A. Duurzaam patroon van innerlijke ervaringen en gedragingen dat duidelijk afwijkt van wat binnen
de cultuur van de betrokkene wordt verwacht. Dit patroon komt in twee of meer van de volgende
terreinen tot uiting:
Cognitie
Manieren hoe je jezelf, anderen en situaties ziet.
Emotie
Intensiteit, passendheid, labiliteit van emotionele respons. Te sterk/zwam of ongepast
Interpersoonlijk functioneren
Hoe reageer je op anderen? Intimiteit en wederkerigheid.
Impulscontrole
te weinig controle, of juist te rigide
B. Het duurzame patroon is inflexibel en komt tot uiting in een breed scala van persoonlijke en
sociale situaties.
C. Het duurzame patroon veroorzaakt klinisch significante lijdensdruk of beperkingen in het sociale
of beroepsmatige functioneren of in het functioneren op andere belangrijke terreinen.
D. Het patroon is stabiel en van lange duur, en het begin ervan kan worden herleid tot op zijn laatst
de adolescentie of jongvolwassen leeftijd.
E. Het duurzake patroon kan niet beter worden verklaard als een uiting of gevolg van een andere
psychische stoornis.
F. Het duurzame patroon kan niet worden toegeschreven aan de fysiologische effecten van een
midden (drug of medicatie) of aan een somatische aandoening (zoals schedeltrauma).