H5
5.1: Klimaat
5.2: Landschap en landschapszones
5.3: Mens en landschap
Par 5.1
De atmosferische circulatie is het proces waarbij de wind van hoge naar lage drukgebieden
toe waait. Op het noordelijke halfrond heeft de wind een afwijking naar rechts en op het
zuidelijk halfrond naar links. Dit noemen we de wet van Buys Ballot. Hierbij ontstaan de
passaten wat de gebieden tussen de evenaar en de 30 graden zijn en de moessons die de
passaten zijn die over de evenaar zijn gegaan. Rondom de evenaar schommelt er een
lagedrukgebied tussen de 15 graden heen en weer het hele jaar door. Dit noemen we de
ITCZ. Rond de lagedrukgebieden vind je de vochtige gematigde zone en de tropische zone
terwijl je bij de hogedrukgebieden de hete en droge aride zone en de koude polaire zone.
Het patroon van het plaatje hiernaast verschuift gedurende het jaar van noord naar zuid. Dit
komt door de verschuiving van de zon en dit zorgt ook voor het ontstaan van de moessons
die de evenaar passeren.
De atmosferische circulatie waar we het net over hebben gehad heeft ook invloed op de
zeestromen en dat komt doordat de wind simpelweg de zeestromen mee sleurt. Deze
zeestromen samen zijn de oceanische circulatie. Als een zeestroom afkomstig is uit een
warm gebied noem je dit een warme zeestroom en als het uit een koud gebied komt is het
een koude zeestroom. Of een zeestroom warm of koud is heeft ook invloed op het klimaat
aangezien een warme zeestroom zorgt voor een warm klimaat en een koude zeestroom
zorgt voor een koud klimaat, maar ook zorgt dit voor een droog klimaat omdat de koude lucht
weinig vocht kan vasthouden.
5.1: Klimaat
5.2: Landschap en landschapszones
5.3: Mens en landschap
Par 5.1
De atmosferische circulatie is het proces waarbij de wind van hoge naar lage drukgebieden
toe waait. Op het noordelijke halfrond heeft de wind een afwijking naar rechts en op het
zuidelijk halfrond naar links. Dit noemen we de wet van Buys Ballot. Hierbij ontstaan de
passaten wat de gebieden tussen de evenaar en de 30 graden zijn en de moessons die de
passaten zijn die over de evenaar zijn gegaan. Rondom de evenaar schommelt er een
lagedrukgebied tussen de 15 graden heen en weer het hele jaar door. Dit noemen we de
ITCZ. Rond de lagedrukgebieden vind je de vochtige gematigde zone en de tropische zone
terwijl je bij de hogedrukgebieden de hete en droge aride zone en de koude polaire zone.
Het patroon van het plaatje hiernaast verschuift gedurende het jaar van noord naar zuid. Dit
komt door de verschuiving van de zon en dit zorgt ook voor het ontstaan van de moessons
die de evenaar passeren.
De atmosferische circulatie waar we het net over hebben gehad heeft ook invloed op de
zeestromen en dat komt doordat de wind simpelweg de zeestromen mee sleurt. Deze
zeestromen samen zijn de oceanische circulatie. Als een zeestroom afkomstig is uit een
warm gebied noem je dit een warme zeestroom en als het uit een koud gebied komt is het
een koude zeestroom. Of een zeestroom warm of koud is heeft ook invloed op het klimaat
aangezien een warme zeestroom zorgt voor een warm klimaat en een koude zeestroom
zorgt voor een koud klimaat, maar ook zorgt dit voor een droog klimaat omdat de koude lucht
weinig vocht kan vasthouden.