C.L.V. Staal
Universiteit van Amsterdam
2018-2019
1
,2
,Samenvatting Hoofdstuk 1 Prins, Bosch & Braet (2018)
Gedragstherapie bij kinderen en jeugdigen
1.1. Geschiedenis van gedragstherapie bij kinderen en jeugdigen
De ontwikkeling van de gedragstherapie bij kinderen en jeugdigen van de afgelopen vijftig
jaar kan beschreven worden in drie fasen. Deze fasen zijn als volgt;
Voornamelijk gericht op uiterlijk waarneembaar gedrag,
Eerste generatie gedragstherapie waarbij conditioneringsprincipes de basis voor de
± 1960 tot 1980 interventies vormen; geen ruimte voor introspectie.
Waarneembaar gedrag in interactie met specifieke
omgevingskenmerken (Gedrag x Omgeving) staat
centraal in zowel de analyse als behandeling van
probleemgedrag.
Overgang naar de tweede generatie door
invloeden van Bandura en zijn sociale leertheorie
Onder andere onder invloed van de sociale leertheorie van
Tweede generatie gedragstherapie Bandura ontstond steeds meer ruimte voor cognitief-
± 1980 tot 1990 mediërende processen in de analyse en aanpak van
probleemgedrag. Het opsporen van denkfouten, het
veranderen van het denken en het aanleren van specifieke
gedachten en gevoelens komt centraal te staan; toenemende
aandacht voor informatieverwerkingsprocessen.
Cognities gelden als functioneel onderdeel van de
gedragsketen.
Derde generatie gedragstherapie Richt zich niet zozeer op het veranderen van het denken,
±1990 tot nu voelen en doen of op de inhoud van het denken, maar meer
op de functie en in welke context deze processen zich
afspelen. In de derde generatie ontstaat meer ruimte voor
‘aanvaarden’ ‘verdragen’ en ‘afstand nemen’.
3
, 1.2. Kenmerken
In het boek een aantal specifieke kenmerken van de kindergedragstherapie benoemd en
omschreven. Deze kenmerken zijn als volgt;
Ontwikkelingsperspectief Kindergedragstherapeuten houden rekening met het feit
dat het kind in ontwikkeling is, waarbij het functioneren
van het kind in het licht van de ontwikkeling bekeken
wordt. Kennis van ontwikkelingstaken is noodzakelijk
voor de klachtenanalyse, de keuze van de
behandelingsdoelen en de keuze van de
behandelingstechnieken.
Voorbeeld: CGT bij adolescent met
schoolweigering mogelijk minder effectief dan bij
jonge(re) kinderen, omdat in de adolescentie o.a.
de identiteitsontwikkeling en de behoefte aan
autonomie centraal staan. Deze behoefte aan
autonomie kan interfereren met de behandeling.
Samenwerken met de ouders en de Samenwerken met de ouders is al vanaf het begin een
context van het kind centraal kenmerk; ouders en andere gezinsleden kunnen een
rol in de behandeling vervullen. Zo dragen interacties
mogelijk bij aan het in stand houden van problematisch
gedrag en de verbetering ervan. Ook is samenwerking met
ouder(s) noodzakelijk om het kind te ondersteunen.
Het uitgebreide cliëntsysteem is ingewikkeld, maar
biedt kansen; ouders kunnen bijvoorbeeld fungeren
als participerende observator of co-therapeut.
Probleemoplossend proces Het probleemoplossend perspectief past goed in het
ontwikkelingsperspectief; elk kind wordt geconfronteerd
met steeds weer nieuwe problemen – ontwikkelingstaken –
die om een oplossing vragen.
4