Historie van duurzaamheid:
Triple bottom lines (1981): Economische, ecologsiche en sociale waarden bij meten van
zakelijke prestaties Door: Freer Spreckley
Brundtland (1987): Duurzame Ontwikkeling is de ontwikkeling die aansluit op de behoeften
van het heden Zonder het vermogen van de toekomstige generaties om in hun eigen
behoefte te voorzien in gevaar te brengen.
People, planet & Profit (1995): Harmonie tussen deze thema 's is voor de duurzame
ontwikkeling van belang.
Cradle to cradle (2002): Richt zich niet op het verminderen van negatieve invloeden, maar op
het verhogen van positieve invloeden de 3 principes die cradle to cradle kenmerken zijn:
Afval = voedsel, Gebruik hernieuwbare energie, respect voor diversiteit
Theorie duurzame gebiedsontwikkeling:
Groenblauwe netwerken (2012): Benoemt verschillende thema 's en draagt per thema aan
hoe het verduurzamen. Hierbij wordt het gebruik van middelen met samenhang tussen de
thema 's aanvullen, maar niet vereist.
Multi themastisch: Inzet op alle onderdelen, want wanneer teveel op één onderdeel wordt
ingezet, gaat het ten koste van tenminste één van de andere onderdelen.
Systemisch, symbiosis in development (2009): Er worden tenminste 3 niveaus erkend het
object. Netwerk en systeemniveau zit probeert effecten op systeemniveau als eerste te
optimaliseren, Omdat deze In de meeste gevallen meer impact hebben.
Duurzaamheid:
De ruimte die gebruikt wordt, draagt bij. Aan het voldoen aan de basisbehoefte van Iedereen.
Er wordt nuttig gebruik gemaakt van de beschikbare ruimte. Waarbij Alleen de ruimte wordt
gebruikt die ook echt daarvoor nodig is. Er is een balans die langdurig houdbaar is op het
gebied van ruimtegebruik, menswaardig bestaan, economische haalbaarheid.
, Duurzaamheid in de ruimtelijke ordening: Les 2
Wat is een landschap?
Bestaat uit:
• Biotische factoren: oftewel de natuur. Dit is flora en fauna
• Abiotische factoren: Relief, bodem, waterlopen etc
• Culturele factoren: Het gebruik door mensen
Bij natuur gaat om de biodiversiteit. Deze is op 3 niveaus belangrijk:
• De variatie aan erfelijk materiaal binnen een soort
• De variatie aan soorten en planten en dieren
• De variatie aan levensgemeenschappen waarin soorten bestaan, ook wel
de ecosystemen genoemd
Habitat: Natuurlijk leefgebied
De 3 belangrijkste (ruimtelijk relevante) bedreigingen voor de Nederlandse natuur zijn:
• Verlies aan habitatkwaliteit
• Overexploitatie
• Invasieve soorten
Verlies van habitatkwaliteit:
De habitatkwaliteit is de mate waarin een plek aan de eisen van een soort voldoet (zoals
voldoende voedsel en geef gif). De processen die de habitatkwaliteit aanpassen zijn de
VIER V’S:
• Vermesting – soorten vergiftigd / verdrongen door overvloed voedingsstoffen
• Verdroging – grondwaterstand / grondwateronttrekking en klimaatverandering
• Verstoring – hinder (geluid, licht, geur) en objecten (windmolens, wegen)
• Verwarming – door klimaatverandering meer algengroei en meer stikstof