Het doel van randomiseren is vergelijkbare groepen te krijgen daardoor verschilt er niks
anders tussen de twee groepen behalve de interventie.
Allocation concealment: de onderzoeker weet niet hoe de groepen zijn uitgekozen.
Drie belangrijke groepen:
- Behandelaar
- Outcome assessor/effectbeoordelaars
- Experimentele- en controlegroep/onderzoeksdeelnemers
Blindering: procedure waarin de onderzoekers, effectbeoordelaars en/of patiënten in
vergelijkend onderzoek niet op de hoogte zijn van de toegewezen behandeling. Dit om te
voorkomen dat de uitkomst beïnvloed wordt.
Detection bias → effectbeoordelaars: er wordt anders gekeken naar de uitkomst
Performance bias → behandelaars en deelnemers: vertekening van de uitkomst van een
onderzoek door ander/aangepast gedrag van deelnemers
Validiteit: de afwezigheid van systematische fouten, checklist criteria:
- Randomisatie (met name allocation of concealment)
- Blindering (met name outcome assessors)
- Vergelijkbaarheid van deelnemers
- Steekproefgrootte en volledigheid van de follow-up-metingen / ITT (niet meer dan
20%)
- Vergelijkbaarheid van de behandeling
Vergelijkbare groepen staat in → tabel ½ of methode
- Persoonlijke factoren/demografische gegevens
- Prognostische variabele
- Primary outcome: hoe groot is het probleem
P – waarde (probability value): alleen van toepassing op tabel 1 of misschien 2: hoe hoger
de P-waarde hoe beter:
- < 0.05: niet vergelijkbaar
- > 0.05: hoogst waarschijnlijk vergelijkbaar
Steekproefgrootte: sample size
- Rekening houden met uitval niet meer dan 20% van de deelnemers mag uitvallen
(attrition of loss to follow-up)
- Poweranalyse bepaalt minimumomvang van de steekproef (sample size): aantal
variabelen en grootte aan te tonen effect
- In grote steekproeven zijn kleine effecten eerder aan te tonen
Completeness of follow-up: complete follow-up
- Heeft iedereen het einde van de studie gehaald