3.1, wat is democratie?
Algemeen belang
Politiek > het nemen van allerlei besluiten om het land te besturen
➢ Veel invloed op ons leven, bijv op gebied van
○ Welvaart
○ Volksgezondheid
○ Infrastructuur
○ Onderwijs
○ Buitenlandse betrekkingen
○ Openbare orde en veiligheid
➢ Belasting, en indirect meebeslissen
Directe en indirecte democratie
Democratie > een bestuursvorm waarbij de bevolking direct of indirect invloed uitoefent op
de politieke besluitvorming
Referendum > kiesgerechtigde burgers mogen rechtstreeks over politiek vraagstuk of
wetsvoorstel stemmen
➢ Europese grondwet, samenwerkingsverdrag EU en Oekraïne
Ondanks referenda een indirecte democratie
➢ Volk kiest vertegenwoordigers voor parlement, die nemen beslissingen
➢ Indirecte democratie = parlementaire democratie
○ Vertegenwoordigers vormen samen parlement
Kenmerken parlementaire democratie
Dankzij grondwet invloed uitoefenen
➢ Stemmen, demonstreren, etc
Burgers hebben politieke grondrechten:
● Vanaf 18 jaar recht om te kiezen/gekozen te worden
● Iedereen mag partij/vereniging oprichten
● Iedereen mag demonstreren/op andere manier mening uiten
Over politieke besluitvorming regels:
● Regering en parlement maken samen wetten
● Wetten gelden als meerderheid parlement besluit
Ondanks meerderheidsprincipe, regering met minderheden, grondrechten kunnen niet
zomaar afgeschaft worden
Persvrijheid > journalisten hebben geen toestemming van de overheid nodig om iets te
publiceren
, Van dictatuur naar democratie
Meeste Europese landen in 19e eeuw democratisch
➢ 1848 macht volksvertegenwoordigers (niet koning)
➢ Eerst alleen rijke mannen stemmen, in 1917 alle mannen, in 1919 alle vrouwen
Dictatuur
Dictatuur > alle macht is in handen van 1 persoon of kleine groep mensen (Turkije,
Saudi-Arabië)
● Ideologie > communistische partij alle macht (Cuba, Noord-Korea)
○ Fascistisch > nationalistisch, sterke leiders
● Religieus > machtsuitoefening islamitische wetgeving, toestemming geestelijke
leiders (Iran)
● Militair > leger alle macht
Kenmerken dictatuur
● Machtenscheiding ontbreekt > alle macht in handen 1 persoon/kleine groep mensen,
rechters worden gecontroleerd
● Grondrechten niet gerespecteerd > burgers hebben geen recht op vrijheid van
meningsuiting, geen protesten, critici en politieke tegenstanders hebben de kans op
marteling, gevangenschap of moord
● Geen vrije pers > journalisten komen anders in problemen (censuur)
● Oppositiepartijen verboden > vluchten naar buitenland om van daaruit politiek te
verzetten
● Grote politieke rol militairen > om verzet volk tegen te gaan is er een leger nodig,
soms zijn er generaals minister
● Sprake van verkiezingsfraude > voor zekere winst wordt er gefraudeerd met de
uitslag, andere partijen verbieden of kiezers intimideren
● Regering beslist snel en efficiënt > zo is er geen/nauwelijks oppositie