, gevolgen en in standhoudende factoren van
levensfaseproblematiek bij een thuiswonende, adolescente jongen van 16 jaar die veel
verantwoordelijkheden thuis heeft en door conflicten is geschorst van school?
Wat zijn de belangrijkste oorzaken, gevolgen en in standhoudende factoren van
levensfaseproblematiek bij een thuisloos,adolescent meisje van 16 jaar dat gestopt is met
haar HAVO-opleiding en communicatieproblemen heeft met haar vader?
Probleemanalyse
Start je analyse met een heel erg beknopte samenvatting van wie de cliënt is en wat er aan de hand
is.
Bijvoorbeeld: Karin is een meisje van 16 jaar dat van huis is weggelopen en van school gestuurd dreigt te
worden door haar spijbelgedrag. Ze is erg boos op haar vader die volgens haar te dominant is en haar niet
begrijpt. Ze woont op dit moment tijdelijk bij een vriendin in huis en geeft aan voorlopig geen contact te willen
met haar vader. Dit bezorgt haar veel stress.
Micro
- Arceer belangrijke cliëntkenmerken en verbind deze d.m.v. hierdoor, daardoor,
omdat, doordat et cetera
- Benoem draagkrachten en draaglasten
- Verwijzen van dubbele zaken en theorieën V.B.: “hier leest u meer over bij cognitie”
Gevoel : Wat voelt de cliënt? Verdriet, boos, schaamte, blijdschap etc. En waarom voelt de cliënt zich op deze
manier? Wat voor theorie past hierbij? Is de cliënt ook blij op sommige momenten?
Lichamelijke toestand: Heeft de cliënt ook lichamelijke klachten? Bijv. slapeloosheid, ADHD? Gebruikt hij hierbij
medicijnen?
Gedrag Wat doet de cliënt? Welk gedrag vertoont hij? Agressief, teruggetrokken? Piekert hij? Kan hij zich slecht
concentreren? Is iemand verzorgend of juist heel zelfstandig? Neemt iemand veel verantwoordelijkheden op
zich of niet? Hoe reageert iemand op z’n problemen? Spijbelt iemand, gaat iemand in verzet? (Coping,
persoonlijkheidstype, mensbeelden autonoom/verzorgend)
Cognitie Wat gebeurt er psychisch? Piekert iemand? Heeft iemand last van ADHD? Kan iemand zich goed
concentreren doordat iemand veel denkt aan de problemen (piekeren)? Wat zijn iemands gedachten?
Gewaarwording Ervaring. Hoe ver is iemand bewust van de eigen problemen? Hoe beleeft iemand iets?
Bijvoorbeeld rollenconflict of adolescentie en wat dit voor cliënt betekent. Problemen bij adolescentie
bijvoorbeeld foreclosure etc. Iemand voelt vlinders in zijn/haar buik.