Virgiana Woolf
Bipolaire 1: gem. leeftijd 18 jaar, zelden voor de puberteit
Manische periode min 1 week, interfereert met functioneren
Hyponamanische periode min 4 dagen, is geen criteria
Depressieve periode
Bipolaire 2: gem. leeftijd 20 jaar
Hypomanische periode min 4 dagen
Depressieve periode min 2 weken meer en hoger dan bipolair 1
Lifetime prevalentie: 1,9 %, iets vaker bij vrouwen
Risicofactoren: landen hoog inkomen, gescheiden of weduwe, familiegeschiedenis, early onset
depressie, psychotische kenmerken en terugkomende depressie episodes.
Herstel moeilijker bij manie met psychose
Kessing et al (2018)
Eerste systematische review van observationele studies:
Lithium monotherapie betere uitkomsten in vergelijking met andere
stemmingsstabilisatoren in onderhoudstherapie
Enkele onderhoud combinatietherapieën (lithium in combinatie met andere
stemmingsstabilisatoren, zoals olanzapine of quetapine en de combinate van niet-
gespecificeerde atypische antipsychotica) beter dan enkel lithium bij onderhoudstherapie,
maar veel niet.
Lithiumbehandeling vermindert risico op zelfmoord.
Lam et al (2003)
Pilotstudy (12 maanden) naar minimale psychiatrische zorg (lithium en follow up) vs Cognitieve
Gedragstherapie plus minimale psychiatrische zorg CT groep:
Minder bipolaire episodes, minder dagen in de episodes en minder ziekenhuisopnames
44 % terugval (controlegroep 75 % terugval)
Minder depressieve, manische en gemengde episodes
Beter sociaal functioneren en betere coping
Minder mood symptomen, minder fluctuatie in manische symptomen
CT dus nuttig bij voorkomen van terugval, verlichten van symptomen, promoten van sociaal
functioneren waardige toevoeging aan farmacotherapie
Frank et al (2005)
Inter-persoonlijke en Sociale Ritme Therapie (IPSRT sociale zeitgeber hypothese: onstabiele inter-
persoonlijke relaties en verstoorde sociale routines leiden tot circadiaans ritme instabiliteit) vs
Intensieve Klinische Management (ICM) voorlichting stoornis, medicijnen, slaaphygiëne,
zorgvuldige beoordeling van symptomen en nadelige effecten, medisch en
gedragsmatig management van bijwerkingen en niet-specifieke ondersteuning. Sessies: 20 tot 25
minuten.
Geen verschil tussen de behandelingen in tijd tot stabilisatie. Na controle voor andere factoren op
lange termijn, IPRST:
Overleefden langer zonder nieuwe affectieve episoden in de acute behandelingsfase,
ongeacht welke therapie (IPRST of ICM) gekozen werd voor de onderhoudsbehandeling
Hogere mate van sociale ritmes aan het einde van de acute behandeling