Inleiding Een bladderscan is een apparaat dat meet hoeveel urine er achterblijft in de blaas na het
uitplassen. Het maakt gebruik van echografie. Wat zijn de voordelen van de bladderscan voor de
patiënt? En voor de verpleegkundige?
Doelen De student kan:
1. De onderdelen van het urinaire stelsel benoemen en de drie belangrijkste functies van het
stelsel beschrijven.
De 3 belangrijke functies zijn:
- Excretie, de verwijdering van organische afvalstoffen uit lichaamsvloeistoffen
- Eliminatie, de lozing van deze afvalstoffen naar buiten.
- Homeostatische regeling van het volume en de concentratie opgeloste stoffen in het bloedplasma
Andere functies van de nieren:
- Het reguleren van het bloedvolume en de bloeddruk.
- Het reguleren van de concentratie van natrium, kalium, chloride en andere ionen, door te regelen
hoeveel er met de urine verloren gaat.
- Bijdrage stabiliseren van PH in bloed.
Het behoud van waardevolle voedingsstoffen zoals glucose en aminozuren.
Nieren hebben bloeddruk nodig om te kunnen functioneren. Ze liggen dicht bij de Aorta. Water dat
,via het bloed door de nieren komt blijft daar achter en word urine.
2. De plaats en structurele kenmerken van de nieren beschrijven, de weg van het bloed volgen
naar, in en uit een nier en de structuur van een Nefron beschrijven.
De nieren worden op hun plaats gehouden door:
- Het bovengelegen(achtergelegen??) buikvlies
- Contact met aangrenzende organen.
- Ondersteunende bindweefsels.
Een wandelende nier een veel voorkomende ziekte dit komt doordat de ophang banden zijn
beschadigd. Dit is gevaarlijk omdat tijdens het bewegen de ureters en bloedvaten kunnen draaien of
knikken.
Een gemiddelde nier van een volwassene is roodbruin en ongeveer 10CM lang en 5,5 cm breed. En 3
CM dik.
In de Nier piramiden en de bovengelegen delen van de Nierschors wordt urine gevormd.
De Nier is verdeeld in een buitenste nierschors (cortex) en een binnenste niermerg (medulla).
In de nierpoort treed de Ureter en V renalis uit. En de A renalis en de plexus renalis binnenkomen.
Bloed bereikt alle Nefronen door een Afferente arteriole en stroomt weg via een efferente Arteriole.
,