Hoorcollege 1 – Arvin Kolder
De eerste 10 minuten van het hoorcollege zijn niet hoorbaar omdat hij nog geen
geluidsapparatuur had.
Inleiding
Ik ga terug naar mijn verhaal over die verzekeringsdekking.
Stap 1: aansprakelijkheid
Stap 2: op welke schadevergoeding heb ik dan recht?
Stap 3: is er ook een verzekeringsdekking?
Een half miljoen aan schade, maar de dader is niet verzekerd. Dan kun je in de situatie
komen dat je wel een claim hebt op iemand, maar dat je je geld nooit krijgt. Dus vanuit
slachtofferperspectief is het altijd goed als er een verzekeringsdekking is. Want dan heb
je een grote verzekeraar met een grote zak geld die gemakkelijk die schadevergoeding
kan uitkeren. Maar aan de andere kant ben je de dader, de veroorzaker van dat leed, als
je niet verzekerd bent moet je het uit eigen zak betalen. Dan kan je je leven lang
afbetalen aan het slachtoffer. En als je verzekerd bent kijk je je verzekeraar aan en die
neemt het dan van je over. Daar ben je immers voor verzekerd. Die keert dan de
schadevergoeding uit aan het slachtoffer. Dus zowel ter bescherming van het slachtoffer
als ter bescherming van de dader.
Dus aansprakelijkheid, schadevergoeding en verzekering. Dat zijn de drie pijlers van het
vak. Iedere week staat een van die pijlers centraal. Ook is er nog een hoorcollege over
internationale aspecten. Dat is heel grofweg het plaatje voor de komende zeven weken.
Ik ga zelf iets vertellen over werkgeversaansprakelijkheid. Ik ga het dus hebben over het
onderdeel aansprakelijkheid. Dat is wel een onderwerp van maatschappelijk belang. Er
gebeuren zo’n 200000 arbeidsongevallen per jaar met serieuze verwondingen. Vorig jaar
zelfs 70 doden door een arbeidsongeluk. De meeste ongelukken gebeuren in de bouw.
Ik heb het als volgt onderverdeeld.
- Klassieke arbeidsongevallen, art. 7:658
- Beroepsziekten, art. 7:658
- Flexibele arbeidskrachten, art. 7:658 lid 4
- Verkeersongevallen, art. 7:611 variant I
- Op de grens van werk & privé, art. 7:611 variant II
Bij de eerste moet je denken aan bijvoorbeeld een val van een steiger of ladder, een hand
in de machine. De traditionele arbeidsongevallen. Dan hebben we het korter over de
beroepsziekten, zoals burn-out, asbest, RSI, psychische overbelasting. Het kenmerk van
de beroepsziekten is dat het niet per se duidelijk is dat het letsel door het werk gebeurt.
Komt het nou door het werk of door privéfactoren of door een combinatie bij RSI als je
achter de computer werkt? Of een burn-out, als er ook een echtscheiding is of een
sterfgeval. Beroepsziekten zijn vaak multi causaal. Die ziekten hebben vaak een
sluimerend proces en dan ineens openbaart die beroepsziekte. Een klassiek ongeval is:
pats boem je valt van de steiger en daar is het letsel. Het bewijs ligt daar wat
eenvoudiger. Dan de fexibele arbeidskrachten, de arbeidsmarkt kenmerkt zich door
fexibilisering. Het is niet alleen maar zo dat een werkgever eigen werknemers in dienst
heeft. Het gaat ook om uitzendkrachten, stagiaires, werknemers van anderen, allerlei
ingeleend personeel. Hoe zit het daar dan mee? De gedachte is, de bescherming die een
‘echte’ ‘eigen’ werknemer heeft, die bescherming moet ook een ingeleende kracht
hebben die meedraait in jouw bedrijf. Als ik op kantoor een student-stagiaire zal hebben
en die staat bij het kopieerapparaat, diegene moet dezelfde bescherming hebben als een
eigen werknemer die hetzelfde werk doet. Daar zie je ook allerlei problemen; hoe moet je
dat nou afbakenen? Je hebt een advocatenkantoor en je laat een schilder komen om de
1
,buitenkant te verven. Is dat dan ook een ingeleende kracht waarvoor je een zorgplicht
hebt? Nee, dat staat toch wel vrij ver van je eigenlijke bedrijfsvoering af. Een
advocatenkantoor en een schilder. Ergens houdt het wel op. Maar daar zie je ook allerlei
grensgevallen. Dan de verkeersongevallen; werknemers die in het kader van hun werk
aan het verkeer moet deelnemen, bijvoorbeeld een bezorger of chauffeur. Al die mensen
die in het kader van hun werk aan het verkeer deelnemen op de openbare weg. Lastig is,
als werkgever, je hebt een zorgplicht voor de veiligheid voor de werknemer maar als een
werknemer zich buiten de fabriekshal op de openbare weg bevindt en uit jouw zicht
verdwijnt, dan is het moeilijk om nog invloed te hebben op de veiligheid van iemand. Je
kunt moeilijk achterop de fets stappen als werkgever en met iemand meekijken en
aanwijzingen geven. Dus iemand verdwijnt uit het zicht van de werkgever, de werkgever
heeft ook geen invloed op het gedrag van andere weggebruikers of de inrichting van de
weg. De HR zegt dan; die zorgplicht daar heb je dan niet zoveel aan. Dan hebben we een
aanvullende bescherming in de vorm van een verzekeringsplicht. Daar ga ik nog meer
over vertellen. Dit is art. 7:611 variant I. We hebben ook nog een variant I. De HR heeft
een heel systeem opgetuigd in de loop der jaren en daar moeten we het doen met
verschillende grondslagen van aansprakelijkheid, 7:658, 7:611, verschillende
voorwaarden en verschillende gevolgen. Op de grens van werk en privé moet je denken
aan bijvoorbeeld bedrijfsuitjes. We gaan een zaak zien waar een vrouw administratief
medewerkster is. Ze gaan vrijdagmiddag in de bedrijfshal rolschaatsen als
teambuildingsmiddag. Ze gaat onderuit en breekt haar pols. Is dat nou schade in de
uitoefening van je werk? Nee, dat is als ze achter die computer zit en bijvoorbeeld RSI
oploopt. Maar zo’n bedrijfsuitje is op de grens van werk en privé. Daar gelden dan weer
speciale regels voor, art. 7:611 variant II. Dus het is een gemêleerd landschap, een
complex systeem van werkgeversaansprakelijkheid en een hele uitdaging voor mij om de
komende 1,5u dat systeem met jullie door te lopen. Maar dit is waar het over gaat.
Wettelijk kader
Art. 7:658 (incl. lid 4)
- schuldaansprakelijkheid
- tekortkoming zorg veiligheid
- ‘in de uitoefening van’ het werk
- bijzondere regels stelplicht & bewijslast en ES
- volledige vergoeding
Art. 7:611 (I)
- risicoaansprakelijkheid
- schending plicht ‘behoorlijke verzekering’ af te sluiten
- ‘in de uitoefening van’ het werk
- onduidelijkheid stelplicht & bewijslast en ES
- vergoeding op niveau behoorlijke verzekering
Art. 7:611 (II)
- schuldaansprakelijkheid
- tekortkoming zorg veiligheid
- ‘buiten’ de uitoefening van het werk
- gewone regels stelplicht & bewijslast en ES
- volledige vergoeding
Als je kijkt naar de wetsartikelen waarmee we werken, dan hebben we vier smaken. Er
staan er drie op de slide. Een smaak is 0 op het rekest. Het is niet altijd prijs als je als
werknemer schade oploopt die in verband is te brengen met je werk. Het komt ook voor
dat de werknemer nul op het rekest krijgt. Dan moet hij gewoon zijn eigen schade
dragen. Maar dit zijn dan de drie mogelijkheden die we hebben. Dus ook op het
tentamen, ik ga natuurlijk een vraag maken in de trant van; waar moeten we het dan
zoeken en pas het maar toe. Dat is een beetje de insteek. Maar voor je dat kunt moet je
wel goed begrip hebben van dat systeem. Eerst maar is om te laten zien; verschillende
grondslagen. Art. 7:658 en 7:611 variant I en II. Kijk je dan naar de kenmerken daarvan.
Art. 7:658
Art. 7:658 ziet op de klassieke ongevallen en ook de fexibele krachten en
beroepsziekten. Maar schade in het kader van het eigenlijke werk. Dus je valt van de
2
,steiger, je valt van de ladder, je bent docent en je raakt overspannen. Het gaat om het
eigenlijke werk waarbij het misgaat. Dat is een schuldaansprakelijkheid van de
werkgever. Dat houdt in, de werkgever moet een verwijt treffen als er een ongeluk
gebeurt. Dus het enkele feit dat het misgaat op het werk betekent nog niet dat de
werkgever aansprakelijk is. Het is niet een risicoaansprakelijkheid, als er een ongeluk
gebeurt moet de werkgever een verwijt zijn te maken en dan is hij pas aansprakelijk. Dat
hij bijvoorbeeld tekort is geschoten om instructies te geven of toezicht te houden.
Tekortkoming zorg voor de veiligheid. Het gaat om ongelukken in de uitoefening van het
eigenlijke werk, dan praat ik niet over de bedrijfsuitjes, dat is art. 7:611 variant II. Het
gaat bij 7:658 echt om ongelukken bij de uitoefening van het eigenlijke werk.
Er gelden bijzondere regels wat betreft de stelplicht en bewijslast. Wie moet nu wat
bewijzen? Als een werknemer schade lijdt in de uitoefening van het werk; hij valt tijdens
werktijd van de steiger. Dan heeft hij schade geleden in de uitoefening van het werk. Dan
is de werkgever voor die schade aansprakelijk, tenzij de werkgever aantoont dat hij de
zorgplicht heeft nageleefd.
Dus het is niet zo dat de werknemer moet aantonen dat de werkgever de zorgplicht heeft
geschonden, nee; de werkgever moet aantonen dat hij de zorgplicht heeft nageleefd. Dus
de werknemer die schade heeft opgelopen kan wat achterover leunen en dan kun je de
werkgever uitnodigen; laat maar zien, heb jij in redelijkheid alls gedaan om dit ongeluk te
voorkomen? En dan moet de werkgever aan de bak; ik heb hem geïnstrueerd, ik heb
gezorgd voor deugdelijk materiaal, hij was ervaren etc. Dus de werkgever is aan zet.
En E.S. staat voor eigen schuld, daar geldt ook een bijzondere regeling voor. Ook om die
werknemer te beschermen. Eigen schuld is alleen van belang bij art. 7:658 als je
praat over opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. Dus als een
werknemer heel erg onvoorzichtig is en hij kijkt niet uit en kukelt van een steiger; dat
levert geen bewuste roekeloosheid op. Dus ook ernstige vormen van eigen schuld kun je
de werknemer niet voor de voeten gooien. Hij krijgt nog altijd honderd procent van zijn
schade vergoed. Alleen als de werknemer het echt enorm bont maakt, als hij opzettelijk
of bewust roekeloos de schade heeft veroorzaakt, dan krijgt hij niets. En de werkgever
moet aantonen dat er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid. Dus ook daar kan de
werknemer achteroverleunen en tegen de werkgever zeggen van; toon jij maar aan dat ik
opzettelijk of bewust roekeloos heb gehandeld. Daar ga ik straks meer over zeggen.
En als je in de prijzen valt als werknemer; dus het is in de uitoefening van je werk
misgegaan, de werkgever kan niet aantonen dat de zorgplicht is nageleefd of dat je
opzettelijk of bewust roekeloos hebt gehandeld, dan heb je recht op 100 procent
vergoeding van je schade.
Art. 7:611 variant I
Dit ziet op de werknemer in het verkeer. Krijgt de werknemer een verkeersongeval, dan
hebben we al verteld dat art. 7:658 wel van toepassing is. De buschauffeur die een
ongeluk krijgt is schade in de uitoefening van zijn werk. Alleen buiten het zicht van de
werkgever. De werkgever heeft daar weinig grip op en kan weinig invloed uitoefenen op
de veiligheid als iemand zich ergens middenin het verkeer begeeft. Dus de zorgplicht
daar zal snel aan zijn voldaan; iemand heeft een rijbewijs, de remmen werkten en de
vrachtwagen was APK-gekeurd. Dan heb je aan de zorgplicht al gauw voldaan bij
verkeersongelukken. En de HR heeft gezegd; dan gaan we een aanvullende bescherming
invoeren in de vorm van een aanvullende verzekeringsplicht. De werkgever is verplicht
om een behoorlijke verzekering af te sluiten voor de werknemer die aan het verkeer moet
deelnemen. En de grondslag daarvan is art. 7:611 smaakje I. Maar dat gaat alleen om
verkeersongevallen.
Dat gaat dan om een behoorlijke verzekeringsplicht, ook in de uitoefening van het werk.
De buschauffeur die tijdens zijn dienst een ongeluk krijgt of de pizzakoerier die tijdens
zijn werk wordt aangereden. Maar woon- werkverkeer, dus je stapt in de ochtend als
buschauffeur in de auto om naar het busbedrijf te rijden en dan krijg je een ongeluk. Dat
3
, valt erbuiten. Dus woon- werkverkeer wordt geacht in de privésfeer te zitten van
de werknemer. Dus het moet zijn tijdens de uitoefening van je werkzaamheden.
Hier is de stelplicht en bewijslas en eigen schuld wat onduidelijk. Het lijkt erop dat de
werknemer moet aantonen dat er behoorlijke verzekeringsmogelijkheden waren, daar ga
ik nog meer over vertellen. En bij eigen schuld lijkt het erop dat de werknemer ook
lichtere vormen van eigen schuld dan opzet of bewuste roekeloosheid tegengeworpen
kan krijgen. Hoe komt dat nou? Dat is het laatste aandachtspuntje. De vergoeding is
gekoppeld aan wat een behoorlijke verzekering zou hebben uitgekeerd. Het zit namelijk
zo dat de werkgever verplicht is voor de werknemer in het verkeer een behoorlijke
verzekering af te sluiten, en als de werkgever dat niet heeft gedaan, dus die behoorlijke
verzekering ontbreekt, dan heeft de werknemer een claim die correspondeert met een
bedrag dat een behoorlijke verzekering zou hebben uitgekeerd als die er wel was
geweest. Dus wat een behoorlijke verzekering zou hebben gedekt, daar kun je aanspraak
op maken.
Een behoorlijke verzekering lijkt vandaag de dag te zijn een SVI; schadeverzekering
inzittenden. Die kent bijvoorbeeld een bepaling waarin staat; als je de gordel niet draagt;
25% eigenschuld. Dat noemen we wel gordelkorting. Als je zegt; dat is een behoorlijke
verzekering, dan kun je dus die werknemer via de verzekeringsrechtelijke weg ook die
eigen schuld in de schoenen schuiven. Want de vordering van de werknemer
correspondeert met wat een behoorlijke verzekering zou hebben uitgekeerd.
Dus een werknemer die geen gordel draagt krijgt 25% eigenschuld om de oren, terwijl de
HR heeft geoordeeld; als jij bewust de gordel niet draagt is dat geen bewuste
roekeloosheid of opzet. Dus zo zie je dat afhankelijk van wat een behoorlijke verzekering
is, dat bepaalt de vordering van de werknemer. Dus je krijgt dan een enorme strijd over
de vraag wat nou een behoorlijke verzekering is. Hoe ruimer die dekking, hoe meer de
werknemer kan vangen. En hoe beperkter die dekking, hoe gunstiger dat dan voor die
werkgever is. Want als die dekking heel beperkt is hoeft die werkgever ook minder uit te
keren aan die werknemer.
Art. 7:611 variant II
Nogmaals, de HR heeft dit systeem zo opgetuigd. Dit gaat over de ongelukken op de
grens van werk en privé, denk aan de bedrijfsuitjes. Dit is dan weer een
schuldaansprakelijkheid. Want bij die behoorlijke verzekeringsplicht; je moet gewoon die
verzekering hebben als het misgaat moet er uitgekeerd worden. Het feit van een
verkeersongeval maakt dat je een claim hebt, dus art. 7:611 variant I is een
risicoaansprakelijkheid. Art. 7:611 variant II dat is weer een schuldaansprakelijkheid. De
mevrouw gaat rolschaatsen op vrijdagmiddag op het werk, dan komt ze ten val. Het
enkele feit van een ongeval is onvoldoende; er moet een verwijt zijn aan het adres van de
werkgever. Hier was het zo dat het ging om een marmeren vloer, je krijgt rolschaatsen
onder gebonden, geen goede bescherming. Dan is het eigenlijk wachten tot het fout gaat
als iemand daar niet ervaren in is. In die zaak trof de werkgever dus wel een verwijt. Maar
het betreft weer een schuldaansprakelijkheid. Een tekortkoming in de zorg voor de
veiligheid, dat kennen we van art. 7:658. Het gaat bij art. 7:611 variant II om ongevallen
buiten de uitoefening van het werk. De mevrouw die op rolschaatsen was zat normaal
achter de computer en dit is dan een ongeval tijdens het bedrijfsuitje. Let op, dit is
verraderlijk. Er gelden gewone regels van stelplicht en bewijslast en eigen schuld. Wat
houdt dat nou in? Het gaat om ongelukken niet in de uitoefening van het eigenlijke werk
maar ongevallen die wat verder van het eigenlijke werk staan. Een bedrijfsuitje
bijvoorbeeld op de vrijdagmiddag of zaterdagavond. Hoe verder je van het eigenlijke
werk afdrijft, hoe minder bescherming je krijgt van de HR en van de wetgever. Daar zit de
verklaring; dus je bent wat verder weg van je eigenlijke werk. En wat houdt dat dan in?
Hier is het zo dat de werknemer moet aantonen dat de werkgever de zorgplicht
geschonden heeft. Dus het reguliere geval. Bij art. 7:658; een ongeluk in de uitoefening
van je werk; de werknemer kan achteroverleunen en de werkgever moet aantonen dat hij
de zorgplicht heeft nageleefd. Hier is het zo dat de werknemer moet aantonen dat de
werkgever een verwijt treft. De normale regels van stelplicht en bewijslast.
4