Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting DAW leerstof pathologie en fysiologie

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
32
Geüpload op
10-10-2019
Geschreven in
2019/2020

Alle leerstof voor de DAW van de vakken pathologie en fysiologie samengevat in een bestand.

Voorbeeld van de inhoud

DAW leerstof pathologie en fysiologie

Fysiologie
Grégoire, L et al. Anatomie en fysiologie van de mens, 4e druk. Hoofdstuk 8, 11 t/m 11.5, 11.6 t/m
11.8
Verstappen F. Medische Basiskennis, 5e (of 4e) druk. Hoofdstuk 8.4 en 8.5.

Grégoire 8
Nieren (renes): twee boonvormige organen, elk zo groot als een vuist. De holle zijden zijn naar elkaar
toegekeerd.
Nierhilum (nierpoort): centrum van de holle zijde van de nier, plaats waar bloedvaten, zenuwtakken
en lymfevaten de niet in- en uitgaan en waar urineleider begint.
Glandulae suprarenales (bijnieren): liggen boven op nieren als toefjes slagroom, hormoonklieren.
Perirenaal vet: nier en bijnier zijn omgeven door dit steunvet.
Fascia renalis: rond steunvet ligt deze stevige bindweefsel mantel.
Steunvet en fascia renalis fixeren en beschermen de nieren.

Nierkapsel: buitenste laag van de nier, bestaande uit dun, stevig bindweefsel.
het nierweefsel is te onderscheiden in twee gebieden:
- Cortex (schors): gespikkelde weefsel gelijk onder nierkapsel, loopt op sommige plekken in
smalle banen naar centrum nier toe.
- Medulla (merg): ligt tussen en binnen schors, merggebieden hebben vorm stompe kegels en
worden mergpiramiden genoemd, zijn gestreept; worden mergstralen genoemd. Top van de
merkpiramide wordt nierpapil genoemd, deze is naar centrum nier gericht komt uit in holte,
calix (nierkelk) genoemd. Nierkelken monden uit in grote centrale nierholte; pyelum
(nierbekken) of pelvis genoemd. Pyelum gaat ter hoogte van van nierhilum over in ureter
(urineleider).

a. renalis (nierslagader): korte, wijde aftakking van aorta abdominalis. Via hier krijgen nieren in rust
20% van hartminuutvolume aangeboden; per minuut dus een halve liter bloed.
Interlobaire arteriën: a. renalis vertakt in arteriën die langs nierweefsel binnen gaan, aftakkingen
lopen langs mergpiramiden naar oppervlakkige schorslaag. Geven talloze arteriolen af, die in schors
en merg een arteriële portale circulatie vormen.
Arteriae arcuatae (boog arteriën): vertakkingen van interlobaire arteriën die in een boog over basis
van piramiden.
Interlobulaire arteriën: vertakkingen/bloedvaatjes van boog arteriën dringen merg- en schorsweefsel
binnen, ze lopen parallel aan mergstralen en interlobaire arteriën.
v. renalis: hier monden venen in uit die bloed uit nieren afvoeren.

Nefronen: miljoenen microscopisch kleine structuren voor de bloedzuivering en urineproductie.
Delen van nefron zijn:
- Kapsel van Bowman, met daarin;
- Glomerulus: wordt malpighi lichaampje genoemd; filtereenheid van de nier. Ligt in schors.
- Proximale tubulus: kanaaltjes uit kapsel naar niermerg en buigt hier terug naar naar schors.
Het in het merg gelegen deel heet;
- Lis van Henle
- Distale tubulus: kanaaltje gedeelte in schors teruggekomen. Deze mondt uit in;

, - Verzamelbuis; hierop sluiten meerdere nefronen aan, lopen door tot merg, monden uit in
top van nierpapil in de betreffende nierkelk.



Ultrafiltratie
In rust verwerken de nefronen met zn allen 1 L bloed-minuut, in een uur is dat 60 L, per dag 1440 L.
Bloeddruk in nierarteriën hoger dan normaal; glomeruli 45 mmHg, normale capillairen 35 mmHg.
De iets verhoogde BD in glomeruli is functioneel; persing via endotheel van capillair -> via
glomerulus membraan -> kapselholte. Het endotheel en het membraan werken als filters ->
ULTRAFILTRATIE.
Het filtraat wat nu in de kapselholte zit, is de voorurine.
Samenstelling voorurine zelfde als bloedplasma; bloedvloeistof zonder plasma-eiwitten en
bloedcellen, omdat deze te groot zijn om endotheel te passeren. Verder bevat voorurine; water,
glucose, aminozuren, elektrolyten en afvalstoffen als ureum en creatinine.
Filtratiedruk: druk waarmee bloed door endotheel geperst wordt; 10 mmHg. Dit is het resultaat van
3 krachten; bloeddruk (45 mmHg), tegengewerkt door osmotische zuigkracht (25 mmHg) en
kapseldruk (10 mmHg) -> komt uit op 10 mmHg (45 - 25 - 10 = 10).
Ultrafiltratie kost geen En; verbruikt geen zuurstof; passief transport.
⅛ van bloedstroom komt in kapsels Bowman terecht, 1 L bloed/minuut levert 0,125 L voorurine, uur;
7,5 L, dag; 180 L.
Terugresorptie
Ultrafiltratie is selectief op grootte van deeltjes, niet op bruikbaarheid, daarom moet er veel van
terug naar lichaam -> TERUGRESORPTIE.
Vindt plaats in proximale- en distale tubulus, lis van Henle, en verzamelbuis.
Door actief transport, is selectief proces, kost zuurstof.
99% van voorurine wordt teruggeresorbeerd in bloed, van 180 L/dag wordt ruim 178 L
teruggeresorbeerd, 1,8 L urine blijft over.
Excretie
Betekent uitscheiding naar buiten, is actief transport van bepaalde afvalstoffen uit bloed naar
nierkanaaltje. Gebeurd in proximale- en distale tubulus en lis van Henle.
Parathormoon (PTH): bevordert terugresorptie van Ca- en Mg-ionen en de excretie van P-ionen.

Osmoregulatie: regulatie van water- en zouthuishouding wat nodig is voor juist osmotische waarde
van bloed en belangrijk voor homeostase van lichaam. Door hormonen en ZS.
Antidiuretisch hormoon (ADH): belangrijk voor osmoregulatie, geproduceerd door hypothalamus en
afgegeven door neurohypofyse. Hersenen nemen hoog zoutgehalte waar -> hypofyse geprikkeld
ADH uitscheiding -> ADH verhoogd doorlaatbaarheid voor water uit de wand van distale tubulus en
verzamelbuis -> meer water terugresorptie naar bloed -> bloed verdund -> zoutgehalte verlaagd
(maar bloeddruk is hierdoor dus indirect verhoogd door ADH).
RAAS (renine-angiotensine-aldosteronsysteem): zodra BD daalt geven juxtaglomerulaire cellen (uit
de nefronen) het hormoon RENINE af aan bloed -> bevordert omzet van angiotensinogeen (plasma-
eiwit) in ANGIOTENSINE -> verhoogd op 3 manieren BD:
- veroorzaakt in hele lichaam vaatvernauwing van arteriolen
- stimuleert in nieren extra terugresorptie van water en NaCl -> meer zouten en water in
bloed terug gaan
- stimuleert bijnierschors tot afgifte hormoon ALDOSTERON -> stimuleert terugresorptie Na
en excretie Ka. Na omringt zich met meer watermoleculen dan Ka -> groter bloedvolume ->
hogere BD.

,Natriuretische peptiden: hormonen door hartspiercellen geproduceerd op moment dat hartspier te
veel uitgerekt wordt als gevolg van hoog bloedvolume en BD. Dit hormoon werkt RAAS tegen (want
remt afgifte renine), remt terugresorptie NaCl, en remt vorming aldosteron.
Conclusie: ADH, RAAS en natriuretische peptiden vormen complex terugkoppelingssysteem dat
nieren controleert en reguleert bij handhaving juiste osmotische waarde van bloed, juiste
bloedvolume en juiste BD.


Regeling zuurgraad: pH is maat voor concentratie waterstofionen (H+); lage pH duidt op veel H+ en
hoge zuurtegraad. pH van bloed is 7,4; licht basisch, want 7 is neutraal. Constand houden bloed pH is
belangrijk voor optimale werking enzymen.
Belangrijkste reactie die pH beïnvloed:
koolstofdioxide + water <-> koolzuur <-> waterstofion + waterstofcarbonaat
(CO2 + H2O <-> H2CO3 <-> H+ + HCO3-
Bloed wordt zuurder wanneer reactie naar rechts verloopt, en basischer wanneer die naar links
verloopt.
Door aerobe verbranding gaat het naar rechts en dreigd bloedverzuring. Hemoglobine kan H+ionen
wegvangen, nieren kunnen H+ionen binden aan ammoniak en scheiden dit uit -> pH ↑.
Aanmaak erytrocyten: nier ook invloed op aanmaak erytrocyten, en dus zuurstofgehalte in bloed. Bij
te weinig zuurstof in bloed -> nier verhoogde afgifte hormoon erytropoëtine (EPO) -> stimuleert
aanmaak erytrocyten in rode beenmerg -> meer zuurstof kan gebonden worden -> zuurstofgehalte
in bloed stijgt.
Van totale EPO-productie doet nier 85%, lever 15%.
Urine
Diurese: urinevorming, 1,5-2 L urine/dag, bevat:
- water 96%
- zouten, zoals NaCl en Ka
- afbraakproducten van eiwitten; ureum (aminozuren), creatinine (spiereiwit creatine), en
urinezuur (nucleïnezuren)
- urobiline, geeft gele kleur
- celresten, afgestoten epitheelcellen van nefronen en urinewegen.
Soms bevat urine:
- vitamine C, wanneer meer is opgenomen dan verbruikt is
- bepaalde hormonen, bijvoorbeeld tijdens zwangerschap wanneer geslachtshormonen zijn
verhoogd -> hieruit zwangerschapstest.
Transport
Urinewegen: zorgen voor transport, opslag en verwijdering urine uit lichaam, bestaan uit nierkelken,
nierbekken, urineleiders, urineblaas en urinebuis.
Ureters (urineleiders): 25-30 cm lang, lopen van nierhilum links en rechts langs wervelkolom naar
achter/onder in de urineblaas. Onder het overgangsepitheel (voor bescherming van buitenaf) van
het nierbekken en ureter bevinden zich kring- en lengtespieren van glad spierweefsel; 3 x /minuut
start vanaf nierbekken een peristaltische golf waardoor urine naar blaas wordt geduwd.
Vesica urinaria (urineblaas): gespierd, hol, voor in de bekken. Wanneer blaas leeg is ligt hij
subperitoneaal, gevuld ligt hij preperitoneaal. Blaaswand bedekt met overgangsepitheel: erg rekbaar
zonder te ‘lekken’, hieronder enkele lagen glad spierweefsel. Kan maximaal 700 ml opvangen, maar
wil leeg bij 300 ml.
Rondom blaasuitgang, waar urinebuis begint, liggen twee kringspieren:
- m. sphincter vesicae: maak deel uit van blaaswand, is van glad spierweefsel (onwillekeurig).
- m. sphincter uretrae: onderdeel van bekkebodemspieren, dwarsgestreept spier
(willekeurig).

, Urethra (urinebuis): bij vrouw loopt hij de gehele lengte langs de vagina (3 cm), bij man loopt hij
door prostaat, hierna komt hij in een van de zwellichamen te liggen, eindigd in eikel (20 cm).
Mictie (urinelozing): 3-6x/dag. Spierweefsel blaas rekt mee waardoor druk niet hoger wordt, totdat
er 300 ml in zit -> rekkingssensoren in blaaswand geprikkeld -> mictiereflex (blaas/plasreflex) ->
ruggenmerg en ZS -> aandrang plassen.


Grégoire 11 t/m 11.5
Het hormonale stelsel werkt meestal trager dan het zenuwstelsel maar de effecten zijn vaak wel van
lange duur. Het zenuwstelsel werkt met elektrische impulsen waardoor het effect er gelijk is maar
ook snel weer weg is. De beide stelsels steunen elkaar in de totstandkoming van de gewenste
effecten. Er komen meer dan 50 hormonen in het menselijk lichaam voor.

Interne secretie: hormoon dat door gespecialiseerde kliercellen wordt geproduceerd, aan het bloed
wordt afgegeven en elders in het lichaam zijn werking heeft. Alles blijft inwendig.
Externe secretie: zweet of traanvocht gaat naar het externe milieu.
Endocriene cellen: gespecialiseerd in, en alleen maar bezig met, het maken van een bepaald
hormoon. Deze cellen zijn meestal gestructureerd tot een endocriene klier.
Endocriene klieren: schildklier, bijschildklieren, bijnieren, eilandjes van Langerhans in de alvleesklier,
geslachtsklieren, hypofyse en pijnappelklier.
Neurosecretoire cellen: gespecialiseerde zenuwcellen die bepaalde hormonen aan het bloed
afgeven.
Gewone lichaamscellen blijken ook in staat te zijn hormoonachtige stoffen te maken, deze hebben
alleen een plaatselijk effect.
Doelwitcel: hormonen hebben alleen invloed op cellen die voor dat specifieke hormoon gevoelig
zijn. als deze cellen onderdeel zijn van een orgaan noem je dit een doelwitorgaan.

Steroïdhormonen: vetachtige, aan cholesterol verwante stoffen; geslachtshormonen en
bijnierschorshormonen. Steroïdhormonen zijn in staat de doelwitcel binnen te gaan.
Hormoonreceptorcomlex: in het cytoplasma bindt het steroïdhormoon zich aan een bepaald
receptoreiwit en vormt zo een hormoonreceptorcomplex.
Peptidehormonen: eiwitten; insuline en het groeihormoon. De doelwitcellen van peptidehormonen
hebben de hormoongevoelige receptor in de celmembraan, die past bij de molecuulstructuur van
het hormoon. Zodra het hormoon langskomt wordt er een binding aangegaan, hierna de cel
reageren, bijv; cel veranderd doorlaatbaarheid voor bepaalde stof of veranderd het
stofwisselingsniveau.

In de lever vindt continue hormoon afbraak plaats en gaat door tot alle hormoon uit het bloed zijn,
maar de lever speelt geen rol in de hormoonregulatie.
Regelkring: evenwicht tussen aanmaak en afbraak. Elke hormoonklier en het daar geproduceerde
hormoon maakt deel uit van een eigen regelkring. Daling hormoonspiegel -> stimulering afgifte.
Stijging hormoonspiegels -> remming afgifte.
Negatieve terugkoppeling: een belangrijke stap in de regelkring. Een van de schakels in de regelkring
wordt geremd in zijn activiteit. Het gevolg is dat de volgende schakels in de regelkring ook minder
actief worden.
Hormoonspiegel: over het algemeen schommelt de concentratie van elk hormoon rond een voor dat
hormoon kenmerkend niveau.

Hypothalamus-hypofyse systeem: gevormd door de hypothalamus en de hypofyse. Belangrijk
functioneel-anatomische relatie tussen hormoonstelsel en zenuwstelsel.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
H3, h4, h5, h8, h9, h17, h18, h20, en h26
Geüpload op
10 oktober 2019
Aantal pagina's
32
Geschreven in
2019/2020
Type
SAMENVATTING
€3,49
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF


Ook beschikbaar in voordeelbundel

Thumbnail
Voordeelbundel
DAW leerstof alle vakken
-
16 8 2019
€ 9,49 Meer info

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
nathaliegorter Hanzehogeschool Groningen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
67
Lid sinds
8 jaar
Aantal volgers
46
Documenten
28
Laatst verkocht
5 maanden geleden

4,0

9 beoordelingen

5
2
4
5
3
2
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen