Bedrijfskunde Integraal
Peter Thuis & Rienk Stuive, 2e druk
ISBN: 9789001868772
Windesheim Flevoland AD Officemanagement
, Proeftentamen Bedrijfskunde Integraal
Dit proeftentamen bestaat uit 40 vragen met steeds 4 antwoordmogelijkheden.
Hoofdstuk 1
1. Welke van de onderstaande organisaties is een bedrijf?
a. De Partij van de Arbeid
b. De Waddenvereniging
c. Bouwend Nederland
d. Unilever
2. Wat wordt bedoeld met het synergie-effect?
a. Het resultaat van de individuele prestaties is gelijk aan de som van de afzonderlijke prestaties.
b. Het resultaat van het samenwerkingsverband is groter dan de som van de optelling van de resultaten
van de individuele prestaties.
c. De optelling van de resultaten van het totale samenwerkingsverband is gelijk aan de som van de
resultaten van de individuele prestaties.
d. De optelling van de resultaten van de afzonderlijke individuele prestaties is groter dan het resultaat
van het totale samenwerkingsverband.
3. Wat is de volgorde van de bedrijfskundige probleemaanpak?
a. Probleemhebber/probleemanalyse/probleemdefinitie
b. Probleemanalyse/probleemhebber/probleemoplossing
c. Probleembeschrijving/probleemanalyse/probleemoplossing
d. Probleemoplossing/probleemanalyse/probleemdefinitie
4. Wat is waar met betrekking tot het transformatieproces van een bedrijf?
a. Naast gewenste output ontstaat er ook ongewenste output.
b. Naast gewenste materialen gebruikt de transformatie ook ongewenste materialen.
c. Bij transformatie wordt ‘geld’ omgezet in ‘goederen’.
d. Bij transformatie wordt ‘informatie’ omgezet in ‘middelen’.
5. “De blackbox benadering bij de Gamma Bouwmarkt……” . Vul de zin correct aan met één van de
onderstaande zinnen.
a. ….. houdt bij welke beslissingen het management neemt in de bedrijfsvoering.
b. ….. geeft aan welke input en output er bij Gamma is.
c. ….. biedt gedetailleerd inzicht in de transformatie binnen Gamma.
d. ….. levert een bijdrage aan het overzicht hoe Gamma er financieel voorstaat.
Hoofdstuk 2
6. Wat is een primair proces?
a. Gezamenlijke kernactiviteiten waar het in een bedrijf om gaat.
b. Serie handelingen met een bepaald doel.
c. Activiteiten die een deel van het geheel vormen.
d. Totstandkoming van een product of dienst.
2