18.1 Koolstofkringloop
Het broeikaseffect
1. Zonnestraling komt de atmosfeer binnen
2. Zonne-energie wordt omgezet in warmte
3. Waarna de hitte gedeeltelijk wordt teruggekaatst in de atmosfeer
4. Een deel van de hitte wordt tegen gehouden door broeikasgassen
Broeikasgas: een gas dat warmtestraling van de aarde vasthoudt.
Het CO2 gehalte van de atmosfeer is niet constant. Echter er is wel een sterke stijging. Deze
stijging valt samen met het begin van de industriële revolutie.
Zonder het broeikaseffect zou de gemiddelde temperatuur -18 graden zijn. Maar omdat de
mens grote hoeveelheden broeikasgassen in de dampkring brengt, wordt het broeikaseffect
behoorlijk versterkt = versterkt broeikaseffect
Moerasgras:
1. Uit organisch materiaal ontstaat
onder zuurstofloze
omstandigheden CH4 gas
2. Dit borrelt in veel sloten en
plassen omhoog, wat bijdraagt
aan het versterkt
broeikaseffect.
Permafrost: in deze gebieden is
de bodem permanent bevroren.
Het ijs in de bodem zorgt ervoor
dat water niet kan weg zakken,
hierdoor in deze gebieden nat met
veel moeras. Hierdoor veel CH4
OP DE BODEM EN IN HET IJS.
1
, 2
Methaanbacteriën:
zetten organische
stoffen onder
anaerobe
omstandigheden om
tot moerasgras. Ze
behoren tot de
archaeabacteriën. Ze
leven net boven de
permafrost of in de
maag koeien.
Gelukkige wordt een
deel CH4 geoxideerd in
de atmosfeer tot CO2,
wat het minder
schadelijk maakt.
Gevolgen opwarming aarde
Aantal orkanen verdubbeld, Verspreiding malariamug naar nieuwe warmere streken, Gletsjer
smelten, Planten verplaatsen richting de polen, Meer hittegolven, Zeeniveau zal stijgen en
Meer dan een miljoen soorten sterven uit.
CO2- reductie op het land
Mensen planten bossen aan om het CO2 gehalte te laten dalen. Echter niet alle
vastgelegde koolstof blijkt in de boom. Een deel glucose wordt gebruikt dissimilatie,
waardoor er weer CO2 vrijkomt. Verder ademen dieren de CO2 uit organische stoffen
ook weer uit.
Detritus: uitwerpselen en dode resten van planten en dieren. Reducenten breken deze
detritus weer af tot CO2.
Snelle koolstofkringloop: de kringloop van koolstof (C) vanuit de atmosfeer (CO2) naar de
organische stof in planten (glucose) via fotosynthese, en vervolgens naar dieren en
reducenten. Door dissimilatie van organische stoffen (in alle levende cellen) of door
verbranding van organische stoffen (b.v. bij een bosbrand) komt de koolstof weer als CO2 in
de atmosfeer.
Langzame koolstofkringloop: de cyclus die het element koolstof (C) doorloopt, wanneer
het als organische stof in aardlagen terecht komt, daar miljoenen jarenlang in vastgelegd
blijft en daarna weer in de atmosfeer kan terugkeren. De koolstof kan in de aardkorst zijn
opgeslagen als veen, bruinkool, steenkool, aardgas of olie. Dit zijn fossiele koolstofmassa's
die duizenden tot miljoenen jaren geen deel uitmaakten van de levende
wereld. Door vulkanen, erosie en door het oplossen van gesteenten in
water komt de koolstof in de vorm van CO2 weer terug in de atmosfeer.
18.2 Stikstofkringloop
2