2.1, Welvaart en crisis in de VS:
-Kopen op krediet
● na WO1 begon in de VS een tijd van voorspoed en kooplust
● auto industrie en elektrische industrie maakten een stormachtige groei door
● productie nam toe
1. lopende band -> productiesysteem waarbij werknemers telkens
dezelfde handeling uitvoeren aan voorbijkomende producten
2. beter organisering fabrieken
● hierdoor steeg de vraag naar nieuwe producten
● in Europa zouden die pas na WO2 normaal worden
● kon je het niet betalen? kopen op krediet
-De ‘Roaring Twenties’
● hogere lonen en kortere werktijden
● VS steeds meer vrije tijd
1. restaurants
2. sportstadions
3. andere uitgaansplekken
● in de Roaring Twenties maakte zuinigheid plek voor drang tot consumeren
● in de nieuwe consumptiemaatschappij wilden velen hun geld laten rollen en
plezier maken
-De beurskrach
● halverwege het interbellum kwam een het optimisme een einde
● aandelenkoersen waren gestegen en bleven stijgen
● zomer 1929, de economie begon in de problemen te komen
● 24/10/1929, aandelenkoers ging snel omlaag, mensen verkochten in paniek
hun aandelen waardoor deze nog minder waarde kregen
-Crisis in de jaren 1930
● na de beurskrach, op Zwarte Donderdag, bleek dat leven op krediet heel
gevaarlijk was.
● veel mensen konden het niet terugbetalen omdat:
1. bedrijven hen ontslagen
2. loon verlaagd
● economische crisis ging van kwaad tot erger
● productie: dalen, werkloosheid: stijgen
● crisis van de jaren 1930 werd ook wel de grote depressie genoemd
, ● VS vanwege de crisis:
1. eisten leningen in buitenland op
2. verhoogden belasting op invoer van goederen
3. kochten minder in het buitenland
● hierdoor crisis over de hele wereld
-Sloppenwijken
● werklozen konden niet rekenen op de overheid
● economie herstelde maar niet
● 1932, Hoover werd verslagen door Roosevelt
● Roosevelt ging voor een nieuwe aanpak: New Deal
● de overheid ging werkloosheid bestrijden met:
1. grote openbare werken (wegen, dammen, bossen)
2. streng toezicht op banken
3. in de industrie werden de lonen & tijden verbeterd
● ging beter, maar was nog niet over
2.2, Fascisme en communisme:
-Ontevreden
● na WO1 chaos in Italië
1. oorlogsveteranen waren ontevreden
2. hoge werkloosheid
3. stakingen
4. angst voor communisme
● 1919, Benito Mussolini begon knokploeg: de Zwarthemden
-Mussolini en het fascisme
● 1919, fascistische beweging
● naam kwam van het Romeinse symbool voor staatsmacht: fasces
● Romeinse Rijk was zijn voorbeeld
● kenmerken fascisme:
1. antidemocratisch
2. totalitair -> het streven naar totale controle over de maatschappij,
inclusief het denken van de mensen
3. verheerlijking van geweld
4. extreem nationalistisch
● Italië werd een dictatuur onder leiding van de duce
● Mussolini veroverde alleen Ethiopië (1936) en Albanië (1939)
● het gedroomde herstel van het Romeinse Rijk mislukte