Tentamen : Internationaal & Europees Belastingrecht
Datum : Donderdag 7 juni 2018
Beschikbare tijd : 3 uur (14.00-17.00 uur)
Opgesteld : Onder verantwoordelijkheid van prof. mr. dr. P.G.H. Albert
N.B.
Het tentamen bestaat uit 5 (vijf) genummerde pagina's. Controleer of deze alle aanwezig zijn.
Alle antwoorden moeten worden gemotiveerd, ook al wordt niet om een motivering verzocht.
Dat betekent dat vermeld moet worden op welk wets- en/of verdragsartikel het antwoord is
gebaseerd. De vermelding moet specifiek zijn (dus niet ‘art. 2’, maar ‘art. 2, lid 2, sub c’). Een
antwoord zonder vermelding van de relevante rechtsbron levert geen punten op.
Schrijf duidelijk, beknopt en bondig; voor (in de ogen van de correctoren) onleesbare tekst
worden geen punten toegekend.
Per vraag staat aangegeven hoeveel punten u voor de juiste beantwoording van een vraag
kunt krijgen. Deze bepunting is indicatief.
Gebruik uitsluitend door Nyenrode ter beschikking gestelde schrijfformulieren.
Er mag gebruik worden gemaakt van de in het onderwijsprogramma voorgeschreven wet- en
verdragsbundels, mits deze geen geschreven aantekeningen of annotaties (verwijzingen naar
wetsartikelen) bevatten.
Er mag gebruik worden gemaakt van een ‘eenvoudige’ rekenmachine (dus zonder opties om
tekst en dergelijke in het geheugen op te slaan).
Normering:
Vraag 1 - 9 punten
Vraag 2 - 11 punten
Vraag 3 - 12 punten
Vraag 4 - 11 punten
Vraag 5 - 11 punten
Vraag 6 - 8 punten
Vraag 7 - 12 punten
Vraag 8 - 12 punten
Vraag 9 - 14 punten
Totaal - 100 punten
Veel succes!
1
, Opgave 1 (9 punten)
Vragen:
a. Wat zijn drie belangrijke oorzaken van het ontstaan van internationale dubbele belasting?
b. Wat wordt bedoeld met kapitaalexportneutraliteit en welke methode ter voorkoming van dubbele
belasting hoort daarbij?
Opgave 2 (11 punten)
Feiten:
Zowel Y (inwoner van Nederland) als X BV (een in Nederland gevestigde vennootschap) beweren dat
zij een vaste inrichting in Chili hebben.
Vraag:
a. Aan welk artikel moet getoetst worden of er voor Y en X BV inderdaad sprake is van een vaste
inrichting?
Feiten:
De werkzaamheden in Chili bestaan uitsluitend uit het aanleggen van een brug over een rivier nabij
Santiago. De werkzaamheden beslaan negen maanden.
Vraag:
b. Is het denkbaar dat deze werkzaamheden voor Y of X BV een vaste inrichting vormen?
Opgave 3 (12 punten)
Feiten:
X is inwoner van Australië.
X heeft een pensioenaanspraak op een in Nederland gevestigde pensioen-BV waarvan hij enig
aandeelhouder is. Het pensioen is in Nederland gefacilieerd opgebouwd.
Toen X van Nederland naar Australië emigreerde, is aan X geen conserverende aanslag
opgelegd. De navorderingstermijn voor de conserverende aanslag is verstreken.
In 2018 koopt X zijn pensioenrecht af. De afkoopsom bedraagt € 1 mln.
Vragen:
a. Mag Nederland de afkoopsom van € 1 mln die X van zijn pensioen-BV ontvangt, naar nationaal
recht in de belastingheffing betrekken?
b. Stel dat het antwoord op vraag a bevestigend luidt, bedenk dan argumenten voor de stelling dat
het verdrag Nederland-Australië die belastingheffing toestaat (of niet verhindert).
2
Datum : Donderdag 7 juni 2018
Beschikbare tijd : 3 uur (14.00-17.00 uur)
Opgesteld : Onder verantwoordelijkheid van prof. mr. dr. P.G.H. Albert
N.B.
Het tentamen bestaat uit 5 (vijf) genummerde pagina's. Controleer of deze alle aanwezig zijn.
Alle antwoorden moeten worden gemotiveerd, ook al wordt niet om een motivering verzocht.
Dat betekent dat vermeld moet worden op welk wets- en/of verdragsartikel het antwoord is
gebaseerd. De vermelding moet specifiek zijn (dus niet ‘art. 2’, maar ‘art. 2, lid 2, sub c’). Een
antwoord zonder vermelding van de relevante rechtsbron levert geen punten op.
Schrijf duidelijk, beknopt en bondig; voor (in de ogen van de correctoren) onleesbare tekst
worden geen punten toegekend.
Per vraag staat aangegeven hoeveel punten u voor de juiste beantwoording van een vraag
kunt krijgen. Deze bepunting is indicatief.
Gebruik uitsluitend door Nyenrode ter beschikking gestelde schrijfformulieren.
Er mag gebruik worden gemaakt van de in het onderwijsprogramma voorgeschreven wet- en
verdragsbundels, mits deze geen geschreven aantekeningen of annotaties (verwijzingen naar
wetsartikelen) bevatten.
Er mag gebruik worden gemaakt van een ‘eenvoudige’ rekenmachine (dus zonder opties om
tekst en dergelijke in het geheugen op te slaan).
Normering:
Vraag 1 - 9 punten
Vraag 2 - 11 punten
Vraag 3 - 12 punten
Vraag 4 - 11 punten
Vraag 5 - 11 punten
Vraag 6 - 8 punten
Vraag 7 - 12 punten
Vraag 8 - 12 punten
Vraag 9 - 14 punten
Totaal - 100 punten
Veel succes!
1
, Opgave 1 (9 punten)
Vragen:
a. Wat zijn drie belangrijke oorzaken van het ontstaan van internationale dubbele belasting?
b. Wat wordt bedoeld met kapitaalexportneutraliteit en welke methode ter voorkoming van dubbele
belasting hoort daarbij?
Opgave 2 (11 punten)
Feiten:
Zowel Y (inwoner van Nederland) als X BV (een in Nederland gevestigde vennootschap) beweren dat
zij een vaste inrichting in Chili hebben.
Vraag:
a. Aan welk artikel moet getoetst worden of er voor Y en X BV inderdaad sprake is van een vaste
inrichting?
Feiten:
De werkzaamheden in Chili bestaan uitsluitend uit het aanleggen van een brug over een rivier nabij
Santiago. De werkzaamheden beslaan negen maanden.
Vraag:
b. Is het denkbaar dat deze werkzaamheden voor Y of X BV een vaste inrichting vormen?
Opgave 3 (12 punten)
Feiten:
X is inwoner van Australië.
X heeft een pensioenaanspraak op een in Nederland gevestigde pensioen-BV waarvan hij enig
aandeelhouder is. Het pensioen is in Nederland gefacilieerd opgebouwd.
Toen X van Nederland naar Australië emigreerde, is aan X geen conserverende aanslag
opgelegd. De navorderingstermijn voor de conserverende aanslag is verstreken.
In 2018 koopt X zijn pensioenrecht af. De afkoopsom bedraagt € 1 mln.
Vragen:
a. Mag Nederland de afkoopsom van € 1 mln die X van zijn pensioen-BV ontvangt, naar nationaal
recht in de belastingheffing betrekken?
b. Stel dat het antwoord op vraag a bevestigend luidt, bedenk dan argumenten voor de stelling dat
het verdrag Nederland-Australië die belastingheffing toestaat (of niet verhindert).
2