HC1 – Inleiding blok en volwassenenpsychiatrie
Klinisch redeneren in de psychiatrie met behulp van syndroomdiagnoses.
Psychiatrisch onderzoek; eerste indrukken, cognitieve functies, affectieve functies, conatieve functies
(neiging tot handelen).
1 op de 4 krijgt een psychische stoornis; erfelijkheid, symptomen depressie, brein, ontregeling van het
endocriene systeem, stigma, psychiatrisch onderzoek
Lifetime prevalentie
Angststoornissen 19%
Depressie 15-20%
Schizofrenie 1%
Appendectomie complicaties bij patienten; mensen met een psychiatrische aandoening hebben 43%
kans op complicaties, mensen zonder psychiatrie slechts 25%.
Psychiatrische stoornissen zijn voor 30-85% erfelijk bepaald.
Heritability estimate
Depressie 0.28-0.4
Schizofrenie 0.8-0.84
Symptomen depressie
A; gedurende 2 of meer weken bijna elke dag, significant lijden en/of beperkingen, 5 of meer
symptomen waarvan minimaal 1 kernsymptoom
Kernsymptomen
Sombere stemming
Anhedonie; het niet meer ervaren van vreugde
Symptomen
Gewichtsverandering
In-/hypersomnia
Agitatie of remming
Vermoeidheid
Schuldgevoelens
Concentratieverlies
Suicdialiteit
B; niet door somatische aandoening, middel of rouw
C; niet in het kader van psychotische stoornis
Het brein bij mental illness
Anterior cingulate cortex; volume neemt af
Prefrontale cortex; volume neemt af
Subgenuale cingulate; activiteit en volume neemt af
Orbitofrontale cortex; activiteit neemt toe, volume neemt af
Ventrale striatum; activiteit en volume neemt af
Pituitary (hypofyse); volume neemt toe
Amygdala; activiteit neemt toe, volume neemt af
Hippocampus; volume neemt af
Hypothalamus werkt in op de hypofyse, welke ACTH afgeeft aan de bijnieren die vervolgens cortisol
of (nor)epinefrine afgeven.
Klinisch redeneren in de psychiatrie met behulp van syndroomdiagnoses.
Psychiatrisch onderzoek; eerste indrukken, cognitieve functies, affectieve functies, conatieve functies
(neiging tot handelen).
1 op de 4 krijgt een psychische stoornis; erfelijkheid, symptomen depressie, brein, ontregeling van het
endocriene systeem, stigma, psychiatrisch onderzoek
Lifetime prevalentie
Angststoornissen 19%
Depressie 15-20%
Schizofrenie 1%
Appendectomie complicaties bij patienten; mensen met een psychiatrische aandoening hebben 43%
kans op complicaties, mensen zonder psychiatrie slechts 25%.
Psychiatrische stoornissen zijn voor 30-85% erfelijk bepaald.
Heritability estimate
Depressie 0.28-0.4
Schizofrenie 0.8-0.84
Symptomen depressie
A; gedurende 2 of meer weken bijna elke dag, significant lijden en/of beperkingen, 5 of meer
symptomen waarvan minimaal 1 kernsymptoom
Kernsymptomen
Sombere stemming
Anhedonie; het niet meer ervaren van vreugde
Symptomen
Gewichtsverandering
In-/hypersomnia
Agitatie of remming
Vermoeidheid
Schuldgevoelens
Concentratieverlies
Suicdialiteit
B; niet door somatische aandoening, middel of rouw
C; niet in het kader van psychotische stoornis
Het brein bij mental illness
Anterior cingulate cortex; volume neemt af
Prefrontale cortex; volume neemt af
Subgenuale cingulate; activiteit en volume neemt af
Orbitofrontale cortex; activiteit neemt toe, volume neemt af
Ventrale striatum; activiteit en volume neemt af
Pituitary (hypofyse); volume neemt toe
Amygdala; activiteit neemt toe, volume neemt af
Hippocampus; volume neemt af
Hypothalamus werkt in op de hypofyse, welke ACTH afgeeft aan de bijnieren die vervolgens cortisol
of (nor)epinefrine afgeven.