nederlands
Basiskennis
Taalonderwijs
, Hoofdstuk 2
Geletterdheid
1 ontluikende geletterdheid (0-4 jaar)
2 beginnende geletterdheid (groep 1-3)
3 gevorderde geletterdheid (na groep 3)
Lezen
1 aanvankelijk lezen: leren lezen in groep 3
2 voortgezet technisch lezen: vlot en nauwkeurig lezen
3 begrijpend lezen: het achterhalen van de bedoeling
Communicatieve/sociale functie
1 Zelfhandhaving: jezelf beschermen of voor jezelf opkomen
2 Sturing van anderen: Iemand anders vragen iets te doen
3 Structurering van het gesprek: gespreksverloop beïnvloeden
4 Zelfsturing: Zeggen dat je zelf iets gaat doen
Conceptualiserende/cognitieve functie
1 Rapporteren: Verslag doen van iets wat werkelijk voorkomt
2 Redeneren: 1 stap verder dan verslag doen. Je voegt een denkstap
toe
3 Projecteren: Verplaatsen in een andermans gedachten en gevoelens
Expressieve functie: taal als expressiemiddel
Taalniveaus
1 Fonologisch niveau: Uitspraak
2 Morfologisch niveau: Opbouw van woorden
3 Syntactisch niveau: Volgorde van woorden
4 Semantisch niveau: Betekenis
5 Pragmatisch niveau: Gebruik
6 Orthografisch niveau: Spelling
Communicatieve competentie: Netjes taalgebruik
1 Grammaticale competentie: (linguïstische) alle taalregels
2 Tekstuele competentie: kennis van gesproken en geschreven teksten
(regels)
3 Strategische competentie: strategieën hanteren om bepaalde doelen
te behalen
4 Functionele competentie: aanpassen aan specifieke situatie