Competenties
Boek: Nederlands leerboek jeugdgezondheidszorg.
Blz. 6 en 11 t/m 18
1.1 - Visie jeugdgezondheidszorg
Gericht op het bevorderen, beschermen en beveiligen van gezondheid, groei en
lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van kinderen en jeugdigen.
Public health, het vakgebied dat zich bezighoudt met volksgezondheid en collectief
gerichte maatregelen om die volksgezondheid te verbeteren.
Model van Lalonde wordt hierbij gehanteerd
1.4 - Competenties
Competenties zijn samenhangende clusters van kennis, vaardigheden, attituden en
persoonlijke eigenschappen en inzichten die ten grondslag liggen aan een effectief
gedrag in een functie.
Zij zijn context gebonden en ondeelbaar, verbonden met activiteiten of taken en
veranderlijk in de tijd.
Competenties vormen de basis voor het vaststellen van een competentieprofiel.
Hieraan gekoppelde gedragsindicatoren maken de competentie meetbaar.
Tabel 1.1 - Competentieprofiel van de jeugdarts KNMG
1. Medisch handelen
1.1 - De specialist bezit adequate kennis en vaardigheden naar stand van het
vakgebied.
1.2 - De specialist past het diagnostische en therapeutisch en preventie arsenaal van
het vakgebied goed en waar mogelijk evidence based toe.
1.3 - De specialist levert effectieve en ethische verantwoord patiëntenzorg.
1.4 - De specialist vindt snel de vereiste informatie en past deze toe.
2. Communicatie
2.1 - De specialist bouwt effectieve behandelrelaties met patiënten op.
2.2 - De specialist luistert goed en verkrijgt doelmatig relevante informatie.
2.3 - De specialist bespreekt medische informatie goed met patiënten en
desgewenste familie.
2.4 - De specialist doet adequaat mondeling en schriftelijk verslag over patiënten
casus.
3. Samenwerking
3.1 - De specialist overlegt doelmatig met collegae en andere zorgverleners.
3.2 - De specialist verwijst adequaat.
3.3 - De specialist levert effectief intercollegiaal consult.
3.4 - De specialist draagt bij aan effectieve interdisciplinaire samenwerking en
ketenzorg.
4. Kennis en wetenschap
4.1 - De specialist schouwt medische informatie kritisch.
4.2 - De specialist ontwikkelt en bevordert de verbreding van wetenschappelijke
vakkennis.
4.3 - De specialist ontwikkelt en onderhoudt een persoonlijke bij- en nascholingsplan.
4.4 - De specialist bevordert de deskundigheid van studenten, aio’s, collegae,
cliënten, patiënten en andere betrokkenen bij de gezondheidszorg.