basis
Methodisch werken in het
sociale domein
,Hoofdstuk 1, Dichterbij: visie en basishouding.
Factoren die ervoor kunnen zorgen dat ze vastlopen in de maatschappij:
- Persoonlijke beperkingen:
o Licht verstandelijke beperking
o Psychisch kwetsbaar
- Persoonlijke omstandigheden:
o Ziekte van de persoon zelf
o Ziekte naasten
o Intensieve zorg als mantelzorger
- Levensomstandigheden:
o Slechte huisvesting
o Onveilige buurt met veel vandalisme en criminaliteit
- Afkomst:
o Opgroeien in armoede
o Verwaarlozing
o Talenten worden. Niet erkend of gestimuleerd
Voorbeeld: opgroeien in vluchtelingengezin dat kampt met
ontworteling en traumaverwerking
1.1 Methodisch werken.
De kern van waar het in het sociaal werk om gaat:
Mensen in hun sociale omgeving sterker maken door hen toegang te laten krijgen tot
persoonlijke, sociale en maatschappelijke hulpbronnen.
Welke handvaten biedt methodisch werken:
- Mensen ondersteunen op een manier die hen vaardiger maakt in het oplossen
van hun problemen en in het ontdekken en realiseren van hun mogelijkheden.
- De omstandigheden waarin mensen verkeren te benoemen en aan te kaarten
bij verantwoordelijke instanties en ze zo mogelijk positief te beïnvloeden.
Het doel van het sociaal werk is bij te dragen aan een rechtvaardige maatschappij
waarin iedereen voldoende kansen krijgt om tot zijn recht te komen.
De manieren waarop je met mensen in contact kunt komen:
- Mensen melden zichzelf. Denk aan spreekuur in een wijkcentrum
- Je zoekt mensen op die niet uit zichzelf hulp zoeken of deelnemen aan sociale
activiteiten en je onderzoekt of je iets voor hen kunt betekenen. Dat kun je op
3 manieren doen:
o Locaties in de buurt: vindplaatsgericht werken.
o Bij hen thuis: out-reachend werken.
o Door gewoon aanwezig te zijn in de wijk: present zijn.
- Je legt contact n.a.v. signalen van derden, bijvoorbeeld familie of
buurtgenoten die zich zorgen maken.
- Je legt contact n.a.v. meldingen van maatschappelijke organisaties zoals
verhuurders, thuiszorg en politie.
1
, - Je legt als onderdeel van een geïndiceerd zorgtraject contact met mensen die
woonbegeleiding krijgen of die (tijdelijk) opgevangen worden in een
voorziening, bijvoorbeeld bij dak- en thuisloosheid of als gevolg van huiselijk
geweld.
Als dichterbij professional moet je van vele marken thuis zijn. Je kijkt breed naar wat
er speelt in een bepaalde situatie en kunt verschillende factoren met elkaar in
verband brengen. Bovendien voer je veel verschillen taken uit, zoals:
- Financiële en administratieve probleem ontrafelen en oplossen.
- De belangen behartigen van mensen die vastlopen in de complexe
samenleving, bijvoorbeeld door te bemiddelen richting instanties.
- Ontmoeting en onderlinge steun organiseren, zodat mensen weer gaan
deelnemen aan het sociale leven en hun mogelijkheden en talenten kunnen
ontdekken.
- Bemiddelen bij conflicten, waarbij je als het nodig is ingrijpt om te voorkomen
dat grote schade ontstaat voor personen en hun omgeving.
- Afstemmen en samenwerken met iedereen die een rol kan spelen bij het
oplossen van individuele of gezamenlijk problemen.
- De effecten van beleid, wet- en regelgeving signaleren.
- Soms zul je ook bijdragen aan het ontwikkelen van een effectieve aanpak of
structurele problemen op te lossen, bijvoorbeeld in samenwerking met de
gemeente, in sociale teams of met andere professionals.
1.2 Theoretische onderbouwing.
Als het mensen lukt adequaat te reageren op dreigende omstandigheden spreken we
over ‘veerkracht’. Mensen (en groepen) hebben veerkracht als ze over het vermogen
beschikken zich ondanks moeilijke levensomstandigheden positief te ontwikkelen.
Een sociaal werker probeert de persoonlijke, sociale en maatschappelijke
hulpbronnen van mensen te vergroten om hun veerkracht te versterken.
Empowerment is een proces van versterking waarbij individuen, organisaties en
gemeenschappen greep krijgen op de eigen situatie en hun omgeving en dit via het
verwerven van controle, het aanscherpen van het kritisch bewustzijn en het
stimuleren van participatie.
Empowerment kan in 3 niveaus worden uitgesplitst:
1. Individueel niveau: het bevorderen van de eigen regie, het aanspreken van de
eigen kwaliteiten, het ontwikkelen van vaardigheden, het stimuleren van
sociale contacten zelfvertrouwen en zelfbewustzijn en het stimuleren van
maatschappelijke participatie. We spreken dan over het aanspreken en
vergroten van het zelf helpend vermogen.
2. Collectief niveau: het bevorderen van zelforganisatie en zelfhulp, zoals
lotgenotencontact en het versterken van krachtbronnen in de directe
omgeving. Denk aan scholen, huisartsenzorg, verzorgingshuizen, kerken en
sportverenigingen. We spreken hier ook wel over het hulp organiserend
vermogen dat versterkt moet worden.
2