In de economie zijn er tijden van economische groei en tijden van economische krimp. Dit
geldt voor alle landen en dit is altijd al zo geweest.
Om de beweging van de economie inzichtelijk te maken, bekijken we de reële economische
groei, dit is de procentuele verandering van jaar tot jaar van het reële bruto binnenlands
product (bbp)
- De doorlopende lijn is de conjunctuurlijn, als deze boven de trend ligt dan groeit de
economie. Als de lijn onder de x-as komt dan krimpt de economie. De
slingerbeweging (groeien en dalen) is de economische conjunctuurbeweging.
- De trendmatige groei, is de gemiddelde groei over de afgelopen aantal jaren. De
trendmatige groeilijn noem je ook wel het langetermijngroeipad van de economie.
Er is hoogconjunctuur als de economie sterker groeit dan de trendmatige groei. In deze
tijden geven consumenten gemakkelijk geld uit, ondernemingen hebben hoge winsten en
zitten niet met onverkochte voorraden. Ook zijn de aandelenkoersen hoog en is er weinig
werkloosheid
Er is laagconjunctuur als de economie minder sterk groeit dan de trendmatige groei.
Consumenten geven minder geld uit, waardoor bedrijven hun producten lastiger kunnen
verkopen. Er zijn weinig bestedingen dus weinig belastinginkomsten, hierdoor loopt het
financieringstekort van de overheid op en is er meer werkloosheid
In Nederland wordt de economie gemeten door het CBS, voor Europa wordt dit gedaan door
Eurostat.
Als de economie twee kwartalen achter elkaar krimpt, spreek je van een economische
recessie. Recessie betekent letterlijk achteruitgang. Als de economie drie kwartalen of meer
achter elkaar krimpt, spreek je van een economische depressie.
De conjunctuurbeweging heeft drie kenmerken:
- De beweging is onregelmatig en niet te voorspellen
- De meeste macro-economische variabelen vertonen dezelfde conjunctuurbeweging
- De beweging verloopt tegengesteld aan het aantal werklozen