H1 P1 Van VOC tot cultuurstelsel
1.1 Wat deed de VOC in Oost-indië?
Aan het eind van de 16e eeuw raakten Nederlandse kooplieden zeer
geïnteresseerd in de handel in kostbare specerijen, zoals peper en
nootmuskaat.
De eerste Nederlanders kwamen in 1596 in Oost-Indië aan.
Ze hadden veel tegenslagen gehad, bijvoorbeeld doden door
scheurbuik (een ziekte voor tekort aan een bepaalde soort vitamines)en
ruzies met vorsten in gebieden onderweg.
Om concurrentie te voorkomen bedachten de kooplieden een
oplossing. Ze richten in 1602 de Verenigde Oost-Indische Compagnie
(VOC) op. Dat was een bedrijf dat naar Azië voer om daar handel te
drijven. De VOC kreeg een handelsmonopolie.
Dat is het recht om als enige producten te verhandelen.
De VOC kreeg dit handelsmonopolie van de Staten-Generaal (de
vergadering van de zeven gewesten in Nederland).
Factorij is een handelspost van de VOC.
De VOC doodde in 1622 de leiders op de Molukken en voerde de
bevolking weg. De VOC had de macht vast in handen.
, Nederland en Indonesië
1.2 Het bestuur van Nederlands-Indië
In de 18e eeuw maakte de VOC langzaamaan minder winst.
Dat kwam door de steeds grotere concurrentie van landen als Engeland.
Tegen het eind van haar bestaan had de VOC zelfs schulden en in 1789 ging
ze failliet. De Nederlandse staat nam de bezittingen en de schulden over. De
kolonie kreeg daarna een nieuwe naam: Nederlands-Indië.
Het cultuurstelsel was voor Nederland een groot succes: in 1830 werd het
ingevoerd en al in 1831 winst gemaakt.
Rond 1850 waren er maar 175 Europese ambtenaren nodig om over de 13
miljoen inwoners van het eiland Java te regeren.
1.3 Honger voor de Indonesiërs
Door het harde werken van de Javaanse boeren raakte de Nederlandser
schatkist goed gevuld.
De opbrengst van het cultuurstelsel was ongeveer 32% van de totale
inkomsten van de Nederlandse regering tussen 1850 en 1860. Dat geld werd
gebruikt voor de modernisering van Nederland. Er werden spoorwegen
aangelegd, kanalen gegraven en bruggen omgebouwd.
De Indonesiërs moesten werken voor de Nederlanders bij de aanleg van
wegen, spoorwegen en kanalen. Hier hakt een ploeg arbeiders een weg uit
met pikhouwelen(rond 1915).