H6 PAR. 1 T/M 6
Memo HAVO/VWO 1
HOOFDSTUK 6 | PAR. 1 | ORIËNTATIE
1500 tot 1600 tijd van de ontdekkers en hervormers.
• Eratosthenes: Berekende de grote van de aarde.
• 1482 Nicolaus Germanus tekende een kaart van de aarde en ontdekte dat Columbus niet in
Azië was geweest maar een nieuw continent had ontdekt.
• 1513 Spaanse commandant nam De Balboa indianen gevangen, omdat ze in strijd met de
Christelijke leer leefde.
HOOFDSTUK 6 | PAR. 2 | DE OUDHEID WORD OPNIEUW GEBOREN
Rome:
▪ Heeft als bijnaam de eeuwige stad.
▪ 125 keizer Hadrianus liet het Pantheon herbouwen, er woonden toen 1,5 miljoen mensen.
▪ 476 Rome werd onveiliger mensen verlieten de stad.
▪ 1496 waren er nog 35 duizend inwoners.
▪ Laatste eeuwen van het Romeinse keizerrijk → hoofdstad van het christendom → enige
godsdienst die was toegestaan in het rijk.
▪ Paus (bisschop van Rome) is hoofd van de kerk
▪ 330 keizer Constantijn laat grote kerk bouwen in Romen voor de Paus
▪ (Sint-Pieterskerk → vernoemd naar Petrus die daar gekruisigd was onder keizer Nero).
Bouwen als de Grieken en Romeinen:
▪ 14e eeuw Italiaanse handelssteden (Venetië en Florence) → Italianen dromen van herstel van de
grootsheid van het Romeinse rijk.
▪ De oude Romeinse bouwkunst werd als voorbeeld gebruikt voor nieuwe gebouwen.
▪ Pantheon werd door Michelangelo als voorbeeld gebruikt bij de bouw van de koepel van de
nieuwe Sint-Pieter.
Renaissance: betekend wedergeboorte (wedergeboorte van de kunst van de Griekse en de
Romeinse oudheid).
Tussentijd/smerige middentijd/tijd der schaduwen: periode tussen oudheid en renaissance.
1
, • Renaissance startte in Italië, omdat daar veel resten waren uit de tijd van de romeinen.
Kenmerken van de kunst in de renaissance:
▪ Kunstenaars hadden interesse in anatomie en verwerkte dit in hun kunstwerken, ze gebruikten
hierbij wel de ideale verhoudingen → Griekse beelden sterk atletisch.
▪ In de renaissance kwam er diepte in schilderijen (perspectief), de Griekse wiskundige hadden
dit in de 3e eeuw voor Christus al bedacht.
▪ Beeldhouwers/architecten zorgden ook voor de juiste verhoudingen in hun werk.
Bouwkunst: De manier waarop bouwwerken ontworpen en gebouwd worden. Deze past vaak bij een
bepaalde cultuur en tijd. In de renaissance bootsen architecten de bouwkunst van de oude Grieken en
Romeinen na.
Renaissancetijd: is letterlijk wedergeboorte. In de 15e en 16e eeuw ging het om de wedergeboorte
van de kunst en wetenschap van de Griekse en de Romeinse oudheid. Het was een overgangsperiode
tussen de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd.
Anatomie: de leer van de bouw van het menselijk lichaam.
Perspectief: een techniek waardoor je de indruk kunt wekken dat er diepte zit in een plat schilderij.
Vraag die je moet kunnen beantwoorden voor de toets: wat betekend (de oudheid wordt opnieuw
geboren)?
HOOFDSTUK 6 | PAR. 3 | EEN NIEUWE MENTALITEIT
• 1633 Galileo Galilei wordt door de rechters van de kerkelijke rechtbank veroordeeld tot
opsluiting in een kerker → later kreeg hij strafvermindering → huisarrest.
Reden: hij verklaarde dat de aarde om de zon draait en niet andersom.
Leonardo da Vinci is een kunstschilder met verstand van:
▪ Kunst
▪ Techniek
▪ Literatuur
▪ Filosofie
▪ Anatomie
Hij heeft veel over deze onderwerpen gelezen uit oudheid.
In de oudheid schreef men op papyrus, omdat papyrus snel vergaat bleven de monniken de teksten
overschrijven → fout gevoelig.
Humanist:
▪ Geleerde uit de tijd van de renaissance die teksten uit de oudheid bestudeert en vertaald.
Zij vinden het belangrijk dat mensen leren lezen om zo hun eigen visie/oordeel over zaken
te kunnen vormen.
2