Domein Onderwerp In Centraal Examen
D Concept Markt X
E Concept Ruilen over de tijd X
F Concept Samenwerken en onderhandelen X
G Concept Risico en informatie X
H Concept Welvaart en groei X
I Concept Goede Tijden, Slechte Tijden X
Extra Arbeidsmarkt X
D. MARKT
Vraag en aanbod
De collectieve vraaglijn geeft de betalingsbereidheid weer van een groep vragers. De
betalingsbereidheid is de maximale prijs die een vrager bereid is te betalen voor een bepaald
product. De vraaglijn kent eigenlijk altijd een dalend verloop. Met een hoge prijs is de vraag laag, bij
een lage prijs hoog. Een prijsverandering gebeurd, vaak door een verandering van de collectieve
aanbodlijn, door een verschuiving langs de lijn. Een verschuiving van de lijn gebeurd door een
externe factor. Het optellen van individuele vraaglijnen leidt tot de collectieve vraaglijn.
Er wordt langs de vraaglijn verschoven door een prijsverandering en de lijn verschuift zelf door
veranderingen in overige omstandigheden als het aantal vragers en de behoeften.
Vraaglijn 1 is een vrij horizontaal lopende vraaglijn,
waarbij een prijsverandering leidt tot een
behoorlijke hoeveelheidsverandering. Deze vraag is
relatief elastisch. Vraaglijn 2 is een vrij verticaal
lopende vraaglijn. De vraag reageert zwak op een
prijsverandering. De waarde is relatief inelastisch.
Vraaglijn 3 laat een volkomen inelastische vraag
weer (Ev = 0). Een prijsverandering leidt tot geen verandering van de gevraagde hoeveelheid.
De collectieve aanbodlijn geeft het verband weer tussen de prijs en de aangeboden hoeveelheid van
alle aanbieders op een bepaalde markt. Dit is afhankelijk van de leveringsbereidheid, wat eigenlijk
altijd bepaald wordt door de (marginale) kosten. De aanbodlijn kent een stijgend verloop, aangezien
bij een lage prijs het aanbod laag is en bij een hoge prijs, er meer winst behaald kan worden en de
aangeboden hoeveelheid hoog is.
Een verschuiving langs de aanbodlijn komt door prijsveranderingen. Een verschuiving langs de lijn
komt door veranderingen in overige omstandigheden als technische ontwikkelingen en het aantal
aanbieders
Betalingsbereidheid – Marktevenwicht
De belangrijkste markten:
Arbeidsmarkt met als prijs het loon
Valutamarkt met als prijs de wisselkoers
Vermogensmarkt met als prijs de rente
Verzekeringsmarkt
‘De economie’ met als prijs het prijspeil
,Het marktevenwicht is het punt waarbij vraag en aanbod elkaar kruisen. Dit punt bepaalt de
evenwichtshoeveelheid en de bijbehorende evenwichtsprijs. De marktomzet is te berekenen door de
evenwichtsprijs te vermenigvuldigen met de evenwichtshoeveelheid (omzet = p*q). Veranderingen
van de vraaglijn en/of de aanbodlijn leiden tot veranderingen in het marktevenwicht.
Elasticiteiten
De waarde van de elasticiteit geeft je informatie over wat je met de prijs moet doen om meer omzet
en daarmee meer winst te halen. Bij een elastische waarde moet je de prijs verlagen, want er wordt
relatief sterk gereageerd op de prijsverlaging. Bij een elastische waarde moet je de prijs verhogen
want er wordt zwak gereageerd.
1. De prijselasticiteit van de vraag: de mate waarin de gevraagde hoeveelheid procentueel
veranderd onder invloed van een procentuele verandering van de prijs.
2. Inkomenselasticiteit: in hoeverre reageert de gevraagde hoeveelheid van een product op een
inkomensverandering
3. Kruislingse prijselasticiteit: de relatieve
verandering van de vraag naar het ene product
als gevolg van de relatieve verandering van de prijs van het andere product.
, Marginale eenheden
Marginale kosten zijn de kosten van 1 product dat je
extra produceert. Constante kosten en marginale kosten hebben zo goed als niks met elkaar te
maken. Er is wel een verband tussen marginale kosten en variabele kosten.
Vanuit het moment dat het snijpunt van de MO en de MK boven de GVK ligt zal de productie
plaatsvinden. Bij de ligging van de onderste rode lijn zal de prijs (GO) onder de GVK liggen, wat
betekent dat er verlies gemaakt zal worden bij elk product.
Bij volkomen concurrentie loopt de MO lijn horizontaal. De prijs (=GO) komt tot stand op de markt en
daarmee levert een extra product altijd evenveel op. De volkomen concurrent kan zelf de
hoeveelheid bepalen en dit is met name afhankelijk van het verloop van de MK-lijn. Op het moment
dat de MO groter is dan de MK, zal de winst toenemen. Dit gaat net zolang door tot het punt MO =
MK. Dit punt geeft de hoeveelheid aan waarbij de winst maximaal is.
De MK-functie kent vaak een horizontaal verloop. De MK staat dan gelijk aan de GVK. Het kan ook
een dalend verloop kennen met als reden dat overuren dubbel betaald worden of dat het
coördineren van de extra productie meer tijd en moeite met zich meebrengt (diseconomies of scale).
Bij volkomen concurrentie zijn de GO en de MO gelijk aan elkaar. De GO staat voor de
prijsafzetfunctie en geeft de relatie weer tussen de prijs en de afzet van een individuele aanbieder.
Van een functie van de afzet naar de MO:
Q = -0,5p + 100
GO = -2q + 200 : GO = q, dus haal de p los
TO = -2q2 + 200q : TO = GO x q, omzet is de prijs x de afzet
MO = -4q + 200 : MO = TO’, oftewel de afgeleide van de TO
Bij onvolkomen concurrentie / monopolie eindigt de MO-lijn altijd in het midden van de GO.
Vaste en variabele kosten
Constante kosten zijn onafhankelijk van de productieomvang, dus bijvoorbeeld de huur. Variabele
kosten zijn wel afhankelijk van de productie, bijvoorbeeld de inkoop.
TO = P x Q
TK = TCK + TVK = TCK + GCK x Q
GTK = TCK/Q + GVK = GCK + GVK
TW = TO - TK
Marktvormen – Monopolie en oligopolie – Volledige mededinging
Een marktvorm is het geheel van omstandigheden waaronder concurrentie plaatsvindt tussen
bedrijven. De kenmerken van elke marktvorm zegt iets over de invloed van de individuele aanbieder
op de prijs, oftewel de marktmacht. De marktvorm wordt bepaald door:
Het aantal aanbieders: hoe minder aanbieders, hoe groter de invloed van elke aanbieder op
de prijs
, Vrije toetreding: overheidsregels, grote investeringen of gebrek aan kennis kunnen
belemmeringen zijn
Transparantie: wie beschikt er over alle informatie
Product: homogeen of heterogeen. Een homogeen product wil zeggen dat de producten die
verkocht worden identiek zijn.
Volkomen concurrentiestaat voor veel aanbieders van een homogeen product. De toetreding is vrij
en de markt is transparant, de informatie is symmetrisch. De prijs wordt bepaald op de totale markt,
daardoor is de individuele aanbieder een
hoeveelheidsaanpasser. Op lange termijn zal gelden
GO=MO=MK=GTK. Op lange termijn zal er op de marktvorm
volkomen concurrentie echter geen winst gemaakt worden. De
behaalde winst op korte termijn trekt nieuwe aanbieders aan,
waardoor de aanbodlijn naar rechts verschuift en daarmee de
GO en MO naar beneden.
Een monopolist is prijszetter en hoeft slechts rekening te houden
met de wensen van de consumenten. De collectieve vraaglijn is daardoor zijn prijsafzetlijn, waar
weer de totale opbrengsten en de marginale opbrengsten uit af te leiden zijn.
Een monopolistische concurrentie is een marktvorm gekenmerkt door veel aanbieders, vrije
toetreding en een heterogeen product. Met een breed assortiment en expertise lokt hij zijn klanten.
De heterogeniteit van de producten maakt hem een prijszetter, maar met kleine marges. Er worden
deelmarkten gecreëerd, waarop de monopolistische concurrent prijszetter is. Er is geen sprake van
volledige transparantie.
Eenn oligopolie kan de prijs zetten, maar moet oppassen. Toetreden is vaak moeilijk door trouwe
klanten van huidige aanbieders en hoge aanvangsinvesteringen, welke tot verzonken kosten kunnen
worden gerekend. Een product kan zowel homogeen als heterogeen zijn. Een oligopolie heft een
geknikte vraaglijn. Het eerste, vrij horizontale lopende deel van de vraaglijn, is
elastisch. De hoeveelheids-verandering zal relatief sterker zijn dan de prijsverhoging
wat zal leiden tot een daling van de omzet. Consumenten zullen overstappen naar
concurrenten. Het rechter, in verhouding verticaal lopende deel van de vraaglijn, is
inelastisch. De hoeveelheid reageert zwak op de prijsdaling, waardoor de omzet van
de oligopolist daalt. Op het moment dat jij als oligopolist de prijzen verlaagd zal de
concurrentie volgen waardoor je lagere marges hebt.
Soort product
Aantal aanbieders
Homogeen Heterogeen
Veel aanbieders Volkomen concurrentie Monopolistische concurrentie
Weinig aanbieders Homogene oligopolie Heterogene oligopolie
Een aanbieder Monopolie
Prijsdiscriminatie
Bedrijven met marktmacht zijn altijd op zoek naar een hogere afzet, omzet en winst. Ze proberen
mensen met een hogere betalingsbereidheid meer te laten betalen, ze veroveren hiermee een deel
van het consumentensurplus via prijsdifferentiatie en prijsdiscriminatie.